Franse boeren vrezen harde sanering door hervormingsbeleid EG; Bij referendum is positie Franse boeren niet in geding; "Over drie jaar vallen we in een diep, zwart gat'

Emoties spelen een grote rol bij het referendum dat Frankrijk zondag over het Verdrag van Maastricht houdt. Het platteland, van groot belang voor de stemming, is verdeeld. Vooral graanboeren keren zich in hun woede over alles wat naar Europa riekt tegen "Maastricht'.

De gloed van de zon geeft de groeven in zijn roodbruine gezicht extra nadruk. Zoals hij daar staat op de Place de la Concorde, hartje Parijs, lijkt hij wel iemand van buiten die deze prachtige septemberdag heeft uitgekozen voor een toeristisch uitstapje naar de hoofdstad. Maar als hij wordt aangesproken, blijkt hij naar Parijs gekomen om met collega-boeren deze dag het nabijgelegen museum Jeu de Paume te bezetten, uit protest tegen "Maastricht'.

Zijn woordenstroom is bijna niet te stoppen. Mitterrand, Giscard, Chirac en al die andere politici die hebben opgeroepen voor een "Oui' tegen Maastricht, spelen onder één hoedje en hebben lak aan de boeren, fulmineert hij. “We moeten 15 procent van onze grond braakleggen. Daarvoor krijgen we een premie van 2500 francs per hectare terwijl ik alleen al aan vaste kosten 4- à 5000 francs kwijt bent. Hoe denkt u dat ik daarmee rond kan komen?” Het failliet van het vrije ondernemersschap op het Franse platteland, zoveel is duidelijk, is als gevolg van het Europese beleid nabij.

Als Frankrijk zondag over het Verdrag van Maastricht stemt, is de positie van de 1 miljoen Franse boeren niet in het geding. Maar hun onvrede over het Europese landbouwbeleid drukt wel degelijk een stempel op de stemming. Een belangrijk deel van het electoraat - 15 tot 20 procent, blijkt uit onderzoek - laat zich leiden door de problemen op het platteland.

Die problemen zijn bekend en ze zijn ook niet van vandaag of gisteren. De grote boeren in de vruchtbare graanbekkens, zoals rond Chartres, kunnen zich meten met hun Amerikaanse concurrenten. Maar andere, achtergebleven gebieden in Frankrijk lopen leeg. Van de 1 miljoen boeren is meer dan de helft, 570.000, ouder van 50 jaar. Van hen heeft maar liefst 415.000 geen opvolger, hun bedrijfjes zijn gedoemd te verdwijnen.

Door de in mei overeengekomen hervorming van het EG-landbouwbeleid is de onrust onder de boeren sterk toegenomen. Coordination Rurale, een kleine maar actieve groep boze boeren, vreest een versnelde sanering als gevolg van de verlaging van door de EG gegarandeerde minimumprijzen in de komende drie jaar. Weliswaar krijgen boeren die een deel van hun areaal braakleggen inkomenssteun, maar de demonstranten bij het Jeu de Paume ervaren dat als een vorm van bedeling, als een belediging voor hun ondernemerschap. Bovendien vinden ze de inkomenssteun te laag en geloven ze niet dat Brussel (of Parijs) het financieel lang zal kunnen volhouden om de boeren te onderhouden. “Wat gebeurt er over drie jaar? Dan vallen we in een diep, zwart gat.”

De Franse landbouwminister Mermaz heeft weliswaar ingestemd met de hervoming van het Europese landbouwbeleid, maar die heeft de boeren niet naar hun mening gevraagd, verklaart de boze demonstrant. Brussel levert de Franse landbouw uit aan de Amerikanen en de Franse boeren worden gedegradeerd tot steuntrekkers die niets te zeggen hebben. “Er is niemand die naar ons luistert, die voor ons opkomt. We worden wel herkend, maar niet erkend”.

Mopperend loopt de man in de richting van het museum Jeu de Paume, om zich bij zijn ruim tweehonderd collega's te voegen die het gebouw bezet houden. De actievoerders behoren tot Coordination Rurale, de plattelandsbeweging die sinds haar oprichting eind vorig jaar overal in het land aanhangers heeft gevonden, in linkse en rechtse hoek. Afgelopen zomer kwam de organisatie in het nieuws door op te roepen tot een overigens mislukte "blokkade' rond Parijs. Dat was in dezelfde periode dat vrachtwagenchauffeurs het verkeer in heel Frankrijk stillegden. Nu, kort voor het zo belangrijke referendum waarin de Fransen zich kunnen uitspreken over het Verdrag van Maastricht, neemt Coordination Rurale de gelegenheid te baat om opnieuw te protesteren tegen de hervorming van het EG-landbouwbeleid.

