Verdediging tegen Tataren nu basis voor Russisch ecologisch netwerk; De houten muren van de tsaar

Op satellietfoto's is hij nog goed te herkennen: de Russische "Groene Muur'. In de zestiende en zeventiende eeuw lieten de Russische tsaren bospercelen aanleggen met een lengte van honderden kilometers. De bedoeling was om de Tataren en andere plunderende ruitervolken uit het zuiden af te remmen. Bij naderend gevaar werd een deel van het bos gekapt. De liggende stammen met zijtakken vormden een hindernis die vertragend werkte, waardoor een verrassingsaanval werd voorkomen. De bioloog Ponomarenko wil de groene linies nu om ecologische redenen in hun oude staat terugbrengen.

""Deze soorten zijn geschikt voor de publiciteit'', meldt de Russische bioloog Sergej V. Ponomarenko, nadat hij heeft opgesomd welke zeldzame dieren zich in deze "Groene Muur' bevinden: bevers, elanden, otters, grote roofvogels. Nee, de Russische beer komt hier niet voor. Maar eigenlijk interesseert Ponomarenko zich voor het complete ecologische netwerk van bossen waarin vele honderden diersoorten zich kunnen verplaatsen en vermeerderen.

Ten zuiden en zuidoosten van Moskou liggen grote delen van dat netwerk dat eens een aaneengesloten geheel vormde. De Russische "Groene Muur' heeft vroeger echt bestaan en is nu de werktitel van de ecologische activiteiten van Ponomarenko.

Tot het eind van de achttiende eeuw, toen een van de vele Turks-Russische oorlogen werd gevoerd, heeft de Groene Muur dienst gedaan als verdedigingslinie voor het Russische leger. De bospercelen zorgden ervoor dat de vijandige cavalerie werd vertraagd. Ponomarenko schroomt niet een vergelijking te maken met de Chinese Muur, die volgens hem uniek is in zijn schaal maar niet in zijn functie. In beide gevallen trachtten boerengemeenschappen zich te beschermen tegen nomadische ruitervolken - de Mongoolse Khan's, de Kalmukken en Kirgiziërs, de beruchte Tataren.

In Rusland zijn verscheidene groene verdedigingslinies aangelegd, van enkele honderden kilometers lang en enkele kilometers breed. Bij de komst van de ruitervolken hakten de verdedigers enkele boomrijen om, zodat de doortocht in het bos werd bemoeilijkt. Het omleggen van bomen heette "abatis'. Dit woord komt in talloze Russische geschriften voor vanaf de zestiende eeuw. Vanaf toen werden de gesoleerde bospercelen met elkaar verbonden en werden op strategische punten in de linies forten aangelegd. Ook werd personeel aangesteld om het abatis-bos te onderhouden, dat wil zeggen: ondoordringbaar te houden.

Vanaf het moment dat het Russische leger van de tsaar het belang van abatis onderkende, stonden er hoge straffen, soms de doodsstraf, op de aanwezigheid van burgers in deze bossen. Het is een belangrijke reden waarom de natuur in deze bossen tamelijk ongestoord zijn gang kon gaan en er relatief veel natuurwaarden behouden zijn gebleven.

Strategische positie

De oudste abatis-linie werd in de zestiende eeuw aangelegd. Deze Zaokskaja-linie van zeshonderd kilometer verbindt een zestal steden ten zuiden van Moskou, die vanaf de veertiende eeuw al werden beschermd door forten. Iwan de Verschrikkelijke, die van 1533 tot 1584 regeerde, voerde de regie bij de aanleg van deze linie, die vooral bedoeld was om de Krim-Tataren tot staan te brengen. In 1631 werd deze linie nog onder handen genomen door de Amsterdammer Jan Cornelis van Redenburg, architect van beroep, die op 3 februari van dat jaar aan het Russische hof verscheen en enkele forten en aarden wallen mocht renoveren in Rostov en Smolensk. De stad Tula, die een centrale strategische positie innam in deze linie, werd een militair hoofdkwartier van het Russische leger.

Toen de Russische tsaren in de zeventiende eeuw meer gebied naar het zuiden en zuidoosten onder controle kregen, werden twee andere belangrijke linies aangelegd: Izjumskaja (600 kilometer lang) en Belgorodskaja (800 kilometer). De linies werden meestal stukje bij beetje aangelegd; onderdelen ervan hebben afzonderlijke namen en zijn vaak verbonden met een oorlog of verdediging tegen een specifieke vijand.

Aan het eind van de achttiende eeuw verviel het militaire belang van de abatis-linies en werden delen verkocht aan particulieren die er landbouwgrond van maakten. Toch zijn de linies nog te herkennen op satellietfoto's; grote delen zijn behouden gebleven.

