IMF zeer bezorgd over toestand wereldeconomie

WASHINGTON, 17 SEPT. De Westerse industrielanden staan voor een periode van grote onzekerheid. Het economisch herstel blijft zwak en ongelijk verdeeld, terwijl de speelruimte voor beleid zeer beperkt is. Het risico van tegenvallers is groter dan de kans op verbetering.

Dit schrijft de staf van het Internationale Monetaire Fonds in de halfjaarlijkse World economic outlook, die gisteren voor publicatie is vrijgegeven. De World economic outlook dient als uitgangspunt voor de jaarvergadering van het IMF, die dit weekeinde wordt voorafgegaan door een serie bijeenkomsten van ministers van financiën.

De IMF-staf is uitermate bezorgd over de internationale economische vooruitzichten. De verwerking van de excessen met onroerend goed-prijzen en verschulding van ondernemingen in de jaren tachtig duurt langer dan werd verwacht. Grote, in de meeste gevallen toenemende overheidstekorten hollen het vertrouwen van het bedrijfsleven en de consumenten uit en hebben tot gevolg dat de lange rente zich ondanks de zwakke conjunctuur nog steeds op historisch hoge niveaus bevindt. Bovendien leiden de tegenstrijdigheden in het monetaire beleid van de belangrijkste industrielanden tot spanningen in de financiële en valuta-markten.

Ruimte voor beleidsmaatregelen om de economische malaise te keren is nauwelijks aanwezig, volgens de IMF-deskundigen. Het beleid moet rekening houden met inflatiebestrijding waardoor stimulering door renteverlaging nagenoeg is uitgesloten. Het enige land met een gunstig uitgangspunt wat betreft de overheidsfinanciën, Japan, heeft inmiddels een omvangrijk stimuleringspakket aangekondigd.

Vermindering van het begrotingstekort is dringend noodzakelijk zowel in Duitsland als in de Verenigde Staten. Wat Duitsland betreft legt het tekort, ontstaan door de kosten van de eenwording, een onevenredige druk op het monetaire beleid. Een lager tekort biedt ruimte voor renteverlaging, maar zonder uitzicht op een begrotingsakkoord moet renteverlaging in Duitsland wachten.

In de Verenigde Staten is economische stimulering door nòg verdere verlaging van de korte rente niet gewenst, omdat hierdoor de inflatieverwachtingen zullen toenemen. Het federale tekort vormt nu al tien jaar het grootste economische probleem van de Verenigde Staten. Het is zowel binnenlands als wereldwijd een “belemmering voor groei”, aldus de IMF-staf.

Niet eerder heeft de World Economic Outlook zich zo krachtig uitgesproken tegen het Amerikaanse tekort dat dit begrotingsjaar 6,25 procent van het bruto nationale produkt bedraagt (zonder de miljarden voor de sanering van de spaarbanken mee te rekenen). “Een vastbesloten, nieuwe inspanning om het federale tekort te verminderen is dringend gewenst”, aldus de Outlook. “Het vormt een belangrijke oorzaak voor de netto schuldpositie van de VS en het blijft een mogelijke bron voor spanningen in de financiële en valuta-markten”.

Een half jaar geleden, bij de voorbereidingen World economic outlook, brak in de boezem van het IMF een conflict uit over de aanbevelingen voor het economische beleid in de industrielanden. Inzet was de vraag of gedurende een periode van slappe groei het begrotingsbeleid en het monetaire beleid tijdelijk versoepeld konden worden om de economie te stimuleren. Dit zou afwijken van de lijn die het IMF de afgelopen tien jaar heeft gevolgd waarbij de nadruk ligt op aanbevelingen om begrotingstekorten te verminderen en om een strikt monetair beleid te voeren ter bestrijding van de inflatie.

De pogingen van de Verenigde Staten om deze orthodoxe IMF-lijn tijdelijk los te laten, stuitte op grote weerstand. In de jongste World economic outlook is van deze discussie niets meer terug te vinden. De staf van het IMF is teruggekeerd naar de middellange termijn-strategie en verdedigt die met hernieuwde kracht.