Over die hervorming hebben de boeren zich niet kunnen uitspreken. Volgens de laatste opiniepeilingen zal zo'n 70 procent dat aanstaande zondag alsnog doen door "Maastricht' af te wijzen.

De boodschap op de pamfletten is heel duidelijk: wie de boeren in Frankrijk, wie het Franse platteland in zijn totaliteit een warm hart toedraagt, die stemt tegen Maastricht. “Non à Maastricht, Non à Maas Trique (knuppel), Non Maas Triche (bedrog), Non à Maas Fric (geld)”, luiden de woordspelingen. En enige demagogie wordt ook niet uit de weg gegaan: “Wat een schande om land ongebruikt te laten terwijl er elk jaar 40 miljoen kinderen sterven van honger.”

Dat Maastricht niets te maken heeft met het Europese landbouwbeleid of de specifieke positie van boeren is wijsheid die niet in vruchtbare aarde valt bij de demonstranten voor het Jeu de Paume. “Maastricht, het Europees landbouwbeleid, Europa 1992, natuurlijk heeft het allemaal wel met elkaar te maken. De Engelsen, die hebben het begrepen. Die hebben het veel slimmer aangepakt door van tevoren al te gaan onderhandelen”, legt een man in een zwarte leren jack bereidwillig uit. “Maastricht opent alle markten. Dat speelt de Amerikanen in de kaart. Die kunnen hun spullen gewoon naar Europa sturen, terwijl wij onze grond braak moeten leggen. En morgen zijn het de Japanse auto's en kleding uit Azië. Wat hier overblijft, zijn Franse werklozen”.

Zijn collega met het roodbruin verbrande gezicht begrijpt heel goed waarom in landen als Griekenland, Portugal en Spanje heel wat positiever wordt aangekeken tegen Maastricht. Die landen hebben immers alleen maar te winnen bij de verdere ontwikkeling van de EG. Maar de Fransen, met hun vooraanstaande positie op het gebied van de landbouw en goede stelsel van sociale zekerheid, moeten in de toekomst wellicht betalen voor de armere landen. “Ik vind het geen wonder dat jullie in Ierland "ja' hebben gestemd tegen Maastricht. We gaan meebetalen aan jullie economie, we houden jullie drijvende. Dan is het toch volstrekt logisch dat jullie "ja' zeggen”.

De verlaging van de gegarandeerde minimumprijzen die de EG overeengekomen is betreffen vooral granen, oliehoudende zaden en rundvlees. Dat zijn juist de sectoren die voor de Franse landbouw van groot belang zijn. Frankrijk neemt bijna een kwart van de totale landbouwproduktie in de EG voor zijn rekening. Zo'n 65 procent van de Franse produktie wordt rechtstreeks beïnvloed door maatregelen die in Brussel worden getroffen. In Nederland is slechts 35 procent van produktie, vooral zuivel, afhankelijk van het Brusselse prijsbeleid.

Die relatief grote afhankelijkheid, gevoegd bij structurele problemen als de verpaupering en ontvolking op het platteland, verklaart waarom de Brusselse hervormingsbesluiten in Frankrijk veel harder zijn aangekomen dan in Nederland.

Toch zullen niet alle boeren hun ongerustheid uiten door aanstaande zondag tegen Maastricht te stemmen. “Ik denk wel dat ik "ja' zal stemmen”, zegt Jean Vincent, bezoeker van een landbouwbeurs in Rennes . De 26-jarige melkveehouder uit het Bretonse departement Morbihan drijft met zijn vader een bedrijf met vijftig koeien. Daarnaast genieten ze extra inkomsten uit een camping met tweehonderd staanplaatsen. “Je kunt Europa toch niet tegenhouden. Ook als het "nee' wordt, gaat de ontwikkeling door”, meent Vincent. “Alleen zal het dan allemaal misschien wat langer duren.”

Meer Bretonse beursbezoekers denken als Jean Vincent. “Ik zal zondag toch "ja' stemmen omdat Europa nu eenmaal onvermijdelijk is. Je kunt niet net doen alsof Frankrijk alleen kan bestaan, met alle grenzen dicht”, is een opmerking die in vele variënten steeds weer terugkomt.

