Valutacrisis vormt opmaat voor politieke crisis in EG

ROTTERDAM, 17 SEPT. Twee devaluaties in één week, de lire op zondag en gisternacht de Spaanse peseta. Tot nu toe een zestal bijstellingen van de rentetarieven van verschillende Europese centrale banken. Het pond sterling en de lire die tijdelijk buitenspel staan: het Europees Monetair Stelsel (EMS) schudt op zijn grondvesten. Wat gisteren nog door kon gaan voor een "sterling-crisis' of een 'lire-crisis' kan nu zonder overdrijven worden gekenschetst als een crisis van het EMS. En daarmee als een politieke crisis van de EG.

Ontworpen om de monetaire rust en prijsstabiliteit in de EG te brengen, moet het EMS deze week zijn meerdere erkennen in de krachten van de vrije valutamarkt. Alleen al vorige week werd de wegzakkende koers van de lire met een bedrag van omgerekend meer dan 30 miljard gulden gesteund. De koerssteun van het pond sterling vergde waarschijnlijk een nog groter bedrag. De som van 20 miljard D-mark die de Bank of England voor de steun leende was gisteren op. De valutamarkt is met de monetaire chaos die werd verwacht na een eventuele Franse afwijzing van de Economische en Monetaire Unie, op het referendum van komende zondag vooruit gelopen. “Europa gaat de zwaarste valuta-crisis doormaken sinds de jaren dertig”, was vorige week al de verwachting in Britse financiële kringen. Die voorspelling is zonder meer uitgekomen.

De voornaamste reden voor de voortdurende onrust op de valutamarkten lijkt op dit moment de twijfel aan de haalbaarheid van de Europese Monetaire integratie, die met het Verdrag van Maastricht dat vorig jaar werd gesloten, wordt beoogd. Een cynicus zou op dit moment kunnen vaststellen dat het Franse referendum over Maastricht alvast onder de partijen op de valutamarkten is gehouden. De voorlopige uitslag is “nee”.

Drie vragen dienen zich aan: waarom prevaleert het oordeel van de valutamarkten boven dat van de Europese regringen en centrale banken, en waarom is dat oordeel van de valutamarkten afwijzend? En overleeft het Europese Monetaire Stelsel de huidige crisis?

De macht van de markt is in de wereld van de valuta zeer groot. De internationale handel in geld is sinds de jaren zeventig enorm toegenomen. De valutamarkt is volledig en wereldwijd gecomputeriseerd, en geldt als de snelste, meest efficiënte en vooral best genformeerde markt ter wereld. Dagelijks gaan gemiddelde bedragen om van 900 miljard dollar, zo'n 1,6 biljoen gulden. Dat bedrag is vergeleken met vijf jaar geleden verdubbeld.

De reden voor de toename van die valutahandel is voor een deel de internationalisering van het bedrijfsleven. De overschotten en tekorten die een internationaal opererende onderneming op elk willekeurig moment heeft, moeten zo goed mogelijk worden belegd. Toekomstige betalingen in vreemde valuta kunnen nu vast worden ingekocht, wanneer wordt vermoed dat die valuta in de toekomst duurder wordt. Bovendien hebben er omvangrijke investeringsstromen plaats waarvoor de eigen munt moet worden omgerekend in de valuta van het land waar het geld naar toe moet. De professionele valutahandel, die voor het grootste deel in handen is van de banken, voert dergelijke orders uit.

Tegelijk met deze “reële” handel is de speculatie in valuta in de laatste tien jaar enorm toegenomen. Werkelijke orders voor cliënten maken op dit moment naar schatting vijf procent uit van het totale handelsvolume in valuta. De rest is speculatie.

Pag.20: Economische recessie in Groot-Brittannië blijft doorwoekeren

In kringen van multinationale ondernemingen ging vandaag zelfs het gerucht dat Arabische oliesheiks en grote drugshandelaren op dit moment via hun bank meegokken in het casino van de valutahandel.

In hectische weken als deze neemt de speculatie alleen maar toe. Londense banken signaleerden gisteren een verdubbeling van de normale dagelijkse omzetcijfers. Bij omzetten die moeten worden gemeten in biljoenen dollars, verbleekt de krachtigste interventie die de centrale banken kunnen doen. De voormalige Britse minister van financiën, Lord Calaghan, verwoordde het gisteren fraai: “Als je de markt tegen hebt, dan doe je niets.” Zijn verre opvolger en huidige minister Norman Lamont, had zich die woorden in de oren mogen knopen.

