Werkgevers en vakbeweging kruisen degens over extra banen

DEN HAAG, 16 SEPT. Het gratis verstrekte zwarte aktetasje creëert in de trein een object van wederzijdse herkenning. "Prinsjesdag bij Van Lanschot?' De man - corpulente vijftiger, donkerblauw pak met krijtstreep, en bril met zwaar montuur - knikt. Na het uitwisselen van de professionele informatie (“ik wil niet met mijn naam in de krant”) steekt de bankier zijn waardering voor de Miljoenennota 1993 niet onder stoelen en banken. “Financieringstekort: o.k. Lastendruk: o.k. Beheersing van de uitgaven: o.k.” Geïntereseerd volgen de coupégenoten het gesprek. “Die Kok doet het goed op Financiën. Maar wij - liberalen, bankiers, en ook werkgevers - moeten hem niet te veel prijzen, want anders krijgt hij nog meer problemen met zijn partij.” Een bulderlach vult de coupé.

Werkgeversvoorzitter dr. A.H.G. Rinnooy Kan voldeed een paar uur eerder aan dit criterium. Tijdens de traditionele Prinsjesdag-discussie in het Haagse Diligentia georganiseerd door Van Lanschot Bankiers noemde de VNO-voorman de Miljoenennota “een goede maar onzekere stap in de juiste richting”.

Zijn opponent FNV-voorzitter J. Stekelenburg vond dat het kabinetsstuk “te veel zelfgenoegzaamheid” uitstraalt. “Ik stoor mij aan die tevreden toonzetting.” Hij erkende dat op het terrein van de sanering van de overheidsfinanciën goede vorderingen worden geboekt (“de lijken zijn uit de kast van Ruding”), maar het kabinet geeft geen antwoord op de fundamentele vragen: de Nederlandse toekomst in Europa, de milieuproblematiek en vergroting van het aantal banen.

Het kabinet-Lubbers/Kok wil ten aanzien van het laatste punt het "estafette-stokje' doorgeven aan werkgevers en werknemers. Koningin Beatrix riep in de Troonrede de sociale partners op “om in goed overleg de lonen te matigen”. De koopkracht van werkenden met een bruto inkomen vanaf 45.000 gulden stijgt volgend jaar met 1,5 procent. Minister Kok heeft de sociale partners opgeroepen om de lonen volgend jaar niet meer te laten stijgen dan de inflatie van 3,75 procent, want “dan blijft er veel geld over voor nieuwe banen”.

Het kabinet hoopt dat werkgevers en werknemers hierover een akkoord kunnen sluiten. Zoniet, dan is de kans groot dat de stijging van de lonen in de marktsector volgend jaar meer dan vijf procent zal zijn. Maar Rinnooy Kan gaf niet thuis. “Zinloos.” “Korte termijn denken.” “Ik voel weinig voor zo'n rituele dans.”

Tijdens het debat - de Miljoenennota stond geagendeerd, maar het werd een twistgesprek tussen twee heren over een centraal akkoord - ging hij niet inhoudelijk in op het voorstel van Stekelenburg om de lonen volgend met iets meer dan 3,75 procent te laten stijgen en de rest van de “onderhandelingsruimte” (de stijging van de arbeidsproduktiviteit met twee procent) te gebruiken voor meer banen.

De werkgeversvoorzitter heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij geen centraal akkoord kan sluiten: de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden moet plaatsvinden in de bedrijven en bedrijfstakken. Hij is niet gemachtigd om voor Philips, Akzo, en Hoogovens daar afspraken over te maken.

Stekelenburg wil wel zo'n “richtinggevende afspraak” omdat hij een "loongolf' van vijf procent wil vermijden. Dat kan volgens hem alleen door centrale coördinatie. Ter illustratie sprak hij over een districtsbestuurder van een FNV-bond die in Rotterdam een vergadering met leden toespreekt over een CAO-voorstel voor de grootmetaal. Welke argumenten moet hij gebruiken om de leden zover te krijgen dat ze dichter bij de vier procent blijven dan bij de vijf procent, want de collega's in de kleinmetaal hebben al bedongen dat ze er volgend jaar 4,75 procent bijkrijgen, zo vroeg Stekelenburg zich af om in één adem zelf het antwoord te geven: “Alleen een centrale afspraak kan uitkomst bieden”.

Algemeen-directeur van het VNO dr. J.J.H. Jacobs stootte zijn buurman, CNV-voorzitter mr. A.A. Westerlaken aan. “Dit is nu juist dè illustratie waarom je geen centrale afspraken kan en moet maken.”

Kabinet en vakcentrales hebben haast, want de aangesloten bonden zijn bezig hun CAO-eisen te formuleren voor volgend jaar. De vakcentrales willen eerst een afspraak over loonmatiging en uitbreiding van de werkgelegenheid, en daarna kan in de Sociaal-Economische Raad verder worden gesproken over de afstemming van het Nederlandse beleid op de eisen van de Europese en monetaire unie. In het najaar wil het kabinet daarover graag de mening van de sociale partners weten.

Rinnooy Kan maakte duidelijk dat voor hem de prioriteiten anders liggen. Eerst een route uitzetten hoe de Nederlandse economie “de Europese uitdaging” kan pareren en afsluitend valt er dan misschien nog wel te praten over een "centrale aanbeveling'.

“'t Was een toneelstukje en ik ga graag naar het theater”, meent de treinreizende bankier evaluerend. “En de SER zal wel met een verdeeld advies komen. Ook dat past in de Nederlandse arbeidsverhoudingen.”