"Verslaafden nooit voorgoed vastprikken'

CHIEL VAN BRUSSEL, hoofd van de drugsafdeling van de Amsterdamse GG & GD, ziet weinig heil in het verstrekken van heroïne aan verslaafden. Hij noemt het een “onzalig” Rotterdams plan: “Ik wil best verstrekken. Maar niet omdat een of andere commissaris zegt: Ik heb zo'n last van de criminaliteit en dat vervolgens op mijn recept wil schrijven.”

AMSTERDAM, 16 SEPT. “Het toedienen van heroïne of andere aantrekkelijke opiaten heeft als vervelende bijwerking dat je het levenslang moet blijven geven”, zegt Chiel van Brussel, hoofd van de drugsafdeling van de Amsterdamse GG & GD. De Amsterdamse arts ziet weinig heil in de plannen van de Rotterdamse politie om gratis heroïne te verstrekken aan verslaafden. “Ik heb geen enkele behoefte om de 3.000 verslaafden die nu een beetje als vlinders om ons heen zweven, voortaan elke dag - tot aan hun pensioen - met een naald aan ons vast te prikken.”

Een van de conclusies van het vandaag gepresenteerde jaarverslag van de Amsterdamse drugsafdeling is dat junks nooit doorlopend verslaafd blijken te zijn. De 3.000 drugsverslaafden die de afgelopen jaren gebruikmaakten van het Amsterdamse methadonprogramma, komen gemiddeld zes maanden per jaar. Van Brussel: “Er zijn hele tijden dat mensen niet gebruiken. Dan hebben ze een liefde gevonden of een aardige baan. Totdat er weer een ramp gebeurd, dan komen ze weer bij ons terug”.

Dat verslaving "op en neer gaat' is voor Van Brussel de belangrijkste reden om het Rotterdamse plan "onzalig' te vinden. “We hebben het experiment hier in Amsterdam acht jaar geleden gehad”, zegt hij. “We zijn een dertigtal verslaafden morfine of intraveneuse methadon gaan geven. Het gros van die mensen is aan dat experiment blijven plakken. Die komen na acht jaar nu nog elke dag hun spuit halen. Je zag het ook in dat prachtige gelikte televisieprogramma over de drugshulpverlening in Liverpool waar de Rotterdamse politie voor zijn idee is geweest: een keurige dokter die aan zijn cliënt vraagt of ze al wat gaat minderen. "Nee', zegt de cliënt. Waarop de dokter vraagt: Wanneer dan wel, met je AOW? De cliënt was begin dertig, snap je. Dat is dus typerend. Ik vind dat je mensen de kans moet geven weg te komen van hun verslaving, al is het voor een tijdje. Je moet ze in elk geval niet vastprikken. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.”

Bent u uit principe tegen het verstrekken van heroïne?

“Oh nee, absoluut niet. Ik denk dat het heel goed is als dat wordt verstrekt aan mensen die absoluut geen toekomstperspectief meer hebben. Neem iemand die al vijftien jaar hardstikke verslaafd is, aids heeft en met zijn zieke lijf alleen nog een beetje over de Zeedijk heen schraapt. Daar heb ik geen enkel probleem mee om te verstrekken. Een criminaliteitsprobleem los je er niet mee op, want met je handtas gaan die lieden er niet meer vandoor. Je hebt er in zoverre last van dat het een deerniswekkende aanblik is. Het is gewoon niet prettig om Derde-wereldachtige taferelen in je mooie stad te zien. Aan die mensen wil ik dus best verstrekken. Maar niet omdat een of andere commissaris zegt: ik heb zo'n last van de criminaliteit en dat vervolgens op mijn recept wil schrijven.”

Is de Rotterdamse aanpak fundamenteel anders dan de Amsterdamse?