De industrielanden hebben deze strategie onvoldoende toegepast, stelt de IMF-staf vast. Weliswaar is de inflatie vrijwel overal teruggedrongen en hebben enkele landen vooruitgang geboekt met de vermindering van begrotingstekorten, maar in een aantal landen zijn de tekorten nog steeds zorgwekkend groot en nemen ze toe. Met als gevolg dat de lange rente zich, ondanks de slappe conjunctuur, nog steeds op een historisch zeer hoog niveau bevindt.

Bij de afbraak van handelsbeschermende barrières, van starheden op de arbeidsmarkten en van overheidssubsidies voor industrie en landbouw is evenmin vorderingen gemaakt, terwijl de liberalisatie van de kapitaalmarkten door tekortschietend toezicht tot financiële uitwassen heeft geleid

“Het onvermogen om de middellange termijn-strategie uit te voeren heeft bijgedragen tot de moeilijkheden die veel industrielanden op het ogenblik doormaken”, aldus de Outlook.

De IMF-staf verwacht dat de komende twaalf maanden de internationale economie zal aantrekken, maar in een trager tempo dan een half jaar geleden werd voorspeld. Michael Mussa, de directeur van de economische onderzoeksafdeling van het IMF, zei gisteren in een toelichting dat er “geen historisch precedent is in de na-oorlogse periode” voor de huidige gang van zaken in de industrielanden. Hij wees daarbij op het economische herstel in de Verenigde Staten, waar ondanks de verlaging van de korte rente de economie niet echt aantrekt Het herstel is nu minder dan de helft van wat het in de zwakste na-oorlogse herstelperiode na een recessie is geweest, zei hij.

De oorzaken hiervoor zijn de verwerking van de schulden uit de jaren tachtig, de problemen in de financiële sector, de vermindering van de federale defensie-uitgaven en de sobere stemming bij consumenten en bedrijven. “De gevolgen hiervan zijn negatiever dan we verwachtten”, zei hij.

Volgend jaar verwacht het IMF een aantrekkende groei in de VS. Dat biedt volgens Mussa de ruimte voor hogere korte rente zodat de druk op de dollar minder wordt, en voor verlaging van het Amerikaanse begrotingstekort. Het IMF doet aanbevelingen om de sociale zekerheidsuitgaven, in het bijzonder voor gezondheidszorg, te verminderen, om de belastingen op energie te verhogen en een BTW-heffing in te voeren.

De World Economic Outlook bevat gaat ook in op de gevolgen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) voor de economische groei in de EG-landen. In tegenstelling tot een bericht dat vorige maand door de Franse krant Liberation in omloop werd gebracht, is het IMF van mening dat de zogenoemde convergentie- criteria van de EMU een positieve uitwerking hebben. Deze criteria hebben betrekking op de omvang van het begrotingstekort, de inflatie, de rente en de stabiliteit van de munt.

“Het is uitermate twijfelachtig dat een bevredigend niveau van groei (-in de EG-) gehandhaafd kan blijven bij uitblijvende maatregelen om begrotingstekorten te verminderen en de inflatie tot houdbare niveaus terug te brengen”, aldus de Outlook. Succesvolle aanpassing aan de EMU-criteria “zal op termijn leiden tot aanzienlijk hogere groei, omdat dit de ruimte schept voor lagere rente en minder financiële onzekerheid.” Het IMF erkent dat tijdelijk sprake kan zijn van zwakke groei in landen die hun tekort verminderen maar “de korte termijn effecten van tekortvermindering kunnen aanzienlijk verzacht worden door verkleining van het renteverschil ten opzichte van Duitsland”. Geloofwaardige naleving van de convergentie-criteria zoals vastgelegd in Maastricht is dan ook “hoogst wenselijk”, stelt de IMF-staf vast.

    • Roel Janssen