Woordenlijst valutamarkt

Devaluatie: een door de autoriteiten afgekondigde neerwaartse aanpassing van de muntkoers ten opzichte van andere muntsoorten

Depreciatie: een autonome waardedaling van de muntkoers op de valutamarkt ten opzichte van andere muntsoorten

Revaluatie: een door de autoriteiten afgekondigde opwaartse aanpassing van de muntkoers

Appreciatie: een autonome waardestijging van de muntkoers op de valutamarkt ten opzichte van andere muntsoorten

Spilkoersen: de afgesproken koersverhoudingen tussen landen die aan een muntstelsel deelnemen; de munten mogen zweven binnen een overeengekomen bandbreedte

Herschikking: aanpassing van de spilkoersen van een muntstelsel

Disconto: basisrente waartegen banken bij de centrale bank geld kunnen lenen in ruil voor discontabele waardepapieren (onder andere schatkistpapier en promessen)

Lombard-rente: geldmarktrente waartegen banken tegen zekerheden bij centrale bank geld kunnen lenen

Daggeldrente: rente die verschuldigd is voor het verkrijgen van een daggeldlening

Beleningsrente: rente die centrale bank hanteert als zij de banken enige tijd van extra kasmiddelen wil voorzien wegens een te krappe geldmarkt

Reële rente: het verschil tussen het feitelijke rentepercentage (nominale rente) en de inflatie

Rente-écard: het verschil tussen de rentevoeten van verschillende landen

Speculeren: het verkopen respectievelijk kopen van vreemde valuta (of effecten etcetera) met als enige oogmerk het behalen van winst door later tegen een lagere koers terug te kopen of tegen een hogere koers te verkopen.

Short gaan (bij speculeren): het verkopen van valuta die men niet bezit op het moment van verkoop, met het doel de verkochte valuta terug te kopen wanneer de koers is gedaald en vervolgens te leveren aan de kopen om koerswinst te behalen