De Grote Pomp (1)

In W&O van 3 september stond een artikel over een oceaanstroming van IJsland via de Zuidelijke Oceaan naar de Aleoeten en terug. Heen op de bodem en terug aan de oppervlakte. De cyclus zou maar liefst tweeduizend jaar duren.

Het komt me voor dat er een rekenfout is gemaakt en dat de cyclus zelfs tien of honderd keer zo lang duurt! Dat valt als volgt te berekenen.

De totale duur is het resultaat van afstand en snelheid. De afstand is 120 breedtegraden naar het zuiden (ca. 13.000 km) plus 210 lengtegraden (op 60nderzoek ZB) naar het Oosten (ca. 7600 km) plus 110 breedtegraden naar het noorden (ca. 12.000 km), samen dus ca. 32.600 km.

De terugweg is ten naastenbij even lang. Weliswaar komt het water wat minder zuidelijk, maar het maakt nog een extra slag in de Pacific en de lengtegraden dichterbij de evenaar zijn langer. De totale afstand zal dus zeer ruw geschat zo'n 65.000 km zijn.

Nu de snelheid. Met wat voor snelheid zakt het water bij IJsland naar beneden? Ik weet alleen dat het gaat om zo'n 17 miljoen kubieke meter per seconde. Dat lijkt zoveel dat je aan een soort maalstroom denkt, maar dat blijkt wel mee te vallen. Stel dat het gebied waar dit zich afspeelt zo'n 340 500 km groot is, dan is het water nog maar 0,1 mm dik. Als dat, opgestuwd door de volgende 17 miljoen kubieke meter per seconde, naar beneden zakt is het pas na meer dan een jaar op de bodem, zo'n 0,1 km diep, beland. Er is geen gegeven bekend waardoor het opeens sneller gaat stromen. 65.000 km afleggen met een snelheid van 0,1 mm per seconde duurt ruim twintigduizend jaar! Uit de tekening blijkt trouwens dat het gebied van de grote pomp misschien wel tien keer zo groot is, of nog meer, zodat de dikte van de laag en daarmee de snelheid nog eens een factor tien of meer kleiner is.

Als dan na twintigduizend of tweehonderdduizend jaar die denkbeeldige druppel oceaanwater terug is op het uitgangspunt, dan is er, om een oud sprookje te citeren, een seconde van de eeuwigheid voorbij.

    • Charles Boissevain