Mark Lewisohn - geen freak, maar Beatleskenner par excellence; "Ze zijn gewoon mijn werk geworden'

The making of Sgt. Pepper, vanavond, Ned. 2, 20.40-21.35u.

Mark Lewisohn kent mensen die meer bezeten zijn van de Beatles dan hij zelf is. Dat zijn de fanatici, die hij met deernis in zijn stem “een beetje zielig” noemt, de lieden die hun hele ziel en zaligheid aan het fameuze viertal hebben opgehangen en over niets anders kunnen praten. Zo is hij niet. Sterker nog: hij gaat hun gezelschap het liefst uit de weg, ze stellen hem vragen - over de kleur van de sokken of het merk van de gitaarsnaren - die hij niet kan beantwoorden en bovendien niet van belang vindt. Hij is, zegt hij, a serious scholar, een historicus die er uitsluitend op uit is de carrière van de Beatles zo nauwgezet mogelijk in kaart te brengen en daarvan sinds 1983 zijn broodwinning heeft gemaakt. De Beatles zijn gewoon zijn werk geworden - en hij houdt het, zoals miljoenen anderen, binnen de kantooruren. 's Avonds om zes uur houdt het op.

De voorlopige kroon op dat werk verschijnt op 24 september: het 365 pagina's omvattende boek The Complete Beatles Chronicle, waarin de loopbaan van het succeskwartet van dag tot dag wordt beschreven, met volledige lijsten van alle concerten, alle opnamedagen in de platenstudio, alle filmopnamedagen en alle keren dat ze meewerkten aan radio- en tv-programma's. Een uitputtend werk, waarover Beatle-producer George Martin in het voorwoord zegt “dat Mark keer op keer bewijst dat hij veel meer weet over wat we hebben gedaan en wannéér dan wij zelf.” Zelf zegt de samensteller met oprechte bezorgdheid dat er ongetwijfeld nog een paar foutjes in zullen zitten: “Een historicus is nooit klaar met zijn werk, maar op een keer móet hij publiceren.”

Mark Lewisohn was researcher - in de praktijk hitlijstsamensteller - bij een Brits vakblad voor de platenindustrie, maar in zijn vrije tijd manifesteerde hij zich reeds als de jonge onderzoeker. Hij legde, puur voor zijn eigen genoegen, een volledige lijst aan van alle concerten die de Beatles ooit hebben gespeeld. “Het was helemaal niet de bedoeling er een boek van te maken, ik kon me ook niet zo goed voorstellen dat een ander daarin geïnteresseerd zou zijn. Toen ik in '83 op straat kwam te staan, had ik er vier jaar aan gewerkt. Er was iemand die het wilde uitgeven. Ik dacht: goed, dan besteed ik er nog zes maanden aan tot het klaar is en daarna ga ik een nieuwe baan zoeken. Maar al snel kwam er meer freelance-werk op me af. Zoveel dat ik nu dus al bijna tien jaar fulltime met de Beatles bezig ben.”

Zijn eerste boek, The Beatles live, bevatte nog heel wat onvolkomenheden. Zijn tweede, het in 1988 verschenen The Complete Beatles Recording Sessions, bevestigde echter in één klap zijn autoriteit. Hier stonden voor het eerst alle gegevens over alle opnamesessies in de Abbey Road-studio bij elkaar, samengesteld door iemand die niet alleen de volledige administratie had doorgenomen, maar ook alle opnamebanden had beluisterd. Hij wist, om maar iets te noemen, nauwgezet te melden op welke dag, hoe laat en met welk instrumentarium de oerversie van Penny Lane was opgenomen en wie daar later op welke dag dat karakteristieke gestopte trompetje aan had toegevoegd. Van de allereerste sessie (op 11 september 1962) tot en met de allerlaatste (8 mei 1970) bracht Lewisohn de platencarrière in kaart, duizelingwekkend gedetailleerd en verbluffend feitelijk. Van het boek werden 175.000 exemplaren verkocht.