Ecologische hoofdstructuur

De gehavende en versnipperde abatis-linies zijn de bouwstenen voor een ecologische hoofdstructuur in Rusland, meent Ponomarenko. Hij wil de afnemende biodiversiteit in de gesoleerde bossen tot staan brengen door corridors aan te leggen. Deze corridors moeten honderden kilometers lang worden en drie tot vier kilometer breed. Zodoende ontstaat een raamwerk van natuurgebieden. Daarbinnen wil hij regionale boslinies laten aanleggen, van elk zo'n honderd vierkante kilometer groot, met slechts een beperkte ecologische functie. Het derde en laagste niveau van zijn inrichtingsplan bestaat uit bosranden rond landbouwpercelen met een breedte van ongeveer tien meter. Deze bosranden moeten de uitgestrekte en vlakke landbouwpercelen beschermen tegen winderosie en nuttige insecten leveren voor de biologische bestrijding van landbouwziekten.

Met deze laatste doelstellingen probeert Ponomarenko de Russische boerenorganisaties voor zich te winnen. De bioloog verwijst daarbij graag naar de Russische grondlegger van de bodemkunde, V.V. Dokuchayev. Deze begon rond 1900, na jaren van grote droogte en hongersnood onder de boeren op de uitgestrekte Russische steppen met de aanleg van bossen en boswallen rond de akkerbouwvelden. Zijn experimenten leidden tot minder erosie, een vochtiger klimaat en aanzienlijk hogere landbouwopbrengsten. Maar na zijn overlijden stierf ook het bebossingsprogramma een zachte dood.

Een tweede poging tot bosaanleg werd na de Tweede Wereldoorlog ondernomen, in het kader van een Stalin Plan. De dictator wilde twee miljoen hectare bos aanleggen. Hij had echter in de jaren ervoor vele biologen omgebracht, zodat zijn plan fundamentele vergissingen bevatte, stelt Ponomarenko. ""Maar nu is dan de derde periode aangebroken om het plan te uit te voeren. Er is een nieuwe situatie ontstaan, omdat we bossen moeten planten om het broeikaseffect te beperken. We moeten er snel bij zijn. Nu is de grond nog van de staat en gratis - over een paar jaar is de grond verdeeld onder particulieren en wordt de natuurontwikkeling een stuk lastiger en kostbaarder.''

Informatiesysteem

De bioloog voert in opdracht bodem- en vegetatie-onderzoek uit in de bossen, om hun ouderdom en ecologische waarde te bepalen. De uitkomsten stopt hij in een geografisch informatiesysteem in zijn computer. ""Dat levert een plan op hoe we de bossen het beste kunnen verbinden.''

Ponomarenko heeft zijn bedrijfje, een ecologisch ontwerpbureau, ondergebracht in twee kleine, anonieme kamers aan de achterzijde van een flatgebouw in Moskou. Die anonimiteit wil hij graag zo houden, om dieven niet op het spoor van zijn dure computers te brengen. Hij heeft de apparaten met steun van een Amerikaans fonds kunnen kopen, maar dat geld is nu op. De kantoorruimte is hem gratis ter beschikking gesteld door de Russische regering; een betere huisvesting kan hij zich niet permitteren.

Het valt als privé-bedrijf niet mee om opdrachten voor landinrichting in de wacht te slepen, verklaart Ponomarenko. Zijn contacten met "de politiek' zijn goed; hij wordt gesteund door de adviseur van Jeltsin op het terrein van ecologie en gezondheid, A. Jablokov, en door het Russische ministerie van milieu. Maar de regering heeft bijna geen geld, nu het natuurbeleid is gedecentraliseerd naar de regionale bestuurders.

Medio augustus is hij op bezoek gegaan naar de Kaluga-regio, ruim honderd kilometer ten zuiden van Moskou, om met de plaatselijke autoriteiten te onderhandelen over natuurontwikkeling. De inzet is een natuurpark van 70 duizend hectare, waar het regionale parlement toestemming voor moet geven. In totaal wil Ponomarenko zes miljoen hectare grond ten zuiden van Moskou opnieuw bebossen, op een totaal areaal van honderd miljoen hectare.

Ponomarenko zal zijn "Groene Muur' in Rusland stukje bij beetje moeten bemachtigen tijdens onderhandelingen in ongeveer veertig regio's.

Is dat niet vechten tegen de bierkaai, nu ieder lapje vrijkomende grond van nut kan zijn voor de voedselvoorziening en de gewesten hun bossen zullen kappen om westerse valuta te bemachtigen? Ponomarenko: ""We hebben sterke argumenten. Bovendien zijn we aangesloten bij de sociaal-ecologische vakbond, de grootste niet-goevernementele organisatie in Rusland, die vele internationale contacten heeft. Er is nu overleg gaande met de Wereldbank. Maar als de internationale organisaties ons niet helpen, zullen we niet winnen.''