Russische militairen medio 1993 weg uit Cuba

HAVANA, 17 SEPT. Rusland en Cuba hebben gisteren overeenstemming bereikt over de terugtrekking van de laatste 1.500 militairen van het voormalige Sovjet-leger die met hun gezinnen op Cuba verblijven. Rusland handhaaft een elektronische afluisterstation op Cuba. Dat hebben beide landen na een week van onderhandelingen in de Cubaanse hoofdstad Havana gisteren in afzonderlijk gepubliceerde verklaringen gezegd.

De Russische troepenmacht, die eerder symboolwaarde dan een militair belang vertegenwoordigde, zal halverwege 1993 geheel zijn teruggetrokken. Het contingent had vooral als taak het instrueren van Cubaanse militairen. De Russische gemotoriseerde infanteriebrigade waarvan de 1.500 soldaten deel uitmaken is sinds de Cubaanse raketcrisis van 1962 op Cuba gelegerd. Sinds de val van het communisme en het uiteenvallen van de voormalige Sovjet-Unie was de nauwe militaire samenwerking reeds sterk ingekrompen van omstreeks 20.000 in 1962 tot 11.000 een jaar geleden. Cuba heeft een staand leger van 180.000 man.

De Cubaanse president Fidel Castro zich sindsdien fel verzet tegen volledige opheffing van Russische militaire aanwezigheid op het eiland, omdat hij zei bang te zijn dat dit de Verenigde Staten “het groene licht zou geven voor een aanval op Cuba”. Castro stelde als voorwaarde voor Russische terugtrekking dat de Amerikanen hun basis aan de baai van Guantánamo in het zuidoosten van Cuba zouden moeten opheffen.

Toen Cuba in 1902 onafhankelijk werd van de VS werd in een verdrag bepaald dat de VS Guantánamo honderd jaar lang als steunpunt zouden mogen gebruiken. Castro heeft dit sinds zijn machtsovername in 1959 betwist. Rusland heeft steeds geweigerd de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de onderhandelingen te betrekken. De VS hebben het gisteren bereikte Cubaans-Russische akkoord toegejuichd. (AFP, Reuter)