Machteloze dans met touwen en straattegels

Produktie: Littekens. Concept/vorm: Pauline Daniëls; muziek: collage; licht: Paul de Vrees. Gezien: 16/9 Lantaren, Rotterdam. Daar nog te zien t/m 19/9, daarna 28/9 t/m 3/10, Amsterdam.

Pauline Daniëls behoort tot de oudere generatie moderne dansers. Ze werkte een korte periode bij het toenmalige Rotterdams Danscentrum, was mede-oprichter van het collectief Dansproduktie, en koos in 1985 de moeilijke weg van een solo-carrière. Hoewel zij opmerkelijke dans- en bewegingscomposities op haar naam heeft staan, heeft Daniëls zich altijd het sterkst geprofileerd als uitvoerend danskunstenares door haar markante persoonlijkheid, gevoel voor stijl, technisch kunnen en de integere eigenheid in de artistieke invulling van haar produkties. Dit seizoen brengt zij onder de vleugels van het Nationaal Fonds een "bewegingsvoorstelling' met dansers en mimespelers onder de titel Littekens.

Drie paren moeten onderhuidse irritaties voelbaar maken, zoals littekens die, al is de wond geheeld, in bepaalde omstandigheden plotseling nadrukkelijk en hinderlijk voelbaar worden. De spelers, gehuld in een ratjetoe van slobberig wit ondergoed, dragen hun kwetsuren zichtbaar mee. Verbanden zitten om benen, armen of borstkassen. Die letsels veroorzaken de problemen echter niet, maar de onderlinge relaties. Het zijn geen heftige conflicten, eerder tergend zeurende. Op een met dunne touwtjes afgebakend langwerpig speelvlak zijn de drie mannen en drie vrouwen eerst met een serie straattegels in de weer. Een soort zelfopgelegd spel, waarbij het lichaam de grond niet mag raken en het middelste paar telkens tegels van de anderen wegpikt, zodat de slachtoffers tenslotte moeizaam met zijn tweeën op één tegeltje balanceren. Daarna lopen ze minutenlang langs de lijnen, waarbij één van de partners telkens uit de tredmolen treedt door een versnelling, een ritmewisseling die de ander niet kan volgen, door stil te staan of juist de wederhelft tot spoed te manen door een fikse trap.

Z ontstaan er drie korte, verschillend getinte duetten, die geen verandering of oplossing bieden. Aan het slot heeft de meest eigenzinnige dame alle tegels verworven, op elkaar gestapeld en staat daar triomferend bovenop, met een omgeslagen laken als mantel, hoog boven de anderen uittorenend.

Ik kan met deze produktie geen kant op. Het is nergens interessant, inventief, boeiend of tot nadenken prikkelend. Het kabbelt maar door en straalt een onbeholpenheid uit die waarschijnlijk kwetsbaarheid moet symboliseren, maar die op mij alleen een indruk maakte van machteloosheid over de materie. Hetzelfde gold voor de uitvoering.