Monodrama voor een onmuzikale contrabas

Voorstelling: De contrabas van Patrick Süskind. Spel: Guy Sonnen. Regie: Maarten Verhoef. Gezien: 16/9 Bovenzaal Stadsschouwburg Amsterdam. Nog t/m 27/9 aldaar, daarna elders in het land.

Een toneelspeler die graag wil opvallen doet een uitstekende keuze met het stuk De contrabas van de Duitse schrijver Patrick Süskind. Alleen al de naam van de auteur garandeert een zekere toeloop, want Süskinds zeven jaar oude bestseller Het parfum is ook in Nederland nog niet vergeten. Bovendien heeft de acteur op het podium geen concurrentie van collega's te duchten: de enige tegenspeler in dit tragikomische monodrama is een oude contrabas.

De kracht van het stuk zit hem in de tegenstelling tussen presentatie en inhoud: terwijl de acteur volop kan schitteren in een anderhalf uur durende conference kwijnt het door hem vertolkte personage weg in de anonimiteit. Dit personage, een ietwat verlopen contrabassist, schept aanvankelijk vreselijk op over zijn vak, dat in de hiërarchie van het symfonieorkest echter helemaal onderaan staat. Er zijn geen solopartijen voor de contrabas geschreven en het geluid klinkt zo brommerig dat ook de tutti's amper hoorbaar zijn.

Guy Sonnen, een acteur die ook enige tijd liederenzanger is geweest, speelt een gruwelijk onmuzikale musicus. Deze ambtenaar in dienst van de muze zien we in zijn morsige vrijgezellenkamer, een paar uur voor de première van 'Das Rheingold'. Wagner kan hij nou juist niet uitstaan. Die wist zijn geestelijke leed immers te sublimeren tot grootse opera's, terwijl het voor de toeschouwer duidelijk is dat de contrabassist zijn neurosen totaal niet in de hand heeft.

Dat is allemaal heel aardig om naar te kijken, al miste ik het slapstick-element een beetje. De contrabas vormt voor zijn eigenaar immers letterlijk en figuurlijk een enorm obstakel, en om dat aan te dikken had Sonnen er best wat nadrukkelijker over mogen struikelen.