Het pond heeft de markt tegen. Beleggers letten bij een valuta op twee zaken: het risico dat zij lopen op een koersdaling, en de beloning die zij krijgen voor het nemen van dat risico, de rente. De koersdaling van het pond, de lire en de peseta werd de laatste weken zo algemeen verwacht dat de rentevergoeding buitenspel stond: de verlaging van het Duitse disconto, waar toch wekenlang reikhalzend naar was uitgekeken, bleek maandag een druppel op een gloeiende plaat. De Britse renteverhoging van gisteren met twee procent - en later Lamonts toespeling op nog eens drie procent - werd op de valutamarkten weggehoond. Zweden, dat de koers van de kroon op gelijke voet met het EMS wil houden, moest een ongekende daggeldrente van 500 procent doorvoeren om de val van de kroon te stoppen.

De kracht van de markt bleek ook uit de vruchteloze pogingen van de centrale banken om in te grijpen. In het EMS is de verplichting opgenomen om een munt te steunen zodra die door de minimaal toegestane koers tegenover de andere Europese valuta dreigt te zakken. Schattingen over het bedrag dat in de afgelopen anderhalve week in steunaankopen is gaan zitten, zijn er niet. De nu bekende gegevens wijzen op het equivalent van tientallen miljarden guldens.

De Britse regering kon uiteindelijk niet anders meer dan het pond tijdelijk uit het EMS halen. De Britse rente werd maar weer teruggebracht naar het oorspronkelijke niveau van tien procent. Moegestreden verdrinkt het pond nu in de kolkende golven van de valutamarkt om uit te komen op een koers die door de markt als reëel wordt beschouwd. Waar de daling ophoudt, weet niemand. De lire ondergaat onder soortgelijke omstandigheden een zelfde lot, en werd vannacht ook tijdelijk van het EMS losgekoppeld.

Dat de koers van het pond onder druk staat, is volgens valutahandelaren en monetair economen te wijten aan de fundamentele zwakte van de munt. Deze fundamentele gegevens spelen op dit moment de hoofdrol. Inflatie heeft het pond uitgehold, het begrotingstekort van de Britse regering is in twee jaar opgelopen van non-existent naar vijf procent. Maar het belangrijkste is dat de economische recessie in Groot-B rittannië blijft doorwoekeren. Gisteren werd in Britse oppositiekringen al gesproken van de ergste crisis sinds de jaren dertig. Italië kampt met chaotische overheidsfinanciën, een enorm budgettekort, een staatsschuld ter waarde van meer dan het bruto nationaal produkt en een hoge inflatie.

Een nu gebleken zwakte van het Europees Monetair Stelsel is, dat de groeiende onderlinge verschillen tussen de lidstaten met de mantel der liefde zijn bedekt. De nationale valuta, die normaal symbool staat voor de fundamentele kracht van de economie, stond altijd in een vaste verhouding tot de overige Europese munten, wat er in de onderliggende waarde ook veranderde. Koersdruk werd weggestreken met het rente-instrument, en waar nodig met interventies.

Ironisch genoeg legde juist het Verdrag van Maastricht dat vorig jaar werd gesloten en voortbouwt op het EMS, de onderlinge verschillen pijnlijk bloot. Voor het eerst werden monetaire standaarden geformuleerd, waaraan de EG-lidstaten in de toekomst moeten voldoen om deel uit te kunnen maken van de Economische en Monetaire Unie van de EG. De inflatie mag niet meer dan anderhalf procent hoger zijn dan het gemiddelde van de drie landen met de laagste inflatie, de rente mag niet meer dan twee procent afwijken van het EG-gemiddelde, het budgettekort van de overheid mag niet groter zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands produkt en de staatsschuld niet groter dan zestig procent van het bbp. Duidelijke richtlijnen, die de zwakke broeders van het EMS die zich tijdenlang in het schemer van de vaste Europese wisselkoersen op hielden, aan het licht brengen. Groot-Britannië, Italië maar ook Spanje horen tot die groep. Of de Fransen zondag “ja” of “nee” stemmen, zegt alleen iets over de toekomstige noodzaak en verlichting van de EG-leden om straks aan de standaarden van Maastricht te voldoen. Op dit moment brengt de markt de nieuwe orde al vast aan binnen het EMS, en zorgt voor koersverhoudingen die in de ogen van de valutahandel reëel zijn.

