Elsevier en Reed willen tot wereldtop behoren

AMSTERDAM, 17 SEPT. Uitgeversmaatschappij Elsevier heeft eenzaamheid aan de top gevoeld. Al jaren is het concern de uitgever met de hoogste winstmarges ter wereld. Maar het perspectief voor verdere verbetering moet een keer verdwijnen. Voordat de groeicijfers dalen, doet Elsevier nu een stap terug door met het verhoudingsgewijs minder renderende Reed samen te gaan. Se rétirer pour mieux sauter, noemen de Franse dat.

Sommigen schrijven het succes van uitgeverij Elsevier toe aan het genie van topman prof.dr. P. Vinken. Nuchter beschouwd is het succes te danken aan een strategie die Elsevier consequent heeft uitgevoerd sinds de fusie met de Nederlandse Dagbladunie (uitgever van onder meer Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad) in 1979. Die strategie is: expanderen in hoogrenderende sectoren van de uitgeversmarkt, saneren van laagrenderende delen.

Op het laagste niveau van de rendementspyramide zitten de drukkerijen (marges van zo'n 5 procent), gevolgd door publieksinformatie (dagbladen, 7 tot 15 procent) en educatie (15 tot 17 procent). Aan de top staan professionele informatie (zoals databanken voor bedrijven) en de wetenschappelijke uitgaven, met marges van tot 30 procent.

Dat het succes van deze strategie niet aan één persoon kan worden toegeschreven, toont concurrent Wolters Kluwer. Deze uitgeverij heeft later de strategie van Elsevier overgenomen en is nu ook hard op weg naar de selecte groep van meest winstgevende uitgevers.

Elsevier werkt al meer dan een decennium aan hetzelfde plan. In drukkerijen en de uitgave van publieksboeken in Nederland werd het mes gezet. Vanaf 1985 werd sterk uitgebreid in de professionele informatie. Op het gebied van wetenschappelijke informatie heerst het concern met Elsevier Science Publishers. Vorig jaar heeft Elsevier nummer twee op deze markt, Pergamon, over kunnen nemen omdat magnaat Maxwell om geld verlegen zat.

Nu zijn er in het topsegment nog twee belangrijke concurrenten, Academic Press en Springer Verlag. Deze twee zijn niet te koop, maar ook al zouden er nog wetenschappelijke uitgevers te koop zijn, dan is de vraag of monopolisering van de markt verstandig is. Een monopolie pleegt tegenkrachten op te wekken. De top is kortom bereikt.

Expansie zou Elsevier, denkend volgens de strategische lijn, moeten zoeken in de subtop: professionele uitgaven. Het concern bezit zeven grote Amerikaanse uitgeverijen, met een gezamenlijke omzet van een half miljard gulden. In die sfeer is nog ruimte voor expansie.Bij mogelijke desinvesteringen zou men aan de 'onderkant' van het concern moeten kijken, de publiekinformatie waarin onder meer de Dagbladunie en Bonaventura (uitgever van onder meer het weekblad Elsevier) voorzien. Elsevier heeft echter gezegd publiekinformatie als noodzakelijk onderdeel van het concern te zien. Te veel saneren aan de onderkant zou een monocultuur opleveren met alle risico's vandien.

Bij acquisities aan de bovenkant, de professionele uitgeverij, stuit Elsevier op het probleem van te gering aanbod van kandidaten. Bovendien zijn ze vaak klein. Om de winstgroei vast te houden, zou het Elsevier-bestuur te snel overnemingen moeten doen. En dat bergt ook risico's in zich. De oude strategie van aankopen en afstoten is daarmee onbruikbaar geworden.

Elsevier kreeg nog met een ander probleem te maken: schaalgrootte. Op de wereldmarkt is Elsevier qua omzet maar een bescheiden partij. Het concern zit ongeveer op de 35e plaats. Nummer één, Time Warner, is met een omzet van 19,4 miljard gulden ongeveer tienmaal zo groot.

Tot nu toe was de relatief geringe omvang van Elsevier alleen maar voordelig: het concern had zich veilig in de meest winstgevende hoek van de markt gemanoeuvreerd. De toekomst vergt echter grootschalig onderzoek naar de toepassing van elektronica in de informatieverstrekking. Vooral bedrijven die daarin hebben geïnvesteerd, zoals Dun & Bradstreet em Reuters, zitten in Elseviers kielzog op de ranglijst van meest renderende uitgevers.

