City lacht om John Major

LONDEN, 17 SEPT. In Threadneedle street in hartje van de Londense City vlak voor de hoofdingang van de Bank of England bereidde W. Jackson vanochtend in de ochtendspits zijn sollicitatiegesrpek voor. Jackson, middelbare leeftijd, donkerblauw pak, was vroeger lid van de directie van de Britse vestiging van Adidas. Nu is hij “between jobs”. Toch is hij vanochtend niet met zijn gedachten bij zijn eigen toekomst. Jackson is met zijn hoofd bij legendes.

“Wat zich hier nu afspeelt is een hedendaagse variant van het verhaal van King Canute”, doceert Jackson wijzend naar het majestueuze pand van de Bank of England. “De koning werd door zijn volgelingen op handen gedragen. Hij was bijna heilig. In werkelijkheid was hij een bescheiden man, zich goed bewust van zijn eigen bescheiden kapaciteiten. Toch kon hij zijn gevolg niet duidelijk maken dat ook hij maar een mens was als ieder ander, een mens van vlees en bloed. Op een dag zette hij zijn troon op een duintop en riep luidkeels "stop' naar de zee. Maar de getijden stopten niet, ze namen hun natuurlijke loop.”

De devaluatie van het pond was ontontkoombaar, zegt Jackson en de regering Major heeft zich onsterfelijk belachelijk gemaakt door te proberen het koersverloop van de munt naar eigen hand te zetten. Major had moeten leren van Canute: het spel van vraag en aanbod is net zo natuurlijk als de getijden.

De meeste City-werknemers die vanochtend de Bank of England in hoog tempo passeerden op weg naar hun kantoren bij banken, beurzen en verzekeringsmaatschappijen hadden minder hoogdravende gedachten. Steve, verkoper voor telefoonmaatschappij British Telecom op weg naar een van zijn vaste klanten, maakte zich vooral zorgen om zijn hypotheek. Met een schok had hij zich in de subway gerealiseerd dat de renteverhoging - de rente stond op dat uur nog op 15 procent - wel eens gevolgen zou kunnen hebben voor zijn hypotheek. Een medereiziger had hem verteld dat de hypotheekrente vooralsnog niet was gewijzigd, maar Steve was er niet geheel gerust op. Want wat stond er in enorme letters op de voorpagina van het boulevardblad The Sun: “Nu heeft het kabinet ons allemaal verneukt”.

In de even verderop gelegen Exchange Market Bar, buigt Marc J. V. Robinson zich over de Financial Times. Robinson werkt voor een verzekeringsbedrijf dat actief is op verzekeringsmarkt Lloyd's. Het is een slechte dag voor de markt, zegt Robinson. De zogenoemde syndicates van Lloyd's zitten al maanden in de problemen omdat torenhoge claims hun financiele reserves hebben uitgeput en ze bijna allemaal fors hebben geleend bij de bank. De renteverhoging zal die bedrijven alleen nog verder van huis brengen.

Een kleine steekproef onder de City-forenzen leert dat John Major zich in ieders ogen belachelijk heeft gemaakt, maar niemand eist of voorspelt zijn politieke ondergang. Bankier James, pak donkergrijs, maakt zich geen enkele zorgen over Major. “Het verdient allemaal geen schoonheidsprijs, maar de mand stond met de rug tegen de muur. En voor ons in de City is er geen enkel alternatief. Ik zet mijn geld nog steeds op Major.” Ook effectenhandelaar Russel denkt niet dat Major de sterling-crisis met aftreden zal bekopen. Gemakkelijk zal hij het evenwel niet hebben, zegt Russel - pak lichtgrijs: “Major heeft nu geen enkel economisch beleid meer. Aan die onzekerheid moet snel een einde komen.”