Crisis in Apeldoorn om te klein stadhuis

APELDOORN, 18 SEPT. De bouw van het nieuwe stadhuis in Apeldoorn is oorzaak van een zoveelste bestuurscrisis in de stad. Nadat in 1988 wegens de zeer omstreden locatie van het gebouw al twee CDA-wethouders het veld moesten ruimen, wordt er nu aan de stoelpoten van de project-wethouder H. Porringa (PvdA) gezaagd. VVD en CDA (18 van de 38 raadszetels) vinden dat Porringa moet aftreden omdat het stadhuis te klein blijkt om alle duizend ambtenaren te herbergen.

Voor het nieuwe stadhuis moest een slechts vier jaar oud flatgebouw wijken, waartegen in 1988 tevergeefs 20.000 Apeldoorners protesteerden. Met het 100 miljoen gulden kostende gebouw moet een eind komen aan de verspreiding van verschillende diensten over de stad. Nu blijkt dat voor zeker 70 ambtenaren elders kantoorruimte geregeld moet worden, terwijl ook nog eens 1,3 miljoen gulden extra nodig is om de bouw af te ronden.

Porringa wil geen commentaar op de kwestie geven. Burgemeester A.J. Hubers treedt op als woordvoerder. Volgens hem kan Porringa niet zonder meer verantwoordelijk gesteld worden voor het ruimtegebrek in het toekomstige stadhuis, maar heeft hij wel verzuimd zijn collega's binnen het college van B en W en de gemeenteraad daarvan tijdig op de hoogte te brengen. Het is dus evident dat de wethouder in gebreke is gebleven, vindt de burgemeester. Porringa heeft dat inmiddels toegegeven en de raad en het college zijn verontschuldigingen aangeboden. Hubers wil zich er niet over uitlaten of Porringa zou moeten aftreden.

CDA en VVD eisen dat de wethouder opstapt. CDA-fractievoorzitter H. van de Kolk ontkent dat zijn partij nu genoegdoening wil halen voor het gedwongen vertrek van twee eigen wethouders, al speelt het verleden een rol, geeft hij toe. “Het stadhuis is een politiek beladen onderwerp. Dat maakt wel dat we niet bereid zijn Porringa's falen met de mantel der liefde te bedekken.”