Vergrijzing onder heroïneverslaafden zet door

AMSTERDAM, 16 SEPT. De gemiddelde leeftijd van harddrug-verslaafden in Amsterdam en Rotterdam stijgt jaarlijks. De groep wordt steeds ouder en zieker, maar veroorzaakt daardoor juist minder overlast. De criminaliteit door verslaafden neemt af.

Dat blijkt uit het jaarverslag over 1991 van de GG & GD van Amsterdam en uit het rapport van het Drugs Informatie Systeem, dat in opdracht van de Rotterdamse GGD een onderzoek verrichtte onder deelnemers aan methadon-programma's. Vorig jaar was de gemiddelde leeftijd van Amsterdamse harddrug-verslaafden 34,2. In 1990 was dat 33,3 jaar, in 1989 32,7. In Rotterdam zijn de verslaafden gemiddeld iets jonger: 31,5 jaar.

Rotterdam signaleert dat de gemiddelde leeftijd waarop men met harddrugs begint, is gestegen van 17 jaar in de jaren zeventig tot 23 jaar eind jaren tachtig. Een mogelijke verklaring hiervoor is volgens de Rotterdamse GGD dat heroïnegebruik “niet meer zo goed past in de huidige jeugdcultuur”.

Het aantal verslaafde cliënten van de gezondheidsdiensten schommelt in beide steden al enige jaren rond de 2.100. Het aantal "nieuwkomers' in de Rotterdamse drugscene neemt af, van 659 in 1989 naar 486 vorig jaar. De meeste nieuwkomers zijn van buitenlandse afkomst. Het merendeel woont buiten Rotterdam en heeft, in tegenstelling tot de "harde kern' van de Nederlandse druggebruikers, een inkomen uit arbeid. In Amsterdam registreerde de GG & GD in 1991 juist weinig nieuwe buitenlandse cliënten. Mogelijk spelen beleidswijzigingen in de hulpverlening en beschikbaarheid van goedkope heroïne in andere Westeuropese landen daarbij een rol, aldus de GG & GD.

Het aantal aids- en tuberculose-patiënten onder drugverslaafden in Amsterdam neemt snel toe. Het aantal seropositieven in 1991 wordt geschat op 1050. Daarvan zijn op dit moment 600 bij de GG & GD geregistreerd.

De nieuwe instromers in de reguliere verstrekking van methadon zijn in beide steden voor een belangrijk deel van Nederlandse afkomst. Er worden in Amsterdam vrijwel geen nieuwe Surinaamse druggebruikers gesignaleerd. In Rotterdam is zestien procent van de klanten van de methadonprogramma's van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, vijf procent is afkomstig uit Marokko. Het gebruik van methadonprogramma's, als vervanging voor heroïne, neemt in Rotterdam de laatste jaren sterk toe.