"Bij zwakke economie geen sterke VS'; Nieuwe aanpak nodig na Koude Oorlog; Bush bootst nog jaren zeventig na

MICHAEL MANDELBAUM is een vriend van de Democratische presidentskandidaat Bill Clinton en tevens diens adviseur voor buitenlandse politiek. Hoewel het beleid van president Bush niet fundamenteel verkeerd is, acht hij het tijd voor een nieuw gezicht. Bush is als een typemachinereparateur in de tijd van de computer.

WASHINGTON, 17 SEPT. De belangrijkste vernieuwing in het buitenlandse beleid van een mogelijke Democratische president Bill Clinton is het binnenlandse beleid. Professor Michael Mandelbaum, buitenlandadviseur van Clinton, ziet verbetering van de economie als de “absolute prioriteit”, ook voor buitenlands beleid. “Zolang de Amerikaanse economie zo miserabel blijft als de afgelopen vier jaar onder Bush, zal het onmogelijk zijn om de dingen te doen in de wereld die Clinton wil”, aldus Mandelbaum. Meer dan de helft van de laatste toespraak van Clinton over buitenlands beleid in Los Angeles ging over de economie. Mandelbaum: “Als het publiek ziet dat er iets aan de economie gebeurt, zullen ze ook op de korte termijn meer voelen voor nieuwe initiatieven in het buitenlandse beleid”.

Mandelbaum: “Bush denkt nog steeds dat het Amerikaanse kernarsenaal en zijn diplomatieke telefoonlijst de diplomatieke kracht van de Verenigde Staten vormen. Bush denkt dat je kunt meedoen aan poker als je alle spelers persoonlijk kent. Clinton gelooft dat je wat fiches moet hebben en die hebben we niet. Je hebt de bedeldiplomatie van na de Golfoorlog, de mislukking van de handelsbesprekingen. Dat vloeit allemaal voort uit de economische zwakte van Amerika. Als de economie blijft afglijden, is alles wat Bush wenst onmogelijk”.

Tijdens de Koude Oorlog was het gemakkelijk om Amerikanen te porren voor buitenlands beleid. Initiatieven vloeiden vanzelfsprekend voort uit de wedijver met de Sovjet-Unie. Nu is buitenlands ingrijpen minder vanzelfsprekend voor de VS. Volgens Mandelbaum beschikt een president Clinton niet alleen over een meerderheid van de eigen partij in het Congres maar heeft hij ook meer overredingskracht dan Bush: “Clinton heeft zijn leven lang sceptische kiezers overtuigd om initiatieven te steunen en te betalen waarvan ze het eindresultaat nog niet voor zich zagen.”

Mandelbaum, hoogleraar buitenlands beleid aan de Johns Hopkins School for Advanced International Studies in Washington, is ook directeur Oost-West-betrekkingen van de invloedrijke Council on Foreign Relations. Hij is een goede vriend van Clinton en kent hem uit Oxford, waar hij ook als "Rhodes Scholar' studeerde. Ze woonden in het zelfde huis. Hij heeft in Oxford ook de moeilijke debatten en gewetensconflicten over de militaire dienst in Vietnam meegemaakt en hij heeft zijn oude studievriend tot op de dag van vandaag verdedigd. Na gemanoeuvreer van zijn kant werd Clinton uiteindelijk uitgeloot en hoefde hij dus niet naar de Vietnamoorlog, waar hij principieel op tegen was.

Clintons ervaringen met militaire dienst en oorlog zijn een belangrijk element bij de beoordeling van zijn kwaliteiten als president, omdat Amerikaanse soldaten deze eeuw aan heel wat oorlogen hebben deelgenomen. De Amerikanen willen dat een president weloverwogen beslissingen neemt over oorlog en vrede. Clinton zegt steevast dat hij zich op dergelijke beslissingen niet verheugt maar dat hij er ook niet van terugschrikt. Maar als de verkiezingen alleen over buitenlands beleid gingen, zou een verkiezingsoverwinning van een oorlogsveteraan en ervaren diplomaat als Bush al vaststaan. Dit jaar maken de kiezers zich meer zorgen over de kwakkelende economie. De wereld is zelfs zo sterk veranderd dat veel neoconservatieven, vaak voormalige Democraten, die Reagans havikachtige buitenlandse beleid steunden, van Bush naar Clinton zijn overgestapt.