De investeringen in dit soort informatietechnologie zijn alleen op te brengen door grote bedrijven. In feite is Elsevier hierdoor voor het eerst geconfronteerd met het probleem van een te geringe omvang. Niet langer de marges tellen, maar de kasstroom (winst plus afschrijvingen). En de kasstroom van Elsevier is te klein om bij de top-5 te komen.

Dus werd gezocht naar grote concerns. De overneming van Wolters Kluwer stuitte op de incompabilité d' humeur van beide bestuursvoorzitters. Uitgever VNU, marktleider in de publiekstijdschriften, bood onvoldoende winstperspectief voor de Elsevier-aandeelhouders en viel ook als kandidaat voor overname.

Een paar jaar terug nam Elsevier een strategisch belang in het Britse conglomeraat Pearson, met het oog op fusie in de toekomst, maar vorig jaar werd het belang weer afgestoten. “De vrijage met Pearson liep op niets uit omdat wij ineens een erfenis kregen”, zo verklaarde Vinken destijds het afketsen van de samenwerking. Tijdens de fusiebesprekingen steeg de waarde van Elsevier zodanig ten opzichte van Pearson dat de relatie afknapte.

De grote uitgevers bezoeken regelmatig een soort 'dorpsfeesten' waar iedereen elkaar kent en waar iedereen elkaar het hof maakt. Zo blijkt uit het dagbla The Times dat Vinken in 1987 al praatte met Peter Davis van Reed. Het is onbekend waarom toen later voor Pearson is gekozen.

Vandaag is Elseviers nieuwe partner Reed voorgesteld. De omvang van Reed is ongeveer even groot als die van Wolters Kluwer en VNU samen, maar de winst van Reed is 60 procent hoger.

Deze nieuwe combinatie is in staat, zo blijkt uit de pro forma samengevoegde gegevens, zo'n kasstroom te ontwikkelen dat kan worden meegespeeld in de mondiale uitgeverstop-5.

Van het mislukken van de samenwerking met Pearson is geleerd: binnen drie maanden moet de fusie tussen Elsevier en Reed nu beklonken zijn. Toch is zo'n periode, met het oog op de beweeglijkheid van de financiële markten, lang. Als de waarde van de beide bedrijven gisterochtend vergelijkt met die van gisteravond, na de val van de pond sterling, dan gaapt daar een kloof van honderden miljoenen guldens. Onder zulke condities is het voor bedrijven en uiteindelijk aandeelhouders niet gemakkelijk zaken te doen.

Elsevier en Reed hebben een indicatie gegeven hoe zij de fusie willen afronden. Elsevier moest een prijs betalen voor het samengaan op basis van gelijkwaardigheid met het qua omzet tweeënhalf keer zo grote Reed. Die prijs is vergroting van het aandelenkapitaal met circa 11,5 procent. In de afgelopen tijd zou dat pakket Elsevier-aandelen 875 miljoen gulden waard geweest zijn.

Door de emissie, in ruil voor de helft van de activiteiten van Reed, verwatert het aandelenkapitaal van de Elsevier-aandeelhouders. Dit zou echter geen effect hebben op de winst per aandeel, die volgens Elsevier blijft stijgen.

Voor sommigen zal het niettemin slikken zijn dat de marges door de combinatie met de minder winstgevende Brit onder druk komen. In zijn totaliteit neemt de winst echter sterk toe. Daarbij komt dat fusie nu buitengewoon gunstig is voor Elsevier door de lagere waarde van Reed en het pond sterling. Bovendien geldt dat het kleine Elsevier in de onderhandelingen toch een gelijkwaardige positie heeft weten te bewerkstelligen.

De houding van de Nederlandse aandeelhouders, die negatief hebben gereageerd op het fusiebericht, hoeft Elsevier geen zorgen te baren. In de Nederlandse verhoudingen ontbreekt het de aandeelhouders aan de macht die nodig is om de fusie te torpederen. De Britse aandeelhouders, die wel macht hebben, hebben met instemming gereageerd. De Nederlandse beleggers zullen tevreden moeten stellen met het lucratieve dividendbeleid van Reed dat Elsevier hen in het vooruitzicht heeft gesteld.