Abortus

Hill, E.M. en Low, B.S. (1992). "Contemporary abortion patterns: A life history approach'.; Ethology and Sociobiology 13: 35-48. Betzig, L en Lombardo, L.H. (1992). "Who's pro-choice and why'. Ethology and Sociobiology 13: 49-71.

Per worp brengt het gedomesticeerde varken 8 a 12 jongen ter wereld. De zwangerschap duurt 114 dagen, en de jongen worden ongeveer 55 dagen gezoogd. Als zich echter twaalf dagen na de conceptie minder dan vijf embryo's ontwikkelen, dan is de kans op een spontane abortus zeer groot.

Varkenshouders hebben belang bij een zo groot mogelijk aantal biggen, en creeren daarom de omstandigheden die het voor zeugen mogelijk maken om het maximale aantal te halen. Ook de zeug zelf heeft bij dit maximale aantal belang. Hoe meer jongen, des te groter is de kans dat een of enkele zich voortplanten voordat ze geslacht worden. Daarom breekt de zeug bij een te gering aantal embyro's de zwangerschap af. Een nieuwe conceptie leidt waarschijnlijk tot meer voortplantings-succes, dan een langdurige investering in een te klein aantal jongen.

cp,24 Icp,9.5 n natuurlijke omstandigheden is de voedselvoorziening zelden zo perfect georganiseerd als in een varkensfokkerij. De gierzwaluw (Apus apus), een van de snelst vliegende vogels, vangt insekten in de lucht en legt per jaar een tot vier eieren. Uit een langdurig onderzoek naar de verhouding tussen het aantal gelegde eieren, en het aantal jongen dat uitvloog, bleek dat nesten met vier eieren vrijwel nooit het grootste aantal uitvliegende jongen hadden. Slechts bij hoge uitzondering kon er genoeg voedsel gevangen worden om alle vier de jongen groot te brengen, meestal stierf meer dan 50%. Nesten met drie en zelfs met twee eieren waren daarom, gemeten naar het aantal uitvliegende jongen, reproduktief succesvoller. Een koppel gierzwaluwen met vier eieren zou er, tijdens een zomer met weinig insekten, in feite verstandig aan doen om de helft van hun broedsel overboord te zetten. Dit komt bij gierzwaluwen echter niet voor, misschien omdat het te moeilijk voor ze is om het voedselaanbod te meten.

Maar bij verschillende andere soorten beeindigen ouders daadwerkelijk het leven van de eigen embyro's. Als het nest van de wesp Polistes versicolor door een bepaalde roofkever aangevallen wordt, dan is het resultaat fataal: alle eieren en larven zullen worden verslonden. In deze uitzichtloze situatie begint de wesp de eigen larven op te eten. Paradoxaal is dat de fitness van de larven zelf hierdoor waarschijnlijk vergroot wordt. Opgegeten worden door hun eigen moeder is in deze situatie het beste wat ze kan overkomen! Want door als voedsel voor de moeder te dienen, kan deze sneller nieuwe larven maken, en deze nieuwe larven hebben het genetische materiaal van de opgegeten larven.

Of een dier het leven beeindigt van een eigen, zich ontwikkelend jong, is sterk afhankelijk van de omstandigheden. In een ongunstige situatie kan het voortplantings-succes gediend zijn bij het afbreken van de investeringen in jong nageslacht, om te wachten op betere tijden. Een Amerikaans onderzoek naar abortus provocatus lijkt aan te tonen dat bij mensen hetzelfde mechanisme werkzaam is.

cp,24 Mcp,9.5 ensen zijn geevolueerd in omstandigheden waarin het gunstig was voor de overleving van een kind, wanneer zowel de vader als de moeder in het welzijn ervan investeerden. Als de vader ontbreekt, of weigert te investeren, dan zullen vrouwen die in verwachting zijn dit over het algemeen als een minder gunstige situatie ervaren. Tussen 1975 en 1981 werd in de Verenigde Staten 65% van de zwangerschappen van ongehuwde vrouwen door middel van abortus beeindigd, tegen slechts 10% bij gehuwde vrouwen. Binnen de groep ongehuwde, zwangere vrouwen zijn er verschillen die in dezelfde richting wijzen. De kans dat het kind geboren wordt neemt toe als de moeder financiele hulp verwacht, bijvoorbeeld van familie of van de overheid. Vooral de relatie met de vader lijkt buitengewoon belangrijk. Hoe beter deze relatie is, des te kleiner is de kans op abortus, en deze kans neemt ook af als de vader ouder is dan de moeder, en een vaste baan heeft. De kans op abortus is daarentegen groot als de moeder niet zeker weet wie de vader is.

Een merkwaardige uitkomst van Amerikaanse opinie-onderzoeken is dat mannen en vrouwen weinig verschillen wat betreft hun mening over de toelaatbaarheid van abortus. Men zou verwachten dat vrouwen, aangezien zij het risico lopen om ongewenst zwanger te raken, het meest voor een liberale abortus-wetgeving zijn. Maar niet alle vrouwen lopen evenveel risico. Het zijn met name ongehuwde vrouwen tussen 13 en 50 jaar die een grote kans lopen om ongewenst zwanger te worden. In een onderzoek werd de mening van deze "risico-lopende vrouwen' vergeleken met die van andere groepen, en inderdaad stond men hier veel positiever tegenover abortus. (Tussen getrouwde en ongetrouwde mannen was geen verschil). Er kon zelfs een duidelijke politieke invloed van de "risico-lopende' groep aangetoond worden. De vijftig staten van de USA verschillen onderling wat betreft de samenstelling van de bevolking. Sommige staten hebben een groter percentage ongehuwde vrouwen tussen 13 en 50 jaar dan andere. De gouverneurs van de staten verschillen onderling wat betreft hun mening over abortus; sommigen zijn voor een meer liberale wetgeving dan anderen. Tussen deze twee variabelen is een duidelijk verband: Hoe meer ongehuwde vrouwen tussen 13 en 50 jaar er in een staat zijn, des te positiever oordeelt de gouverneur over abortus. Het lijkt waarschijnlijk dat de mening van de gouverneur sterk benvloed wordt door het aantal "risico-lopende vrouwen'. Bij verkiezingen kan dat een belangrijke groepering zijn.