Clinton en zijn adviseurs zijn vaag in hun uitspraken, want het is moeilijk kritiek leveren op het buitenlandse beleid van de president. Principieel is er weinig onderscheid tussen beide kandidaten. De verschillen komen slecht naar voren omdat een echt debat bij gebrek aan belangstelling ontbreekt. Clinton wil wat minder defensie, een onsje minder troepen in West-Europa en legt wat meer accent op mensenrechten, nonproliferatie van kernwapens en de Verenigde Naties, de oude hoekstenen van het beleid van Democratisch president Carter. Een voormalige medewerker van Carter, Anthony Lake, coördineert nu het buitenlandse beleid van de Democratische kandidaat. Toch zal een raspoliticus als Clinton zijn “beginselen” waarschijnlijk niet zo ver doordrijven als de puriteinse Carter indertijd, zodat alleen de geringere ervaring als verschil in Clintons debet overblijft.

Clinton heeft veel achterafkritiek op de blunders van Bush, het geheime bondgenootschap met het dictatoriale Irak tot vlak voor de bezetting van Koeweit, de trage erkenning van de veranderingen in de Sovjet-Unie, de diplomatieke contacten met China ondanks mensenrechtenschendingen.

Toch slaagde Bush er dankzij de zakelijke relatie met China in de hele Veiligheidsraad mee te krijgen voor de bevrijding van Koeweit. Harvard-professor Robert Blackwill, voormalig medewerker en nu campagne-adviseur van Bush, vindt de Democratische kritiek studeerkamerachtig. “Je kunt wel abstracte doeleinden nastreven maar de werkelijkheid in de Ovale Kamer van het Witte Huis ligt anders”, zegt hij.

Om joodse stemmen te winnen valt Clinton het Israel-beleid van Bush aan maar toch prijst hij de huidige onderhandelingen tussen Israel en de Arabieren. Zou hij die historische onderhandelingen als president in de waagschaal stellen voor een geheel nieuwe aanpak van het Midden-Oosten? In principe is Clinton, die veel gereisd heeft, een praktische internationalist.

Een kansrijke kandidaat voor het ministerschap van buitenlandse zaken is de voorzitter van de Huiscommissie voor Europese Zaken, Democratisch Congreslid Lee Hamilton. Deze ervaren specialist heeft het beleid van Bush grotendeels gesteund. Hij kan het gebrek aan Washingtonse ervaring van de gouverneur van Arkansas aanvullen en voor politieke steun zorgen in het Congres. Hamilton is al herhaaldelijk naar Little Rock gereisd voor overleg met de gouverneur.

Volgens Clinton is er een “nieuwe visie” nodig na de Koude Oorlog maar hij schuwt de details. Mandelbaum vindt dat president Bush teveel in het verleden leeft. “Hij is een man van de jaren zeventig”, zegt hij. “Een typemachinereparateur in de tijd van de computer. Hij probeert te wedijveren met zijn vroegere baas Nixon”. Als voorbeeld geeft hij het handvest van Amerikaans-Russische relaties bij zijn laatste topconferentie met Jeltsin in Washington. “Dat is nabootsing van de jaren zeventig. Toen deden ze het na elke topconferentie. Maar nu is dat toch niet meer nodig. Hij maakt toch ook geen handvest na een ontmoeting met de Nederlandse premier?”, zegt hij. Het wapenbeheersingsverdrag met Jeltsin, een persoonlijk monument voor veiligheidsadviseur Scowcroft, wordt uiteindelijk pas in de 21e eeuw geheel van kracht. Het is dus sterk afhankelijk van de politieke overleving van Jeltsin, aldus Mandelbaum, economie staat voorop. Maar Bush had al eerder dergelijke Democratische kritiek de wind uit de zeilen genomen door zijn steun voor het initiatief tot hulp voor de Sovjet-Unie, nadat voormalig president Nixon daartoe had opgeroepen.

Mandelbaum krijgt meer vaart als hij over de economie spreekt, zeer ongebruikelijk voor een diplomatiek specialist. Ook Clinton wordt enthousiaster als hij in zijn toespraken praat over de militairen en defensie-industrieën die hij voor vreedzame doeleinden kan inzetten. Op dat bekende terrein kan hij zijn tegenstander aan.