Valutamarkten brengen positie Major in het geding

LONDEN, 17 SEPT. Op de daggrafiek van de valutahandelaren in de City is de ramp die zich in de afgelopen 24 uur rond het pond sterling voltrok duidelijk zichtbaar. IJzingwekkend steil wijst de lijn van het pond neerwaarts, ongehinderd door miljarden steunaankopen, ongehinderd door een eerste renteverhoging, ongehinderd door een tweede, ongehinderd door een renteverlaging: een vrije val. Een munt op zoek naar een nieuw evenwicht. Losbandig, eigenzinnig en met een gevoel voor drama, tot voor kort voorbehouden aan de Italiaanse lire.

Maar niet alleen het pond heeft gisteren verloren. Na “Black Wednesday” zit de regering van Groot-Brittanië zonder politiek programma en vraagt de helft van de bevolking zich hardop af of de snelle Europese integratie, zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, wel de juiste koers is voor het land. Een slechtere beurt had de Europese monetaire eenwording aan de vooravond van het Franse referendum in Britse ogen niet kunnen maken.

De Britse regering incasseerde smadelijk gezichtsverlies: eerst ging ze tot het uiterste om het pond met renteverhogingen te verdedigen. Gisteravond gooide ze de handdoek in de ring en bevrijdde het pond uit het keurslijf van het Europees Monetair Stelsel en bevrijdde ze zichzelf van de plicht de munt op niveau te houden ten opzichte van de Duitse Mark. Vanochtend werden de rentedalingen van gisteren weer ongedaan gemaakt en leek Major een politieke koers in te slaan die hij wekenlang met verve heeft bestreden: een devaluatie van de munt, gekoppeld aan een lage rentestand.

Met een eenmalige knieval komt John Major er niet van af: de valutamarkten beschadigden zijn politiek imago. De Partij van het Zakenleven, luidde nog maar enkele maanden geleden een van Major's verkiezingsslogans. Een verkiezingsrace die hem uiteindelijk in Downing Street bracht juist omdat het land bang was met Labour een periode van economische chaos en instabiliteit tegemoet te gaan. Wat is erger voor een Conservatief bewind dan door het mechanisme van de vrije markt - in dit geval de krachten van vraag en aanbod op de valutamarkt - onderuit gehaald te worden?

Hoe ernstig de politieke averij precies is zal pas de komende week duidelijk worden als Major verantwoording moet afleggen aan een inderhaast uit reces teruggeroepen parlement. Zijn minister van financiën Norman Lamont is hij zo goed als zeker kwijt: naar goed Engels gebruik treden ministers die zich eerst met hand en tand verzetten tegen een devaluatie en er vervolgens toch toe overgaan, vroeg of laat af. Uiteraard was Labour er gisteravond snel bij om Major onvermogen, gestuntel, onbenulligheid en onverantwoord gedrag te verwijten. De Labour-politici zitten evenwel met een klein probleem: zij hebben de toetreding van het pond tot het EMS goedgekeurd, evenals het interventieniveau van 2,69 mark dat gisteren onhoudbaar bleek.

Ernstiger dan het bezoedelde blazoen zijn de gaten die plotseling gapen in het politieke programma van de regering. Major zag Groot-Brittannië als een volwaardig, constructief lid van de Europese Gemeenschap. Met een munt verankerd in het EMS en een economisch beleid dat een EMS-lidmaatschap afdwingt: een lage staatsschuld en een pittige rente. Die rente moest de latente inflatie in bedwang houden maar mocht niet al te ver stijgen zodat ze als rem op de door recessie-geplaagde economie zou werken. Dat verhaal is sinds gisteren onverkoopbaar.

Het economische beleid van hoge rente omwille van het EMS heeft Major de hele zomer met verve verdedigd. De economie zou zich aan de recessie ontworstelen zonder renteverlaging, betoogde Major. Groot-Brittannië moest geduld hebben, economisch herstel was niet ver weg meer. Naarmate de recessie langer aanhield werd de roep om renteverlaging en devaluatie luider. Die mogelijkheid wees Major met kracht van de hand. Devaluatie was de “soft-option”, de gemakkelijke uitweg, oreerde hij vorige week. Met een devaluatie werd verraad gepleegd aan de toekomst.

Een munt zonder rem, het economisch beleid aan flarden, de prime-minister temidden van een politiek crash en de minister van financiën op weg naar een nieuwe carrière: zeker niet het scenario dat Groot-Brittannië voor ogen stond toen het zich - na jaren aarzelen - alsnog als volwaardig lid van de Europese Gemeenschap profileerde. Fervente tegenstanders van Britse participatie in de EG grepen onmiddellijk hun kans. De devaluatie had het weer eens bewezen: Groot-Brittannië en vergaande integratie, dat gaat niet samen. The European presenteerde vanochtend een nieuwe enquête over de Europese gevoelens van de Britten, uitgevoerd door het vermaarde onderzoeksbureau MORI: als de Britten zondag aanstaande zouden stemmen over het verdrag van Maastricht zou nog net een nipte meerderheid van 52 procent van de kiezers voor zijn. Het is niet ondenkbaar dat die balans in de komende dagen doorslaat naar de andere kant nu op spectaculaire wijze is duidelijk geworden dat de macht over sterling niet in Londen ligt, maar in Frankfurt bij de Duitse Bundesbank, die de rente in eigen land hoog houdt en de druk op het pond daarmee in stand hield.