Zonnebloemen in een netje; Stichting Eigenwijze Mode bestaat vijf jaar

De tentoonstelling Kousen is van 17 t/m 25 sept te zien in Boekhandel Van Gennep in Rotterdam en reist daarna (t/m 4 feb) langs galerie Intermezzo in Dordrecht, galerie Ra in Amsterdam, galerie Exponent in Amersfoort en Galerie PuntGaaf in Groningen.

Een zonnige dag in Rotterdam. Voor de camera staat een rasechte beta, met melkboerenhondehaar, een ziekenfondsbril en een t-shirt met een grote gele lachebek erop. De interviewer stelt een vraag: "Wat is stijl?' De jongen denkt even na. "Dat je je bewust bent van wat je aan hebt enzo.'

Het zeer bewust geklede publiek ligt in een deuk. De videofilm Kleedcodes van André Hart werd afgelopen dinsdag vertoond ter gelegenheid van het jubileum van de Stichting Eigenwijze Mode. Deze stichting werd vijf jaar geleden opgericht om jonge mode-ontwerpers een steuntje in de rug te geven bij het veroveren van een plek op de markt.

De interviewer: "Wie heeft de macht om het modebeeld te bepalen?' Een oudere vrouw: "De winkeliers.' Een Rotterdammer, in trainingspak: "Parijs enzo. En Londen.' Een meisje: "Tv-series. Goede tijden, slechte tijden.' Een vrouw: "De mensen zelf.'

Het moet de pas afgestudeerde ontwerper doen wanhopen. Daar staat hij met al zijn prachtige ideeën, maar hoe krijgt hij dit gewone volk zover dat het zijn kleren aantrekt? Eigenwijze Mode doet er alles aan om hem de weg te wijzen in de vleesetende jungle van de modewereld. Elke maand organiseert zij een Modekafee in het Rotterdamse café Zochers, onder de Euromast. Daar geven vertegenwoordigers van de textielindustrie, ontwerpers, journalisten, galeriehouders lezingen en wordt gediscussiëerd met het publiek. De stichting zoekt sponsors, zet netwerken op, schrijft modeprijsvragen uit, verzorgt modeshows (zoals de show van ontwerpen voor vijftig-plussers in het Amsterdamse World Fashion Centre in 1991), organiseert cursussen, regelt een gezamelijke stand op de Modam, geeft nieuwsbrieven uit en is een vraagbaak.

Eigenwijze Mode steekt ongetwijfeld veel hulpbehoevende ontwerpers-met-een-uitkering een hart onder de riem. Bovendien benadert de pers haar welwillend. Met haar maandelijkse modepresentaties biedt zij immers een handig overzicht van wat er broeit onder het jonge talent.

Toch krijg ik een kriebelig gevoel bij het bekijken van de jubileumtentoonstelling Kousen. Veertig "vormgevers' hebben volgens de catalogus kousen ontworpen, maar kennelijk waren ze niet op tijd voltooid, want ik tel er veel minder. En van de kousen die er wel zijn doen de meeste me meer denken aan verkleedspullen voor een bonte avond dan aan produkten van jonge ontwerpers die in Milaan willen meetellen. Namaakzonnebloemen genaaid op een netkous; een vlekkerig geverfde organza kous met opgenaaide pailletten; een nylonkous waarin met een sigaret gaatjes zijn gebrand, die met draadjes worden verbonden.

Wel mooi en technisch zeer vaardig gemaakt is de machinegebreide wollen jumpsuit met kabels van de Enschedese Marchien van Zomeren. De in donkerbruin en ecru uitgevoerde herenversie sluit zo perfect om het lichaam dat hij uitnodigt tot strelen.

In de forumdiscussie later op de avond blijkt ook bij anderen wrevel te bestaan. Op de vraag aan panellid Pauline Terreehorst, moderecensente van De Volkskrant, hoe jonge ontwerpers nu toch in hemelsnaam haar aandacht kunnen trekken, volgt een kort maar ijzig zwijgen. "Dat vind ik een onzinnige vraag,' antwoordt ze vervolgens; "de jonge ontwerper moet een eigen klantenkring opbouwen en die goed bedienen. Kwaliteit leveren.' Op het produkt volgt de erkenning, niet andersom.