Begrip politici van valutamarkt gering

De ontwikkelingen op de valutamarkten zijn in de afgelopen weken voortdurend voorpagina-nieuws geweest en mogen daarom als bekend worden verondersteld. Reden om dit keer - na een korte terugblik - eens vooruit te kijken.

Vooral de Britse premier John Major heeft afgelopen zondag een uitgelezen kans laten liggen om de rust in het EMS te herstellen en het pond te redden voor de afgang waartoe woensdagnacht werd besloten. Zondag werd een te kleine devaluatie van de lire uitgeruild tegen een kleine verlaging van de Duitse rente. Het Britse pond werd toen schietschijf nummer één op de EMS-kermis. Dat het pond uiteindelijk toch zou moeten zwichten was voor iedereen, behalve de Britse premier, een duidelijke zaak. Een meeromvattende, forse herschikking, waarbij naast de lire ook het pond en de Iberische valuta zouden zijn gedevalueerd in ruil voor een forse verlaging van de Duitse rente, zou Major op winst hebben gezet. Hoewel zijn geloofwaardigheid op de financiële markten ook dan zou zijn verdwenen, had hij tenminste de buit van een verbetering van de concurrentiepositie van zijn land én een lagere rente als trofeeën kunnen laten zien; dat alles wel onder de veronderstelling dat de omvang van de Sterling-devaluatie door de markten als afdoende zou zijn beschouwd. Alles hoeft echter nog niet verloren te zijn voor de Britse premier. De sleutel voor de toekomst van de EMU ligt op dit moment bij de Fransen. Indien zij zondag "non' stemmen, is "Maastricht' definitief van de baan. Er zal dan een nieuw "plan de campagne' voor de samenwerking in Europa moeten worden opgesteld. Door een échec van "Maastricht' zouden de kansen voor "eerst verbreden, dan verdiepen' aanmerkelijk toenemen en dat is precies wat de Britten willen.

Wel kunnen de spanningen binnen het EMS weer oplaaien. De verplichting tot structurele verbeteringen binnen een strak tijdpad op het gebied van onder andere de overheidsfinanciën valt immers weg. Landen als Spanje en Portugal zouden om binnenlands-politieke redenen hun saneringsprogramma's dan weleens kunnen afzwakken. Zelfs het vermoeden daarvan op de valutamarkten zou de druk op de munten van die landen kunnen vergroten.

Grote uitzondering daarbij (althans tot nu toe!) is de Belgische frank. Dit is met name te danken aan het gevoerde monetaire beleid door de Belgische centrale bank, die groot vertrouwen geniet op de valutamarkten. De kans op een derde herschikking - waarbij, de Italiaanse ervaring in gedachte, wederom de peseta betrokken kan zijn - moet dan niet worden uitgesloten. Aan de zware druk op de Franse franc van dit moment valt bovendien af te lezen dat deze munt momenteel ook "verdacht' is. Uiteindelijk zal de rust binnen het EMS weer terugkeren en kunnen pond en lire op realistische (lees: door de markt bepaalde) lage niveau's terugkeren. Bij een Frans "oui' zou de zaak in theorie anders liggen, hoewel sommigen daarbij aantekenen dat een mager "oui' hetzelfde is als "non'. Een (overtuigend) "oui' betekent in theorie de redding van Maastricht en kan ervoor zorgen dat de rust binnen het EMS betrekkelijk snel terugkeert, zonder dat additionele herschikkingen nodig zijn. Pond en lire kunnen ook dan hun herintrede doen. Wel mag in zo'n scenario verwacht worden, dat de Britten hun reserves ten aanzien van de EMU afzwakken. Daarvoor is de huidige afgang té serieus. De spanningen binnen het EMS van de afgelopen weken vonden hun aanleiding in de wijze waarop de Bundesbank in juli de rente verhoogde. Dat had ze handiger kunnen doen. Europa snakte op dat moment naar lagere renteniveau's en de landen die dat het hardst nodig hadden, hebben de raakste klappen gekregen. De ergste pijn lijkt echter te zijn geleden. Omdat de Duitse conjunctuur fors vertraagt en inflatie en geldgroei geacht mogen worden verder te dalen, is een volgende verlaging van de geldmarktrente in Duitsland een kwestie van tijd. Veel analisten gaan er daarom vanuit, dat de rentedaling verder zal doorzetten, zodat er licht in de tunnen zichtbaar is. Voorlopig een schrale troost voor de 3 miljoen werklozen en evenzovele daklozen in het Verenoigd Koninkrijk.

Bron: Rabobank Nederland / Directoraat Financiële Markten / Research Management