Magische mestkever

Scarabee, archeologisch magazine. Okt-nov 1992. Jaargang 1, nummer 1. Verschijnt zesmaal per jaar. Prijs ƒ 7,95. Jaarabonnement ƒ 45,- (tel. 06-0224222). Uitgeverij Scarabee, Postbus 53397, 2505 AJ Den Haag.

In het oude Egypte gold de Scarabee, de mestkever, als goddelijk symbool van het leven na de dood. Zoals de mestkever zijn bolletje mest maar voortrolt over het zandpad, zo rijdt de zonnegod langs de hemelbaan. En net zoals de mestkever elk voorjaar opnieuw uit de grond opduikt, zo rijst de zon elke morgen weer boven de horizon als symbool van de wederopstanding uit de dood.

Moderne biologen tekenen daarbij aan dat mestkevers niet vanzelf herrijzen. De diertjes leggen eieren, die ze in verpakken in een bolletje mest. Dat wordt gerold en begraven als voedsel voor de larve, die zich in de lente weer tot kever ontpopt.

Met zulke details hielden de oude Egyptenaren zich echter niet bezig. Zij geloofden heilig dat de mestkever zichzelf spontaan tot leven wekte. Die symboliek sprak de makers van het eerste echte Nederlandse tijdschrift over archeologie na vijf jaar soebatten met hun sponsors aan en daarom hebben ze hun geesteskind Scarabee gedoopt. Voor de evenwichtigheid, zo licht de tweekoppige redactie toe, is daarna gekozen voor een Romeins lettertype, de Herculanum. Scarabee is een mooi blad geworden, rijk aan fraaie informatieve illustraties terwijl de vormgeving toch een soort klassieke rust uitstraalt.

Onder de medewerkers aan het blad zijn bekende namen uit de dagbladjournalistiek te vinden. In het eerste nummer, 60 pagina's dik, snijden ze zoveel verschillende onderwerpen aan dat je je onwillekeurig afvraagt wat ze nu in 's hemelsnaam nog voor het tweede nummer kunnen verzinnen. Er zijn reisverhalen uit Griekenland, Egypte, Italië, Turkije, Syrië en ook uit België. Beschreven wordt hoe bij het slaperige Vlaamse plaatsje Ename de oude fundamenten van een middeleeuws abdijcomplex na bijna twee eeuwen ongezien onder de grond te hebben gelegen nu blootgelegd zijn als archeologisch park. Het lijkt anno nu een wonderlijke gedachte dat een dorpje als Ename duizend jaar geleden op één lijn stond met steden van aanzien als Antwerpen en Gent. Hier, bij Ename, liet de Duitse keizer Otto een grote burcht bouwen, een voorbeeld dat in later eeuwen nog honderden malen zou worden nagebouwd. Maar helaas, zo valt in Scarabee te lezen, de dorpelingen van Ename dienden een verkeerde broodheer. Rond 1036 valt de burcht in handen van de graaf van Vlaanderen, die de vesting met de grond gelijk laat maken.

Uit eigen land is er een leuk verhaal over het reilen en zeilen van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort. Dagelijks komen daar telefoontjes binnen in de trant van: ""Ja hallo hier met Janssen. Zeg, ik sta hier in mijn tuin te graven en nu komt daar allerlei oud spul naar boven, een soort altaartje of zo. Kunt u dat komen halen, dan kan ik weer verder...'' Dat is dus een achterhaalde kijk op de zaak, zo blijkt na lezing van het verhaal. Juist bewaren in de bodem biedt de beste kansen op het fysieke behoud van oude restanten. Bovendien creëert men door alles maar op te graven een uit historisch oogpunt bezien leeg landschap.

Verder in Scarabee ondermeer de vorderingen van de opgraving van de Romeinse brug bij Cuijk aan de Maas, een gesprek met een ternauwernood aan bezuinigingen ontsnapte Haagse stadsarcheologe en een hele brave, obligate column ondertekend door Hedy d'Ancona. Voordat ze minister werd schreef ze leuker.