Straffen

Sinds dr. Spock is "onvoorwaardelijke liefde' het sleutelwoord in kinderopvoeding.

Verder is iedereen het erover eens dat er grenzen gesteld moeten worden en dat kinderen gebaat zijn bij duidelijke regels. Dat is allemaal goed en wel, maar hoe zit het met straffen? Bettelheim, een andere autoriteit op het gebied, wijst het idee straffen in zijn geheel af. Volgens hem worden kinderen er alleen maar obstinaat van en helpt het niet om ze zich beter te laten gedragen. Ook stelt hij dat de macht tussen ouders en kinderen wel erg scheef verdeeld is: ouders schrijven de wet voor, daarna treden ze als politieagent op die de wetsovertreder betrapt, vervolgens als rechter die de strafmaat bepaalt en uiteindelijk als beul die het vonnis uitvoert. Het is een vergelijking die me wel bijgebleven is, en die aan kracht niet heeft ingeboet ondanks de getuigenissen van een aantal ex-moeilijk opvoedbare kinderen die Bettelheim na zijn dood beschuldigden van een terreurbewind in het tehuis waar hij directeur was in de jaren vijftig.

Hoe aansprekend de theorie van "opvoeden zonder straf' ook lijkt, in de praktijk loopt het absoluut spaak. Er gebeurt te veel dat tot direct ingrijpen noopt. Er doen zich, in ieder geval bij kleinere kinderen, bepaalde gedragingen voor die schreeuwen om iets fysieks, iets wat de onaanvaardbaarheid vlees laat worden.

Slaan mag niet, ik ben er volledig van doordrongen. Niet alleen kan ik me uit mijn eigen kindertijd geen slaag herinneren, al zal ik wel eens een paar tikken hebben gekregen, ook de pedagogen in hun adviesrubrieken over opvoeding in tijdschriften laten er geen misverstand over bestaan: het mag niet en het is bovendien contraproduktief. Dat laatste is waar. Mijn kinderen worden des duivels als ze een klap krijgen en beginnen uit woede terug te slaan.

Maar wat dan wel? Altijd weer hoop ik (in diezelfde adviesrubrieken) op een benaderingswijze te stuiten die werkzaam zou kunnen zijn. “Beloon gewenst gedrag, negeer het ongewenste” komt uit een erg softe hoek. Dan kan ik de hele dag wel bezig blijven met belonen, bovendien riekt het me teveel naar het dresseren van zeeleeuwen. Waar je ook vaak over leest is de zogenaamde spiegel-methode. Als een kind bijvoorbeeld uit frustratie, omdat iets niet lukt, de rotzooi door de kamer begint te gooien, moet je als ouder zeggen: “Ik geloof dat je erg boos bent, hè?” Het idee is dan dat het kind zich begrepen voelt en onder gedurig spiegelen langzaam tot bedaren komt. Helemaal onzin is het niet, maar je moet er wel veel geduld voor hebben, en afgezien daarvan staat het me tegen om de onnozele te moeten spelen.

Een heel populaire maatregel is de time-out, het verbannen naar de eigen kamer. Hier wordt altijd hoog over opgegeven. In de stilte van zijn eigen kamertje komt de kleine wetsovertreder tot bezinning, koelt af en treedt gelouterd weer naar buiten. Dat zeggen de boeken tenminste, maar waarom wordt mijn kind juist nog veel bozer als ik hem even opsluit? Ik moet echt uitkijken voor het meubilair.

Of ik nu mijn stem verhef, een klap uitdeel of overga tot kortstondige verwijdering maakt eigenlijk niet zo veel uit, hij vindt het allemaal even onverdraaglijk. Het is mijn boosheid die hem woedend maakt. Geïmponeerd wordt hij er zelden door. Hoewel het waarschijnlijk wel een goed teken is dat hij niet siddert van vrees bij elke kleine aanvaring, vraag ik me af of er nog iets van ouderlijk respect terecht zal komen, op verbaal niveau dan. Ruzies zullen zich blijven voordoen en woede ook. Het is een voordeel dat we deze jaren niet in Nederland wonen, anders had ik allang woorden als "trut' en "teringwijf' naar mijn hoofd gekregen (zodra kinderen de lagere school betreden worden ze daarin ingewijd). Voorlopig is zijn scheldrepertoire wegens gebrek aan voorbeelden beperkt tot het archaïsche "lelijkerd!' (uit Jip & Janneke) en, als hij erg boos is, "stiefmama!'

Dit klinkt dan wel vertederend, en ik moet er ook wel eens om lachen, maar bedoeld wordt eigenlijk "trut' of erger, dus ik zou het moeten indammen, maar hoe? Ik kan niet wachten tot hij oud genoeg is voor zakgeld, zodat ik het kan inhouden. Elk scheldwoord een kwartje eraf. Het klinkt als een effectieve straf, maar in de praktijk zal het wel weer tegenvallen.