Europees Monetair Slagveld

DE STRIJD IS gestreden in het Europese Monetaire Stelsel. Na nachtelijk crisisberaad in Brussel, dat volgde op een dag van paniek in Londen, zijn het Britse pond en de Italiaanse lire uit het wisselkoersmechanisme van het EMS verwijderd en is de Spaanse peseta met vijf procent gedevalueerd.

De geloofwaardigheid van de Britse en Italiaanse regeringen ligt in duigen; het Europese Monetaire Stelsel maakt de ernstigste crisis mee in de dertien jaar van zijn bestaan. Achter hun elektronische schermen kunnen de financiële speculanten hun winst opmaken nadat ze vier slachtoffers hebben gemaakt in vijf dagen tijd. De lire op zondag, het pond op woensdag, de peseta en opnieuw de lire op donderdag. De laatste, beslissende slag heeft nog geen etmaal geduurd.

De crisis van deze week in het EMS, het stelsel van smalle marges voor de wisselkoersen waaraan met uitzondering van Griekenland alle EG-landen deelnamen, roept herinneringen op aan de ineenstorting van het stelsel van vaste wisselkoersen in 1971, toen de Verenigde Staten de inwisselbaarheid van dollars in goud opschortten. Zover is het - gelukkig - niet, want het EMS blijft voor negen EG-landen functioneren en zowel de lire als het pond kunnen terugkeren als de rust op de valutamarkten is hersteld. Maar in de afgelopen dagen heeft het EMS de gedaante aangenomen van een Europees monetair slagveld, waarop tot buiten de grenzen van de EG de slachtoffers liggen. In de Scandinavische schaduwlanden van het EMS was Finland gedwongen tot een devaluatie van zijn munt en verhoogde Zweden de daggeldrente tot vijfhonderd procent om de speculatie tegen de kroon te bestrijden.

DIRECTE AANLEIDING voor de crisis was het grote renteverschil tussen Duitsland en de Verenigde Staten dat vanaf augustus een geldstroom uit de dollar in de D-mark veroorzaakte. Tegenover de zwakte van de dollar stond de kracht van de Duitse mark. Aangezien het EMS gebaseerd is op de sterkste munt, kwamen de zwakke deelnemers aan het stelsel in moeilijkheden. Het naderende Franse referendum over "Maastricht' zorgde voor de dosis onzekerheid die nodig is om een valutacrisis te forceren.

Op de achtergrond spelen andere factoren een rol. De koersen in het EMS waren in vijf jaar niet aangepast, terwijl de onderlinge financieel-economische verhoudingen steeds meer onder spanning kwamen te staan. In de euforie waarin de EG afstevende op een monetaire unie, werd vergeten dat de koersen in het EMS aanpasbaar zijn. Pas het Deense "nee' tegen het verdrag van Maastricht, waarvan de plannen voor een monetaire unie onderdeel zijn, en de kansen op een Frans "nee' op 20 september, hebben het werkelijkheidsbesef hersteld.

TWEE JAAR GELEDEN bracht John Major, toen nog minister van financiën, het pond in het EMS. Premier Thatcher, die haar hardnekkige minachting voor het EMS nooit had opgegeven, maakte een maand later plaats voor Major. De onderwerping aan de discipline van het EMS was de kern van diens anti-inflatiebeleid - en met succes: de Britse inflatie zakte tot 3,6 procent en de rente daalde stapsgewijs van vijftien tot tien procent. Maar de hoge Duitse rente sloot een verdere rentedaling uit terwijl de Britse recessie niet van ophouden wist. En toen het pond de afgelopen weken onder druk kwam te staan, reageerde de Britse regering onwennig. In plaats van direct de rente te verhogen, gaven de premier en de minister van financiën vastberaden verklaringen af voor de televisie.

De tien miljard ecu die de Britse schatkist twee weken geleden leende als krijgskas om een aanval op het pond af te slaan, was gisteren in enkele uren speculatie verdwenen. Twee overhaaste renteverhogingen hielpen evenmin en daarmee was het gebeurd. Het pond werd overgelaten aan de krachten van de markt. Premier Major heeft het anker voor zijn anti-inflatiebeleid moeten loslaten en daarmee heeft zijn economische beleid aan geloofwaardigheid ingeboet. Minister van financiën Lamont is onherstelbaar vernederd.

Groot-Brittannië beleeft weer een ouderwetse pond-crisis, waarvan het had gehoopt dat deze met het EMS-lidmaatschap tot het verleden zou behoren. Italië is voor de tweede keer binnen een week door het stof gegaan. De devaluatie van de lire met zeven procent in het weekeinde was onvoldoende om de overwaardering van de lire op te heffen. Jaren van financieel wanbeheer vertalen zich nu in de verwijdering van de lire uit het EMS. Voor Italië, mede-oprichter van de EG in 1956 en deelnemer aan het EMS sinds 1979, is dat een even verdiende als pijnlijke politieke afgang.

IS DE MONETAIRE unie met dit alles bij voorbaat een fiasco? Nee, dat niet. Veeleer laat de onrust zien dat de Europese economische eenwording zich in een hachelijke fase bevindt halverwege de tocht over de rivier. De vrije koersverhoudingen van weleer zorgden voor vlotte aanpassingen van landen jegens elkaar maar voor voortdurende hindernissen in het grensoverschrijdende handelsverkeer. Een gezamenlijke munt maakt onderlinge speculatie onmogelijk. Maar nu, halverwege de stroom, binden landen zich in het EMS aan elkaar, en intussen blijven er gescheiden munten, gescheiden centrale banken en vooral nationaal opererende ministers van financiën. De chaos van dit moment pleit voor een snelle overtocht.