Open deur

Van Lexmond naar Ameide. Bij Achthoven attendeert een plaspoging van de hond ons op een mandje dat bij een boerderij aan de dijk is gezet, een ijzeren mandje met lege flessen, een briefje en een portemonnee. In goed vertrouwen wacht het op de melkman.

Goh, weet je dat nog, dat de mensen vertrouwen hadden? Dat alleen boeven zich aan andermans eigendom vergrepen? Dat verreweg de meeste boeven in de gevangenis zaten? Wij in Arnhem hadden een koepelgevangenis, fantastisch fenomeen, wel bijna net zo boeiend als de trolleybus en de luchtlandingen van '44.

Toen had je nog lopers in de betekenis van een sleutel die paste op alle voordeuren van de straat. Waar ze kinderen hadden, hing een touwtje door de brievenbus. Iets op slot doen was een aanfluiting voor de buurt.

Ik mocht eens met mijn grootmoeder mee naar Rotterdam. Ze had daar een broer wonen, Carmiggelt heetten die mensen. Ze spoorden me aan om op straat te gaan spelen, zo'n smalle straat tussen bergwanden van woningen. Er was weinig te beleven. Ik ging naar binnen: trap op, nog een trap op, kamer in - het verkeerde huis! Jankend van schrik holde ik al die trappen weer af. Ik zag mezelf al gearresteerd, opgesloten in de koepel, en ben jarenlang bang gebleven voor Rotterdam.

Ja, dat waren nog eens tijden.