Hoewel de markt dus het eindoordeel velt, heeft de voorgeschiedenis van de huidige crisis binnen het EMS ook een politiek karakter. De Duitse centrale bank, de Bundesbank, speelt daarbij een dubbelrol. In Frankfurt heeft men al maanden laten doorschemeren minder gelukkig te zijn met de afspraken van Maastricht. Weliswaar waren de standaards vastgelegd, maar tegelijk zijn de formuleringen zo gekozen dat een enigszins soepele toepassing mogelijk is. In Duitse ogen, waaronder die van de Bundesbank, wordt zo de D-mark verkocht. Een aantal bankdeskundigen zag in de Duitse discontoverhoging van 17 juli, die officieel werd gepresenteerd als een poging de binnenlandse geldhoeveelheid en inflatie te beteugelen, daarom mede een poging de EG-politici met de harde feiten van de markt te confronteren. De bewuste renteverhoging maakte de mark eerst ijzersterk tegenover de Amerikaanse dollar. De spanningen die dat onder de Europese valuta teweeg bracht, waren de directe veroorzaker van de huidige crisis.

Bovendien gaat achter de beweegredenen van de Bundesbank een diepgaand conflict met de Duitse regering schuil. Binnen de Bank overheerst de mening dat de Duitse eenwording te snel en tegen te hoge kosten is gerealiseerd. De vorige president van de Bundesbank, Karl Otto Pöhl, stapte uit protest vorig jaar op. Het gevaar voor inflatie in Duitsland, te hoge schulden en een ontoelaatbare toename van de hoeveelheid binnenlandse D-marken, gaat de Bank nu hardhandig tegen met maatregelen die in rest van Europa met ergernis worden bezien. De aantijging - al dan niet terecht - dat Duitsland de rest van Europa opscheepte met een te hoge rente, zou daarom beter gericht kunnen worden tegen bondskanselier Helmut Kohl dan tegen Bundesbank-president Helmut Schlesinger, zo wordt in Londense financiële kringen beluisterd.

Naast politieke oorzaken heeft de crisis in het EMS ook politieke gevolgen. van de Franse president Mitterrand wordt verwacht dat hij een Frans “nee” politiek niet overleeft. De Italiaanse premier Amato dreigde op te stappen als zijn pakket van economische noodmaatregelen die de Italiaanse economie weer geloofwaardig moeten maken, worden afgekeurd. De Britse minister van financiën Lamont wordt door de effectieve devaluatie van het pond sterling een makkelijke prooi voor politieke tegensanders, als hij zelf al niet voortijdig opstapt.

Verwacht wordt dat de turbulentie onder de Europese valuta in de komende week nauwelijks afneemt. Toch, temidden van alle chaos, twijfelt niemand eraan dat het EMS ook deze zwaarste crisis in zijn bestaan zal overleven. Het economisch belang van stabiele Europese wisselkoersen is immers erg groot. Maar de les is dat het EMS volgens de meeste deskundigen flexibeler moet functioneren. Hetgeen wil zeggen dat politici zich minder dogmatisch moeten opstellen als het muntherschikkingen gaat. De weg naar Maastricht is nog lang, en wellicht zijn nog meerdere herschikkingen nodig voordat de Europese valuta in 1998, wanneer de EMU is gepland, in reële verhoudingen tot elkaar staan.

Gevaar is wel dat er tot dan in het EMS een soort A- en B-klasse van valuta ontstaat. De munten van monetair sterkere landen als Nederland, België, en wellicht ook Frankrijk en Ierland zullen zonder veel problemen rond de D-mark kunnen blijven cirkelen. Voor de andere landen moeten periodieke devaluaties niet langer worden uitgesloten, hoe pijnlijk en schadelijk ook voor de nationale trots en het politiek zelfvertrouwen. Afgelopen week werd duidelijk dat Frankfurt al in die richting denkt. De uitlatingen van Bundesbank-president Schlesinger in het Duitse Handelsblatt over de noodzaak tot verdere devaluatie - in Engeland gelaakt omdat Bankpresidenten nu eenmaal nooit speculaties mogen voeden -is daarvan een duidelijk bewijs. De Bundesbank wenst niet alnger de zwakke munten in het EMS te subsidiëren. De miljarden D-marken die zij vorige week moest verkopen om de lire te steunen, brachten zelfs de Duitse doelstelling van beperkte geldgroei in gevaar.

Ook in de toekomst loopt het EMS het gevaar om opnieuw te worden uitgedaagd door de valutamarkten. Of dat tot een herhaling van de chaos van dezer dagen leidt, hangt af van het nationale economische management en de begrotingsdiscipline van de leden van de EG. Dat betekent volgens valuta-analisten dat de standaarden van Maastricht hoe dan ook moeten worden nagestreefd om de kwaliteit van de nationale valuta binnen het EMS niet opnieuw uit balans te brengen. Want de voornaamste reden voor de huidige turbulentie onder de Europese munten is te vinden in een uit de jaren dertig stammend gezegde: “Een valuta sterft altijd in zijn eigen bed”.

    • Maarten Schinkel
    • Hans Buddingh'