"Het CDA is niet christelijk'; Van Velzen wil klein rechts op afstand houden

TUBBERGEN, 17 SEPT. CDA-partijvoorzitter W. van Velzen vindt zijn partij geen “christelijke partij” zoals premier Lubbers de partij onlangs karakteriseerde, maar een “christen-democratische partij op christelijke grondslag”. Dat zei Van Velzen gisteren op een spreekbeurt in Tubbergen. “Ik wil met die term het onderscheid met klein rechts boven tafel houden”, lichtte hij zijn karakterisering toe. Met klein rechts doelde hij op de drie kleine confessionele partijen SGP, GPV en RPF. “Dat zijn partijen voor en door christenen”, aldus Van Velzen. “Het CDA richt zich als christen-democratische partij op het hele Nederlandse volk.”

Het was de eerste spreekbeurt van de partijvoorzitter na de commotie rond diens uitspraken in Het Binnenhof enkele weken geleden. Daarin noemde hij het CDA “geen christelijke partij”, eveneens om het onderscheid met de drie kleine confessionele partijen aan te duiden. “Daar ben ik toen niet goed in geslaagd”, zei hij hierover gisteren schuldbewust. Premier Lubbers corrigeerde onlangs Van Velzen door het CDA “moeiteloos een christelijke partij” te noemen.

De discussie over de C van het CDA speelt tegen de achtergrond van een debat in de partijafdelingen in het land over een nieuw program van uitgangspunten. De discussie moet duidelijk maken in hoeverre het CDA zich gaat ontwikkelen als brede middenpartij. Tijdens de spreekbeurt in Tubbergen, de geboorteplaats van de katholieke staatsman H.J.A.M. Schaepman, werden drie vragen over de C gesteld. Eén partijlid verschilde met Van Velzen van mening over de vraag in hoeverre een hindoe een christelijke eed kan afleggen zoals het CDA-Kamerlid Ramlal onlangs deed. De vragensteller vond dit ongeloofwaardig omdat het hindoeïsme een pantheïstische godsdienst is terwijl het christendom één God heeft. Van Velzen zei echter: “Het is niet aan mij om te bepalen of iemand wel of niet de eed kan afleggen. Ik kan niet ingaan op het Godsbeeld dat iemand heeft.”

Van Velzen lanceerde gisteren ook een voorstel om scholen financieel te stimuleren meer aan leerlingbegeleiding te doen zodat er minder zittenblijvers komen. Nu incasseert het ministerie van Onderwijs de financiële winst daarvan maar moet die, volgens de geldende begrotingsregels, weer aan Financieën afdragen. Van Velzen wil als voorzitter van een CDA-werkgroep die binnenkort een aantal voorstellen over decentralisatie in het onderwijs zal doen, de scholen dit geld zelf laten houden.