Kamer is in debat vooral ongeduldig over Joegoslavië

DEN HAAG, 17 SEPT. "Ongeduld', dat was de centrale term in het Tweede-Kamerdebat gisteravond over Joegoslavië. Voor de Kamerleden komen de maatregelen van de internationale gemeenschap om de militaire agressie van de Serviërs in te dammen lang niet snel genoeg tot stand. En ook minister Van den Broek van buitenlandse zaken had nauwelijks verhulde kritiek op niet bij naam genoemde bondgenoten, die het besluitvormingsproces vertragen.

“Gebrek aan activiteit kan de internationale gemeenschap zeker niet worden verweten”, zei de minister, “maar het is met enig ongeduld dat de Nederlandse regering de tactiek van voldongen feiten door de Serviërs verder ziet consolideren. Dat was vorig jaar zo in Kroatië, waarbij we er steeds voor hebben gewaarschuwd dat dit in Bosnië verder zou kunnen gaan en nu is het ook in Bosnië het geval.”

Enkele Kamerleden vroegen zich openlijk af of sommige grote landen, in het bijzonder Frankrijk en Engeland, de situatie zoals die nu in ex-Joegoslavië bestaat hebben geaccepteerd en daarom niet bereid zijn daar echt iets tegen te ondernemen. De afspraken twee weken geleden op de Londense conferentie over Joegoslavië laten aan duidelijkheid niets te wensen over. “Maar er zijn geen maatregelen genomen om ze te effectueren”, constateerde mevrouw Sipkes van Groen Links bijvoorbeeld.

Van Traa (PvdA) riep de aanwezige ministers Van den Broek en Ter Beek (defensie) op de dingen zo langzamerhand “maar eens ondiplomatiek bij de naam te gaan noemen”. Hij voegde zelf de daad bij het woord door de waarnemersacties van de marine in de Adriatische Zee “in zekere zin flauwekul” te noemen. De opdracht van die schepen moet worden verruimd of ze moeten worden teruggetrokken, vond Van Traa. “We moeten niet met operaties meedoen die niets voorstellen en die bij de Serviërs de indruk versterken dat zij hun gang kunnen gaan.”

Minister Van den Broek sprak eveneens met hoorbare tegenzin over het “stapsgewijs proces” dat de Veiligheidsraad heeft gekozen. Dit betekent dat allerlei maatregelen, waarvan in Londen was afgesproken dat ze in één keer zouden worden genomen en ingevoerd - versterking van de VN-aanwezigheid, verbod op militaire vluchten boven Bosnië en controle op zware wapens - nu met grote tussenpozen worden uitgevoerd. We zullen, zei de minister met een ondertoon van gelatenheid, “de politieke realiteiten van dit moment zo goed mogelijk moeten analyseren”.

In een brief aan de Tweede Kamer gisteren hadden Van den Broek en Ter Beek nog eens hun aanbod voor extra VN-eenheden herhaald. Tijdens de vergadering gisteravond kwam het bericht uit New York, dat er een formeel verzoek aan Nederland zou komen om meer mensen te sturen. Wat voor eenheden dat moesten zijn, wilde Ter Beek niet zeggen voordat hij het formele verzoek binnen gekregen had. In de de wandelgangen werd duidelijk dat het om een uitbreiding gaat met circa 80 man van de reeds aanwezige 380 man verbindingseenheden. Daarnaast gaan de al klaar staande 200 tot 250 chauffeurs met 60 militaire trucks naar Joegoslavië en ten slotte twintig officieren, die bedoeld waren voor het waarnemersteam voor de controle op zware wapens, maar die voorlopig zullen worden ingezet als liaison-officieren.