“Er bestonden al ontzettend veel boeken over de Beatles en van heel wat auteurs kon je zeggen dat ze een autoriteit op dat gebied waren geworden. Maar het is, denk ik, mijn geluk geweest dat ik een fanatieke hang naar accuratesse heb. Het is ooit begonnen met de datum waarop John Lennon en Paul McCartney elkaar, in 1957, voor het eerst hebben ontmoet. Die stond nergens precies vermeld, terwijl we wèl wisten dat het was gebeurd tijdens een soort fancy-fair van de kerk, waar Lennon speelde met de Quarrymen, zijn eerste groepje. Ik ben naar de bibliotheek gegaan en heb de lokale kranten uit die tijd doorgenomen, want ik dacht: er zal over zo'n fancy-fair heus wel ergens een stukje zijn verschenen. En inderdaad. Het was zelfs nog mooier dan ik had gehoopt, want er stond bij vermeld dat op die dag John Lennon and the Quarrymen hadden opgetreden. En niemand dus die eerder de moeite had genomen om het na te kijken. Dit is geen onderzoek naar Shakespeare, waarbij je soms niet verder komt dan eind-zoveelste-eeuw - nee, dit is recente historie, de bronnen liggen allemaal onder handbereik, je kunt het allemaal opzoeken!”

“Maar je moet er wel de instelling van een historicus voor hebben. Het probleem is dat sommige mensen mijn onderzoek triviaal noemen, omdat ze het onderwerp triviaal vinden. Ik ben het daar absoluut niet mee eens, ik vind dat de Beatles de beste groep zijn geweest die ooit heeft bestaan en dat rechtvaardigt voor mij dat er serieus historisch onderzoek naar wordt verricht. Dat is mijn werk. Niet meer en niet minder, ik zorg ervoor dat ik de verhoudingen niet uit het oog verlies. Ik heb thuis geen foto's van de Beatles op de schoorsteenmantel staan, ik draai geen Beatle-platen voor mijn kinderen en ik vertel 's avonds haast nooit aan mijn vrouw wat ik die dag heb ontdekt. Sommige van mijn vrienden en kennissen weten niet eens wat ik overdag doe. Ik vind dat ik daar heel voorzichtig mee moet zijn; ik ben geen freak en ik wens ook niet als zodanig te worden beschouwd.”

“Het komt natuurlijk ook omdat popmuziek niet werkelijk serieus wordt genomen. Als ik Van Gogh of Churchill of Beethoven als mijn onderwerp had, zou niemand denken dat ik gek was. En toch is de werkwijze niet wezenlijk verschillend. Ik registreer de feiten. Ik waag me niet eens aan het privé-leven van de Beatles, omdat je dan moet speculeren wat er op een gegeven moment door hun hoofd ging - en ik houd niet van speculeren. Mijn boeken zijn bedoeld als naslagwerken, ik hoop dat ze over honderd jaar nog op een plank in de bibliotheek staan en dan hun waarde zullen bewijzen.”

“Het enige nadeel van mijn werk is dat ik minder snel opgewonden raak. Ik houd nog steeds erg veel van hun muziek, maar er is iets van de betovering weg nu ik ook de eerste tracks heb gehoord en weet hoe zo'n nummer is opgebouwd. Ook de persoonlijke contacten met de Beatles dragen daartoe bij. Ze respecteren mij en schakelen me in bij allerlei projecten. Dus belt Paul McCartney mij op over iets. Ik ben geneigd dat heel gewoon te vinden. Ik moet mezelf af en toe in de arm knijpen om weer dat oude gevoel uit het begin terug te krijgen - dat ik Paul McCartney aan de telefoon heb gehad, de beroemde Paul McCartney!”

Nu hij bijkans het monopolie op de Beatle-geschiedschrijving heeft verworven, is Mark Lewisohn betrokken bij alles wat op dat gebied gaande is: heruitgaven op cd, een tv-documentaire over de produktie van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (vanavond bij Veronica), een anthologie van solo-materiaal van John Lennon, een boek van George Martin, het blad van de officiële McCartney-fanclub, een onderzoek naar de Londense lokaties waar de eerste publiciteitsfoto's van de Beatles werden gemaakt, en meer. Zelf zal hij na The Complete Beatles Chronicle geen nieuwe initiatieven meer nemen (“wat kan ik hier nog aan toevoegen?”), maar door zijn reputatie blijven de opdrachten vooralsnog binnenstromen.

Hoe lang nog? “Ik heb geen idee. Ik dacht ooit dat ik er een half jaar mee in leven kon blijven en dat zijn er dus bijna tien geworden. Ik kan alleen zeggen dat ik af en toe heel bewust ook over andere onderwerpen schrijf. Maar ik kan geen nee zeggen als mij wordt gevraagd om alle opnamen van John Lennon te inventariseren, dat is te mooi om te weigeren. Tot dusver beheersen de Beatles mijn bestaan, ja, maar ik hoop niet dat het de rest van mijn leven zo blijft.”