“Nee, de verschillen zijn uiteindelijk minimaal. Ik denk dat het Nederlandse drugsbeleid het best mogelijke is. Veel beter dan hier kan het niet. Als je kijkt naar de sterftecijfers, de verspreiding van HIV, dan scoort Nederland buitengewoon goed. Overal zijn spuitenruilprojecten. Er is een soort methadon-deken over heel Nederland gelegd. De rijksoverheid heeft massaal in drugshulpverlening geïnvesteerd. Als je dat vergelijkt met de puinbak in bijvoorbeeld Duitsland. Wannneer je bedenkt dat in een stadje als Emmerich, een gat niet groter dan Vinkeveen, per jaar al vijftien mensen aan een overdosis sterven. Het is niet voor niets dat wij nu door Frankfurt zijn gevraagd om daar een drugsprogramma op te zetten. Wat betreft Rotterdam denk ik dat er weinig overleg is gepleegd met de hulpverlening daar, die voortreffelijk is. Ze hebben zich in de nesten gewerkt door de gebruikers uit de wijken te halen en te concentreren rond het Centraal Station. Dat hebben we hier ook gehad, begin '80 met de Zeedijk. Zoiets gaat werken als een magneet. Je krijgt verslaafden, dealers, alcoholisten, psychiatrische gevallen, alles bij elkaar. Als je het drugsgebruik tolereert en naar één plek verwijst, kom je in een eindeloze ellende terecht.”

Het is opvallend hoe de jaarverslagen van Rotterdam en Amsterdam eenzelfde beeld laten zien: In beide steden wordt de groep junks steeds ouder, en er komen weinig nieuwe verslaafden bij. Welke ontwikkeling zit hier achter?

“Inderdaad staat het aantal nieuwe aanmeldingen niet in verhouding tot de jaren '70 toen hele groepen zeg maar "normale' jongens en meisjes uit de band sprongen en massaal verslaafd raakten. Met de aanmeldingen van nu is iets raars aan de hand. De gemiddelde leeftijd is 29 jaar en ze hebben in de meeste gevallen zwaar psychiatische problemen. Dat is dus een fundamenteel verschil met de decennia hiervoor, en trouwens ook met het buitenland: niet meer de "gewone' jongere wordt deviant door drugs, maar mensen die zich al deviant voelen, en met eenzaamheids- en identiteitsproblemen kampen raken verslaafd. Dat is de ene groep nieuwkomers. De andere komt voort uit de criminele jongeren op straat, die zich allesbehalve deviant voelen. Als we in ons jaarverslag een stijging van het aantal Marokkaanse verslaafden signaleren, zit dat in deze groep. Het gaat om jongeren die er een criminele leefstijl op na houden, waar ook drugs bijhoren, maar het gros raakt niet verslaafd. Ze weten donders goed dat ze niet een paar weken lang elke dag moeten gebruiken. Ze doen een weekje op en een weekje af. Dan weer drank, dan weer coke; zo rotzooit men door het leven. De meesten hebben een enorme handigheid om daarmee om te gaan. Dat soort mensen moet je dan ook niet in langdurige methadonprogramma's stoppen. Je kan ook zeggen: als u eens iets aan uw school ging doen?”

De grootste groep verslaafden in Nederland is uiteindelijk één verzameling junks die uit de jaren '70 stamt en steeds ouder wordt. Sterft het drugsprobleem daardoor niet vanzelf uit? Is het verstrekken van gratis heroïne niet een vorm van stervensbegeleiding?

“Uiteindelijk sterven we allemaal. Maar verslaving is een probleem waarvoor geen oplossing bestaat. Je kunt het niet genezen. Je kunt proberen de epidemie zo goed mogelijk onder controle te houden. Dat is wat we hier in Nederland proberen. Op termijn zijn er goede prognoses: Mensen houden ermee op, doen er een tijdje niet aan, of weten ermee om te gaan, zoals die Marokkaanse jongeren. Maar een toename van 300 verslaafden per jaar is niet niks. Dat betekent over tien jaar 3.000 verslaafden. Daarbij komt dat heroïne een gevaarlijke stof is. Als arts heb ik mijn medische ethiek en wil ik de kans dat iemand ophoudt, niet bij voorbaat aborteren. Uiteindelijk blijkt dat de helft van de verslaafden op een gegeven moment vanzelf ophoudt.”

    • Marjon van Royen