De angstige vraag luidt: wie heeft er de leiding?

BRUSSEL, 18 SEPT. Als het woord crisis betekent dat een situatie niet meer onder controle is en dat daaronder wordt geleden, dan is de Europese Gemeenschap in crisis. De stemming in Brussel is samen te vatten als verward, die in Londen, Parijs, Bonn en Rome is niet veel beter. De politici en ambtenaren die de Gemeenschap besturen kijken elkaar vragend aan: waar gaan we naar toe en heeft er nog iemand de leiding?

Dit zijn wat pathetisch klinkende woorden maar het zijn de woorden die op dit moment, middenin een valutacrisis en twee dagen voor het Franse referendum over het Verdrag van Maastricht, worden gebruikt. “Eerst keerde de Deense bevolking zich tegen Europa, vervolgens een groeiend deel van de Fransen en nu ook nog de financiele wereld”, verzuchtte een ambtenaar van de Europese Commissie gisteren. Om mismoedig te concluderen: “Blijkbaar zijn we bezig een technocratisch bouwwerk op te richten waarvoor te weinig steun is.”

Het was met de nachtelijke vergadering over de problemen in het Europees Monetair Stelsel gisteren wel een historische dag in Brussel, maar geen vrolijke. De aanvankelijke opwinding over de nachtelijke operatie maakte in de loop van de dag plaats voor pessimisme. Op de beeldschermen van Reuters was van minuut tot minuut te volgen hoe na het Britse pond en de Italiaanse lire ook de Deense kroon, het Ierse pond en de Franse franc onder druk kwamen te staan. Op de gang in een van de kantoren van de Commissie werden cynisch gewed welke munt nu aan de beurt zou zijn voor een “aanval” door de “speculanten”.

Via diezelfde gangen sijpelde door in welke stemming de vergadering van het monetair comite in de nacht van woensdag op donderdag had plaats gehad: een grafstemming. Die paar Europese ambtenaren die de vergadering hadden bijgewoond, en die wat wit weggetrokken in de loop van de dag weer op kantoor verschenen, brachten verhalen mee over “de begrafenis van het EMS”. Zo weinig bemoedigend was de doorwaakte nacht geweest, dat ook wel werd gesproken over de “begrafenis van Maastricht”. De optimistische verklaring die Michel Camdessus namens het IMF in Washington liet uitgeven, namelijk dat deze week de veerkracht van het EMS is bewezen, werd gistermiddag schamper ontvangen. “Je kunt wel zien hoe ver weg die man zit”, oordeelde een ambtenaar. Voor hem was het de vraag of het monetaire stelsel oktober nog wel haalt, of zelfs aanstaande maandag.

Dat is de eerste conclusie die uit de gebeurtenissen van deze week wordt getrokken: het huidige Europese Monetaire Stelsel moet grondig worden herzien, en daarmee ook dat wat eruit moet voortkomen: de Economische en Monetaire Unie. In het Verdrag van Maastricht wordt in fasen de gang naar vaste wisselkoersen en een gemeenschappelijke munt uitgestippeld, maar in het eerste jaar van de negen die daarvoor zijn gegeven is de monetaire onrust zo groot dat de haalbaarheid van de gemaakte afspraken nu al in twijfel wordt getrokken.

Pag 12: Europese Unie onzeker, ook na een Frans "oui'

De uittreding van de lire en het pond zijn het tegendeel van de geplande eenwording. En de Britse beschuldigingen aan het adres van de Duitse Bundesbank, die grof gezegd het pond uit het Europese valutamandje zou hebben geduwd, brengen de gemeenschappelijke munt ook niet dichterbij.

Maar de crisis in Europa is niet alleen een financiele, dat is de tweede conclusie die in Brussel wordt getrokken. De nervositeit op de valutamarkten is een uitdrukking van een algemenere onzekerheid over de toekomst van de Europese integratie. En met de financiele crisis is die onzekerheid ook weer groter geworden. Om het even te beperken tot het lot van het Verdrag van Maastricht: het staat steeds minder vast dat de Europese Unie er komt, ook als de Fransen zondag ja zeggen.

In Groot-Brittannie bijvoorbeeld is de scepsis in alle drie de grote partijen toegenomen, zo bleek gisteren. Het wordt voor premier Major steeds moeilijker het door hem al sinds januari gezochte gunstige moment te vinden om de tekst door het Lagerhuis te loodsen. In Duitsland, dat ook nog moet ratificeren, is de druk op bondskanselier Kohl gegroeid om over het verdrag te heronderhandelen. En dan ligt er nog altijd de Deense afwijzing die op een of andere manier ongedaan moet worden gemaakt.

Ook nog onbeantwoord is het wantrouwen onder de bevolking. Uit opiniepeilingen blijkt dat bijna de helft van de Europeanen om uiteenlopende redenen het Verdrag van Maastricht niet zien zitten. Of het de welvaartstaat is die zijn grenzen laat zien, of de veelbesproken kloof tussen politici en kiezers, het verdwijnen van de Sovjet-dreiging of de nadering van het jaar 2000 - de Europese integratie lijkt voor velen meer dan ooit een beweging zonder doel te zijn geworden.

In een week van chaos en ad hoc beslissingen dringt zich dan de vraag op: heeft iemand nog de leiding in Europa? De Britse premier Major, EG-voorzitter tot eind dit jaar, heeft met de uittreding uit het EMS ernstig aan prestige ingeboet. Bondskanselier Kohl staat in eigen land aan grote kritiek bloot, president Mitterrand idem dito en de Franse leider is ook nog ziek. Dat de regeringen en hun centrale banken als beheerders van het voor de economie zo belangrijke wisselkoersmechanisme het hebben moeten afleggen tegen de valutahandelaren, zal het vertrouwen in de politiek ook niet ten goede komen. De Nederlandse minister van financien, Kok, verwoordde de situatie misschien nog het eerlijkst toen hij zei te hopen dat “we de komende dagen doorkomen.”

De Europese Commissie, en in het bijzonder voorzitter Jacques Delors, had de afgelopen jaren een leidinggevende rol in Europa. Maar ze is de afgelopen maanden zo gekritiseerd als "Eurocratie' dat ze zich nu gedeisd moet houden. Gisteren volstond ze met een schriftelijke verklaring van enkele regels waarin werd kennis genomen van de beslissingen van het monetair cominte. “De Commissie heeft geen behoefte aan het afleggen van politieke verklaringen op dit moment,” lichtte Nico Wegter, woordvoerder van Commissaris Andriessen toe, “in het licht van de gevoelige situatie.” Hij doelde op het Franse referendum. Het ligt in Brussel nog vers in het geheugen hoe de woorden van Delors over de invloed van kleine landen vlak voor het Deense referendum door het "nej-kamp' werden uitvergroot.

De Italiaanse minister van buitenlandse zaken, de veteraan Colombo, heeft nu gevraagd om een Europese topconferentie na het referendum in Frankrijk. De regering in Parijs heeft zich bij zijn verzoek aangesloten. Of het "oui' wordt of "non', het lijkt hoognodig dat de Europese leiders opnieuw de doelen van de Europese integratie formuleren.

    • Hans Nijenhuis