Deze gematigde stemming is waarschijnlijk terug te voeren op de structuur van de landbouw in Bretagne. Men vindt er geen grote graangebieden, maar wel veel varkens, koeien en kippen. De relatief moderne melkveebedrijven in departementen als Morbihan, Ille & Vilaine en Côtes-du-Nord zijn grotendeels buiten schot gebleven bij de jongste hervorming van het EG-landbouwbeleid. Bovendien zijn de boeren gewend geraakt aan het systeem van produktiequota dat al vanaf het midden van de jaren tachtig in de Europese zuivelsector van kracht is. Dat maakt uitbreiding van de produktie onmogelijk, maar het biedt tegelijker bescherming tegen concurrenten.

De varkenssector valt geheel buiten het EG-beleid. Vooral in het westen van Bretagne stuiten de boeren op milieuproblemen, maar die zijn nog lang niet zo erg als in Noord-Brabant. Elk jaar neemt de produktie verder toe. En momenteel zijn de varkensprijzen goed, zegt een boer die belangstelling toont voor een nieuwe stalinrichting voor zeugen. “We leven niet in luxe maar we redden ons momenteel”.

Nergens op het expositieterrein is een verwijzing te zien naar het referendum van zondag, of naar protesten tegen de hervorming van het landbouwbeleid. “Degenen die in Parijs actie hebben gevoerd, vertegenwoordigen niet veel mensen op het platteland. Dat zijn vooral de radicalen. Hier heerst over het algemeen een wat andere mentaliteit”, zegt een 58-jarige melkveehouder die ongeveer twintig kilometer buiten Rennes een bedrijf heeft met 48 koeien en 65 kalveren.

Een jongere collega van hem noemt Coordination Rurale een gevaarlijke beweging die een destabiliserend effect heeft op het platteland. Coordination Rurale verwijt de machtige landbouworganisatie FNSEA - die met 600.000 leden een grote invloed heeft in Parijs - dat ze zich niet hard genoeg heeft opgesteld tegen de hervormingsmaatregelen. Of erger nog: dat ze via onderhandelingen in de achterkamertjes met landbouwminister Mermaz zelf heeft meegewerkt aan realisering ervan. De melkveehouder windt zich over die verwijten op: “Het is gemakkelijk om kritiek te hebben en om overal tegen te zijn. Maar bij de FNSEA heb je tenminste een duidelijke structuur, daar kun je de verantwoordelijke bestuurders ter verantwoording roepen en daar kun je terecht met je problemen. Bij Coordination Rurale is niemand verantwoordelijk.”

Maar een varkenshouder die samen met zijn vrouw naar de beurs is gekomen, kan wel sympathie opbrengen voor Coordination Rurale. “Zij vertolken het ongenoegen van de basis.”

Beiden zeggen nog niet te weten wat ze zondag zullen stemmen. Het exemplaar van het Verdrag van Maastricht dat hen namens de Franse staat is toegezonden, hebben ze in grote lijnen gelezen. Op zichzelf hebben ze niet zo veel moeite met de inhoud. “Als ik "nee' stem, doe ik dat omdat ik ongerust ben. Omdat ik niet weet of mijn kinderen in de toekomst nog boer kunnen worden. Natuurlijk hebben we in het verleden geprofiteerd van het Europese landbouwbeleid. Maar ik ben bang dat dat nu gaat veranderen.”

Terwijl ze genieten van de zon en de van huis meegebrachte boterhammen opeten, leggen ze uit dat hun eventuele "nee'-stem in ieder geval niet mag worden uitgelegd als een stem tegen Mitterrand. “Wij respecteren Mitterrand. Onze stem is niet gericht tegen de president.”

Het platteland van Frankrijk is verdeeld. In Bretagne zijn geen of nauwelijks zichtbare tekens van ongenoegen te zien. Maar noordelijk van Parijs, tussen Beauvais en Amiens, zijn overal langs de wegen protestborden geplaatst in de grote akkers die er grotendeel leeg bijliggen nu de oogst binnen is. Zwarte borden, gemaakt van landbouwplastic, met witte letters: "Non à Maastricht, PAC (het EG-landbouwbeleid) & USA'. En "Non à la Friche (braaklegging)'. Een paar kilometer buiten het plaatsje Breteuil bungelt een pop van stro aan een galg. Even goed noemt Breteuil zichzelf een "Commune d'Europe'.

