Eindstation voor verstofte en verkommerde papegaaien

OERLE, 17 SEPT. Jaren verdiende hij royaal zijn boterham met de handel in papegaaien. Tot hij ontdekte wat hij al die ara's, kaketoes, lori's en grijze roodstaarten aandeed. Hij kwam in gewetensnood, brak radicaal met de handel en stichtte de NOP: Nederlandse Opvang voor Papegaaien.

T. van Megen (38) uit Eindhoven was gisteren hoofdpersoon op een open dag in de voormalige camping het Vlutterke in Oerle, gemeente Veldhoven, waar het "Papegaaien-Buiten' gestalte kreeg: een nieuw opvangcentrum voor vogels die hun oorspronkelijke eigenaar noodgedwongen hebben verlaten, omdat ze er niet meer gewenst of anderszins onhoudbaar waren. Temidden van bos en maïsvelden vinden de dieren in ruime volières de (betrekkelijke) vrijheid die hun toekomt.

De ommekeer in Van Megens leven voltrok zich in 1987, toen hij verkommerde papegaaien op een fabriekszolder in Geldrop begon onder te brengen. Sindsdien groeide zijn bontgekleurde have uit tot ruim 600 exemplaren, die deels bij vrijwilligers voorlopig onderdak vonden. Intussen kreeg de NOP een zodanige aanhang van donateurs (1.200) en sponsors, dat men tot aankoop van het Vlutterke kon overgaan. Het complex werd verbouwd en uitgerust met nachthokken, vluchtkooien en een soort ziekenboeg, compleet met quarantaineruimten, waar specialisten van de diergeneeskundige faculteit te Utrecht hun observaties doen.

Wat zij en Van Megen (voorzitter van de NOP) bij voortduring vaststellen, is dat de gemiddelde, uit de tropische natuur geplukte papegaai als Nederlands huisdier een treurig leven leidt. Het gros van de honderdduizenden vogels die bij particulieren in een kooi of aan de ketting zitten, krijgt vroeg of laat zogenoemde mijnwerkerslongen door langdurig verblijf in een te droog en stoffig klimaat. Talrijke vogels worden krankzinnig en verwonden zichzelf uit eenzaamheid of stress.

“Veel mensen”, aldus de ex-handelaar, “kopen een papegaai alsof het om een nieuwe schemerlamp gaat. Ze vergeten dat zo'n beestje veel aandacht nodig heeft, want anders raakt hij contactgestoord en gaat hij zijn veren uittrekken of tenen afbijten. En dat praten van de papegaai valt ook tegen. Van de honderd die als huisdier worden gehouden, zijn er maar tien die praten en dan hooguit acht of negen woorden. Schreeuwen doen ze wel, dat is het normale gedrag van eenzame papegaaien die een partner zoeken. Dus wat zie je? De aankoop valt tegen, de buren klagen over de herrie en het dier moet de deur uit. Wachten tot hij doodgaat heeft meestal geen zin, want zo'n beestje kan dik zestig, zeventig jaar oud worden en dus zijn eigenaar overleven.”

In het opvangcentrum te Oerle - “eindstation van een keten van tragedies”, zoals J. Bonjer, directeur van de Vogelbescherming, het noemde - worden verwaarloosde papegaaien zo mogelijk weer opgelapt, zodat voor sommige een nieuwe toekomst kan aanbreken. Bijvoorbeeld als kweekdier voor een volgende generatie vogels, waarmee de NOP een rem op de import uit het wild hoopt te zeten. En wie per se een ara of kaketoe als huisdier wil, kan er een uit Oerle "leasen'. Ook vogels die de algemene inspectiedienst van Landbouw in beslag neemt, zijn hier welkom en desnoods wordt ook andere exoten uit de vogelwereld een laatste rustplaats geboden.

Gisteren was het de dag van de donateurs, die koffie met vruchtenvlaai kregen en een blik konden werpen op het fladderend gedierte in zijn nieuwe behuizing. Er waren mensen bij die hun oude huisgenoot terugzagen. Hun bijdrage aan de NOP komt ook voort uit een soort gewetensnood.