Publiek ongenoegen (1)

Het publiek ongenoegen is door Ben Knapen mooi beschreven, met gebruikmaking van analyses van R. Dahrendorf en Th. Roszak (NRC Handelsblad, 12 september). Ook in Nederland zijn eerder al de nodige analyses geleverd, onder meer door Crince le Roy (over de Vierde Macht), C. Schuyt (over verzorgingsstaat en bureaucratie), en P. Kuypers (over bureaucratie en politiek).

In deze rij voegen zich prominente namen: Van Mierlo, Van Thijn, Den Uyl, Tjeenk Willink, mensen die een politiek antwoord zochten en zoeken ter bestrijding van het publiek ongenoegen. Tot op heden echter met weinig succes, hetgeen te meer teleurstelt nu de PvdA meeregeert. Het partijpolitiek bestel loopt aan de leiband van de bureaucratie (en de door D66 geplande ontploffing van het bestel is uitgebleven). Blijkbaar hebben degenen die, "openbaar werk' gemaakt hebben van hun bureaucratie-analyses nog niet de juiste aanpak gevonden. Men moet wel erg optimistisch zijn om alle hoop te vestigen op de Kamerbrede commissie-Deetman.

De benadering van het publieke ongenoegen toont dus enerzijds de beste stuurlui aan de wal (wetenschappers en journalisten) en anderzijds mensen die trachten in partijpolitiek vaarwater het schip te keren. Wat ontbreekt is de afstandsbediening om van de wal af de mensen op het schip te helpen koers te houden in de richting van de beoogde mix van "civil society' en verzorgingsstaat. Dit beeld van de afstandsbediening verwijst naar een nieuw soort organisatie: wel politiek getint maar geen politieke partij; wel gericht op invloed, maar niet op zoek naar zetels en macht. In de "afdeling Nederland' van deze organisatie kunnen mensen van Groen Links tot en met de VVD, alsmede partijlozen terecht. Allerlei wetten en overheidsregels zullen tegen het licht gehouden worden: afschaffen, vereenvoudigen, meer controle op naleving? De jacht op het ongebreidelde regelgeven is begonnen. Regelneven in de bureaucratie en in de verambtelijke politiek krijgen te maken met een nieuw soort countervailing power: de Nieuwe Alliantie . . .