De machtsstrijd tussen de gevestigde FNSEA en Coordination Rurale uit zich in dit glooiende herfstlandschap met zijn eindeloze vergezichten ook op subtiele manier. Op de borden waarop het embleem van de FNSEA voorkomt, worden de hervorming van het landbouwbeleid en de braaklegging van land afgewezen, maar ontbreekt het "Non à Maastricht'.

Het militante optreden van Coordination Rurale heeft ertoe geleid dat de leiding van de FNSEA, die aanvankelijk helemaal niet zo negatief reageerde, zich steeds duidelijker is gaan uitspreken tegen het Brusselse landbouwakkoord. Maar FNSEA verbindt daaraan niet een "nee' tegen Maastricht. “Frankrijk is gebaat bij een sterk Europa”, sprak voorzitter Luc Guyau van de FNSEA bij de opening van de landbouwtentoonstelling in Rennes. Al was het alleen maar om de Amerikaanse "cowboys' in de GATT te weerstaan.

Onder druk van de FNSEA deed de Franse regering toezeggingen op fiscaal gebied. En minister Mermaz kreeg opdracht op de eerstkomende bijeenkomst van EG-ministers van landbouw in Brussel - een dag na het Franse referendum - opnieuw te onderhandelen over de hoogte van de inkomenstoeslagen voor de boeren. Ook is een commissie benoemd die onder leiding van oud-topman Raymond Levy van Renault moet onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van biobrandstof (uit koolzaad en suikerbieten bij voorbeeld). Als het aan de boeren ligt, worden de oliemaatschappijen verplicht biobrandstof aan hun benzine toe te voegen.

Marcel Morin, midden twintig, vindt het heel mooi dat de FNSEA zich de laatste tijd zo voor hem inspant. Maar evenals zijn vader (56) heeft hij weinig vertrouwen meer in deze organisatie. Op zijn bureau ligt een exemplaar van het weekblad van de FNSEA, opgeslagen op de bladzijde waar de marktprijzen te Rouen voor graan, koolzaad en dergelijke staan vermeld. Daarvoor is het blad handig. Maar voor het overige gelooft Morin dat zijn belangen beter worden behartigd door Coordination Rurale. “Die heeft als enige een duidelijke analyse gemaakt van het nieuwe Europese politiek en de consequenties daarvan aangegeven voor het platteland.”

De Morins hebben een boerderij in Therdonne, een gehuchtje in de buurt Beauvais, met in totaal 150 hectare grond. Op ongeveer 90 hectare verbouwen ze tarwe en op de resterende grond onder andere erwten, suikerbieten en koolzaad. De Morins voelen zich "vrije' boeren. Ze zijn niet aangesloten bij een coöperatie en zorgen er zelf voor dat ze in de loop van de herfst en de winter hun oogst tegen een zo hoog mogelijke marktprijs kwijtraken. Het graan en de erwten liggen opgeslagen op de vloer in een grote schuur bij hun huis en in enkele silo's. “Als je lid bent van een coöperatie, ben je verzekerd van een gemiddelde prijs. Ik probeer liever wat meer te krijgen. En als ik dan eens een keer slecht heb verkocht, dan is dat jammer”, zegt vader Morin.

Dat risico van de markt accepteert hij. Maar hij kan niet verdragen dat Brussel de prijzen de komende jaren gaat verlagen en hem dwingt een deel van zijn grond ongebruikt te laten. Dat verzwakt op den duur de vermogenspositie van zijn bedrijf, waardoor hij niet meer in staat zal zijn het machinepark naar behoren te vernieuwen, zo voorspelt hij.

Dat hervorming van het landbouwbeleid hoogst noodzakelijk is om de overproduktie in de EG tegen te gaan, wil er bij hem en zijn zoon niet in. Er is helemaal geen overschot in de EG, zegt Marcel. Er is juist een enorm tekort. Hij wijst daarbij op de import van Amerikaanse soja en andere graanvervangers die via Rotterdam de EG binnenkomen. “Die hoeveelheid komt overeen met 15 procent van het landbouwareaal in de gemeenschap. Dat is precies het percentage dat we van Brussel braak moeten laten liggen. Dat is toch geen toeval.”

Er hoeft geen twijfel over te bestaan wat de Morins zondag gaan stemmen. “We voelen ons gekwetst door Europa en door onze regering”, zegt Marcel terwijl hij naar de schuur loopt waar enkele tractoren staan. Over enkele weken begint de oogst van suikerbieten. Nu heeft hij nog de tijd om een stuk land om te ploegen waar wintergerst zal worden gezaaid. De protestborden laat hij staan.

    • Wim Brummelman