Jong, jonger, jongst

In W&O van 3 september 1992 komt een stuk voor handelende over de discrete wiskunde, tevens gewijd aan prof. J.H. van Lint. In dat stuk wordt beweerd dat Van Lint toen hij in 1959, op 26-jarige leeftijd, tot hoogleraar werd benoemd hij toen de jongste was in Nederland ooit in zo'n positie aangesteld. Bij navraag, bij de auteur van het stuk, is mij gebleken dat van Lint het desbetreffende stuk voor de publikatie heeft gezien. Ik mag dan aannemen dat Van Lint ook zelf de mening is toegedaan dat hij de jongste was.

Men hoeft niet ver te zoeken om aan te tonen dat deze mening onjuist is. Op de achterzijde van de pocket-uitgave van ""Van der Waerden's Algebra'' kan men lezen dat de auteur op 2-2-1903 geboren werd en in 1928 tot hoogleraar te Groningen benoemd werd. Bartelt Leendert van der Waerden was toen 25 jaar oud.

Ik vermoed ook dat Jurjen Ferdinand Koksma (geb. 21-4-1904) toen hij in 1930 tot hoogleraar in de wiskunde aan de V.U. te Amsterdam benoemd werd (oratie 10-10-1930) jonger was dan van Lint ten tijde van zijn benoeming.

Niet bekend

Maar er zijn anderen, niet alleen Van der Waerden, die duidelijk jonger waren dan Van Lint. De volgende drie, evenals Van 't Hoff, Nobelprijswinnaars:

Hendrik Antoon Lorentz, geb. 18-7-1853, oratie als hoogleraar in de theoretische natuurkunde te Leiden op 25-1-1878. 24 jaar.

Willem Einthoven, geb. 21-5-1860, in december 1885 benoemd tot hoogleraar in de fysiologie te Leiden. 25 jaar oud.

Tobias Michel Karel Asser, geb. 28-4-1838, benoemd tot hoogleraar in het hedendaagse recht aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam op 9-3-1862 (23 jaar oud), oratie op 20-10-1862 (24 jaar oud).

Ik vond op mijn, niet erg consequent, uitgevoerde speurtocht nog de volgenden:

Jan van der Hoeven, geb. 9-1-1801, in 1826 tot hoogleraar in de zoölogie te Leiden benoemd.

Martinus Hoek, geb. 13-12-1834, in 1857 te Leiden benoemd als buitengewoon hoogleraar in de astronomie.

Christiaan Cornelius Uhlenbeck, geb. 18-10-1866, op 15-6-1892 benoemd te Amsterdam als buitengewoon hoogleraar in het Sanskrit.

Hermannus Tollius, geb. 1742, in 1766 tot hoogleraar te Harderwijk benoemd.

Dan nog de jongsten:

Joan Melchior Kemper, geb. 26-4-1776, op 28-7-1798 (22 jaar oud) benoemd te Harderwijk tot professor juris civilis et naturae. Oratie 16-6-1799.

Jan Hendrik van Swinden, geb. 2-6-1746, werd in december 1866 als 20-jarige te Franeker benoemd als hoogleraar in de filosofie, de logica en de metafysica. Oratie 18-3-1867.

Tiberius Hemsterhuis, geb. 1684?, doopdatum 18-1-1685, werd op 20-12-1704 benoemd tot hoogleraar in de filosofie en de mathesis aan het Athenaeum Illustre te Amsterdam. Tiberius was nog net geen 20 jaar.

Ik vermoed dat een consequent onderzoek naar een lijst van hoogleraren gerangschikt naar opklimmende leeftijd bij benoeming, liever nog op de dag van hun oratie, zal opleveren dat Van Lint omtrent de 20e plaats op die lijst zal belanden.

Voor serieus onderzoek ontbreken mij thuis de benodigde naslagwerken.