"Abilio' wil verzoening verzet Oost-Timor

Nieuwe gouverneur van Oost-Timor is voor integratie en geniet het meeste vertrouwen bij het Indonesische leger

JAKARTA, 18 SEPT. Oost-Timor heeft een nieuwe gouverneur. President Soeharto heeft ingestemd met de kandidaat op wie het streekparlement vorige week zijn keuze liet vallen: Abilio Jose Osorio Soares. Vandaag is hij ingehuldigd in de provinciehoofdstad Dili. "Abilio', zoals de Indonesische pers hem noemt, is een geboren Oost-Timorees, voormalig beroepsmilitair in het Portugese koloniale leger en al sinds 1974 voor aansluiting bij Indonesië. Meteen na zijn verkiezing liet hij weten een verzoening te willen met de verzetsbeweging Fretilin.

De scheidend gouverneur, ir. Mario Viegas Carrascalao, sinds 1982 in functie, genoot zowel plaatselijk als landelijk aanzien vanwege zijn openheid. Hij was voormalig lid van de UDT, die intern verdeeld is over aansluiting bij Indonesië. In 1989, tijdens zijn tweede ambtsperiode werd het militaire bestuur formeel opgeheven en werd Oost-Timor opengesteld voor buitenlandse bezoekers. Hij kreeg te maken met grote anti-Indonesische demonstraties: tijdens het bezoek van de paus in oktober 1989 en na de afgelasting van een missie van Portugese parlementariers, vorig jaar herfst. De oplopende spanningen daarna mondden uit in een grote demonstratie op 12 november, die door het leger uit elkaar werd geschoten. Daarbij werden minstens vijftig burgers gedood.

Van de drie kandidaten voor zijn opvolging, allen districtshoofden en Oost-Timorezen, waaruit het provinciale parlement mocht kiezen, heeft "Abilio' de minste opleiding, maar hij geniet het meeste vertrouwen bij het Indonesische leger. Sinds de inlijving van de voormalige Portugese kolonie door Indonesië in 1976 dient een kandidaat-gouverneur van Oost-Timor aan een aantal criteria te voldoen. Hij moet uit de provincie afkomstig zijn, behoren tot een politieke groepering die in de nadagen van het Portugese bewind voorstander was van "integratie' in Indonesië en hij moet zowel de instemming hebben van het leger als de zege van bisschop Filipe Ximenes Belo, de rooms-katholieke kerkvader van Oost-Timor.

Ofschoon zowel bisschop Belo als scheidend gouverneur Carrascalao daar in het openbaar op hebben aangedrongen, was het lange tijd onduidelijk of voor de vierde keer sinds 1976 een kandidaat uit de streek zijn intrek zou nemen in het gouverneurspaleis van Dili. Ook de naam van de vice-gouverneur, een niet-Timorese legerofficier, deed namelijk de ronde. Twee weken geleden gaf president Soeharto zijn fiat aan een uitsluitend "autochtone' kandidatenlijst. Daarop koos het provinciale parlement, waarin regeringspartij Golkar de absolute meerderheid heeft, met 33 van de 45 stemmen voor Abilio Jose Osorio Soares, de regent van het district Manatuto. Dit is de eerste keer dat een dergelijke procedure is gevolgd; de vorige gouverneurs werden rechtstreeks aangesteld door Jakarta.

"Abilio' (45) volgde Portugees lager technisch onderwijs en diende van 1968 tot 1973 bij de Tropaz, de Oosttimorese troepen binnen het Portugese leger. Hij was mede-oprichter van de inmiddels ontbonden Apodeti, de kleinste politieke partij van Oost-Timor, die voorstander was van aansluiting bij Indonesië. Na die zogenoemde "integratie' was hij hoofd van de dienst openbare werken en vervolgens burgemeester van Dili. Sinds vijf jaar is hij regent van het district Manatuto. Soares is al jaren goed bevriend met luitenant-kolonel Prabowo Djojohadikusumo, voormalig commandant in Oost-Timor van het beruchte corps speciale troepen en een schoonzoon van Soeharto.

“Mijn voorganger heeft zich vooral geconcentreerd op de economische ontwikkeling van de provincie; mijn eerste prioriteit wordt de politiek', zei "Abilio' na zijn verkiezing. “De bemoeienis van het buitenland, dat de status van Oost-Timor aan de orde blijft stellen, is een afspiegeling van onze interne verhoudingen. Zolang wij ons politieke leven niet op orde brengen, blijft Oost-Timor internationaal een twistpunt. Dat vraag tijd en vereist de steun van alle partijen. De politieke loyaliteiten in Oost-Timor verlopen nog steeds langs oude lijnen.”

Hij zei daarom rekening te moeten houden met alle vier de sociaal-politieke groepen die er voor de integratie waren: de UDT (Democratische Unie van Timor, die het liefst bij Portugal was gebleven en nu verdeeld is over aansluiting bij Indonesie), het Fretilin (Nationaal Bevrijdingsfront van Timor, dat in 1975 de onafhankelijkheid uitriep en na de Indonesische invasie tegen Jakarta bleef vechten, Apodeti en de rooms-katholieke kerk. Hij zei dat hij aanhangers en leden van het Fretilin “omhelst” en hen wil overtuigen dat “integratie in Indonesie de beste weg is voor het volk van Oost-Timor”.