Ook na "Maastricht' blijft in Brussel de macht aan de diplomatie; Europarlement altijd in het defensief

Als "Maastricht' doorgaat krijgt de burger een belangrijker plaats aan de onderhandelingstafel in Brussel. Maar èchte, directe invloed krijgt hij niet.

BRUSSEL, 17 SEPT. Ook in het Europa nà Maastricht zal de burger zich niet bijzonder betrokken hoeven voelen bij het bestuur van de Gemeenschap - wie het Verdrag doorneemt op nieuwe rechten voor de burger raakt toch wat teleurgesteld. Er komen nieuwe symbolen (ombudslieden en enquêtes) en nieuwe procedures (beperkt veto-recht), die wat meer publicitair rumoer kunnen opleveren. De Europarlementariër mag straks ook op meer terreinen meepraten en meedenken met de beslissingen van de Raad van ministers.

Een echte Grondwet voor Europa is er echter niet gekomen. De burger kan ook na Maastricht geen "Euro-politici' naar huis sturen, nieuwe coalities vormen of initiatief-wetten indienen. In Brussel blijft de macht aan de diplomatie en staat de democratie op een zijspoor. Wel krijgt de burger na Maastricht een belangrijker plaats aan de onderhandelingstafel, maar doorslaggevend zal die stem alleen zijn als de anderen wensen in te binden. De verwachting is wel dat het na Maastricht steeds moeilijker zal worden om dat te weigeren.

Brussel blijft voorlopig nog het Europese meet- en regelcentrum voor nationale regeringen (samengebald in de diverse Raden van vakministers), met een dagelijks bestuur van ambtenaren dat alle politieke initiatieven mag nemen (de Commissie). Een hybride organisatie, te geïntegreerd voor een statenbond en te verdeeld voor een bondsstaat. De burger mag er via adviezen en amendementen in meesturen of er af en toe eens op de rem trappen door een begroting, een verdrag of een advies koppig te weigeren. Maar het enige resultaat is dan impasse en vertraging. Geen Commissaris die opstapt, geen kabinet dat valt, geen verkiezingen die dreigen. De Europarlementariër is altijd in het defensief. Zo blijft ook na Maastricht het grootste probleem van de EG onopgelost - dat van de legitimiteit, het gevoel dat er in Brussel rechtmatige, democratisch gecontroleerde macht wordt uitgeoefend, die zijn oorsprong vindt bij de burger zelf.

Tegelijk vreet de Gemeenschap wel steeds harder aan de nationale soevereiniteit - de belangrijkste economische beslissingen worden na de invoering van één munt straks op Europees niveau genomen; door de Europese ministers van financiën of door het bestuur van de centrale bank. Nu al worden de overheidsuitgaven in de EG gedicteerd door de Europese norm om bij de Europese unie te kunnen aansluiten. Hetzelfde zal in toenemende mate gelden voor justitie, sociaal, milieu, industrie en buitenlands- en veiligheids beleid. Landbouw is al grotendeels een Europese aangelegenheid. Nationale overheden blijven met de kruimels achter - onderwijs, cultuur, huisvesting, gezondheidszorg.

Het Verdrag van Maastricht is in Brussel na het Deense "Nej' in toenemende mate een onrustig bezit geworden - voor de één leek het aanvankelijk een stap op weg naar de verwezenlijking van de grote federale droom, voor de ander een logisch voortbouwen op de praktijk van het laatste decennium. Nu lijkt Maastricht opeens een voortzetting van alles wat de burger al zo lang niet aanstaat in Europa: het anonieme machtsspel, de onheldere structuren, de geringe invloed voor de kiezer. De Denen hebben een diepe kras op de Euro-droom gemaakt - en die gaat er niet zo snel weer uit.

Pogingen om het Verdrag uit te leggen, krijgen in Brussel de laatste tijd een excuserende ondertoon. Natuurlijk, het was beter geweest als er voor een heldere structuur was gekozen, met een duidelijke verdeling van de macht over het Europese, nationale en regionale niveau. Helaas is daarover binnen de Twaalf fundamentele onenigheid blijven bestaan, die in het Verdrag van Maastricht is bevroren in de catch all-formule over "subsidiariteit'. Daarin verklaart de Gemeenschap zich bevoegd op te treden "indien en voorzover' de lidstaten "niet voldoende' in staat zijn hun eigen boontjes te doppen. Maar wie zal uitmaken wanneer dat het geval is? Ook de "pijler-structuur' wordt nu stil vervloekt. Wie zal het de burger eens uitleggen - dat een deel van de Europese macht bijvoorbeeld over immigratie, justitie en veiligheid straks buiten Brussel om, direct tussen de lidstaten zelf in aparte "pijlers', zal worden uitgeoefend? Daar kan de burger nauwelijks iets aan amenderen of bijsturen via het Euro-parlement. Alle democratische controle moet dan komen uit de parlementen van de afzonderlijke lidstaten.

"Maastricht' valt uiteindelijk makkelijker goed te praten, dan uit te leggen. Zó lagen de politieke verhoudingen in december 1991 nu eenmaal. Maastricht is een typisch Europees produkt van moeizaam onderhandelen tussen nationalisten en federalisten - en dus een mengvorm van "pijlers', waarin nationale staten onderling op basis van unanimiteit zaken (blijven) doen, en een Europese Staat-in oprichting met een eigen rechtsstelsel en een eigen overheid.

In die Europese Staat worden nationale belangen tegen elkaar weggestreept, en dat gebeurt steeds efficiënter. Er wordt steeds meer gestemd met gekwalificeerde meerderheid en minder met consensus. Daardoor wordt de mogelijkheid van nationale parlementariërs om invloed via de eigen ministers uit te oefenen ook geringer. Er wordt intensief onderhandeld met de belangengroepen: handel, industrie, milieu, transport, vakbonden. Er spelen rechters en parlementariërs aan het grote diplomatieke Monopolybord mee - het belang van de burger is er steeds zijdelings bij betrokken.

Maar èchte, directe invloed in Brussel heeft de burger niet. Een Europese revolutie van onderop, een Europese Ross Perot, is niet mogelijk. Wegblijven bij de Europese verkiezingen, allemaal op Groen Links stemmen, het signaal zou in Brussel geen enkel effect hebben. Het enige wat de burger die zich tegen Europa wenst af te zetten rest, is stemmen tegen Maastricht. Als er in zijn lidstaat tenminste een referendum wordt gehouden.