Bokser uit de sloppen

Gladiator. Regie: Rowdy Herrington. Met: James Marshall, Cuba Gooding Jnr., Brian Dennehy, John Heard, Robert Loggia, Ossie Davis. In: 22 theaters.

In het tijdperk van de mega-hypes krijgt een goed gemaakte, bescheiden genre-film, zoals de Hollywood-studio's die in de jaren dertig aan de lopende band afscheidden, bijna de allure van een verrassing. De formule van Columbia's Gladiator is beproefd. Men neme twee jonge, nog goedkope acteurs: James Marshall (de motorrijder uit Twin Peaks) en de zwarte Cuba Gooding Jnr. uit Boyz'n the Hood. De een is een blanke uit een verarmd milieu, die om de gokschulden van zijn vader (John Heard) af te betalen, zijn weerzin tegen geweld opzij zet en zich uitlevert aan een louche bokspromotor (Brian Dennehy). Hij verslaat tot vreugde van het publiek de ene zwarte of latijnse tegenstander na de ander, maar sluit vriendschap met een goede zwarte (Gooding). Samen nemen ze het op tegen de slechte zwarten, maar vooral tegen de corrupte blanken, die hen beiden onderdrukken.

Tegen het door veteraan Tak Fujimoto fraai gefotografeerde decor van Chicago's sloppenwijken, verricht regisseur Rowdy Herrington (opgeklommen van belichter tot regisseur van een eerder genre-succes, de knokfilm Road House met Patrick Swayze) zijn opdracht met verve en oog voor detail. Marshall lijkt een beetje op Mickey Rourke, het scenario op dat van Rocky of The Streetfighter. Er is niets mis met Gladiator, maar des te meer met een filmindustrie waarin zo'n film van dertien in een dozijn in positieve zin opvalt.