Turkije en Iran bundelen krachten tegen PKK

ANKARA, 16 SEPT. Turkije en Iran gaan samenwerken bij de bestrijding van de Koerdische Arbeiders Partij, de PKK, die in het grensgebied een guerrilla-oorlog voert voor een onafhankelijk Koerdistan. In ruil daarvoor moet Turkije de Iraanse oppositiegroepering Mujahedeen Khalq, die zowel vanuit Irak als vanuit Turkije opereert, beter controleren.

De Iraanse minister van binnenlandse zaken, Abdullah Nouri en zijn Turkse collega, Ismet Sezgin, die een vijfdaags bezoek bracht aan Iran, ondertekenden gisteren in Teheran daartoe een samenwerkingsverdrag. Afgesproken is dat een Turks-Iraans comité maandelijks bijeenkomt om de veiligheid in het grensgebied te controleren en de drugshandel in de regio in te dammen.

De gevoelige relaties tussen het wereldlijke Turkije en het islamitische Iran kwamen vorige maand nog meer onder druk te staan nadat de PKK vanuit Iran een grootscheepse aanval lanceerde op een Turkse militaire grenspost, waarbij 16 soldaten om het leven kwamen. Volgens persberichten zouden de Turken ter vergelding luchtaanvallen hebben uitgevoerd op Iraans grondgebied. Eveneens werd er op gespeculeerd dat de Turkse minister Teheran zou verzoeken om in de toekomst vaker bombardementen op PKK-kampen te mogen uitvoeren.

De logistieke en morele ondersteuning die de PKK vanuit de buurlanden Syrië, Irak en Iran geniet, is een doorn in het oog van Turkije. Eerder dit jaar kwamen Damascus en Ankara overeen de gelederen (voor het eerst) te sluiten en de PKK niet alleen te brandmerken als een terreurorganisatie, maar om deze tevens te bestrijden. De Syrische minister van binnenlandse zaken, Mohamad Harba, brengt deze week om die redenen een tegenbezoek aan Turkije.

Sezgin was naar Teheran gereisd om met de Iraniërs een zelfde samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. Een manier bovendien om de algehele relaties tussen de buurlanden te verbeteren. Iran en Turkije strijden om invloed in de Centraal-Aziatische republieken en in de Azerbajdzjaanse enclave Nagorny-Karabach. Iran steunt in dat conflict Armenië, Turkije Azerbajdzjan. Bovendien hebben beide landen banden met de oppositiebewegingen in Irak. Iran met de shi'ieten in het Zuiden; Turkije met de sunnieten, omvattende de Arabieren, Turkmenen en Koerden, in het Noorden.

Hoe Turkije de Mujahedeen Khalq gaat controleren, blijft nog onduidelijk. De Turkse minister heeft Teheran om inlichtelingenmateriaal gevraagd, waaruit moet blijken hoe en in welke mate deze oppositiegroepering Turkije als uitvalsbasis gebruikt. Na de val van de sjah en de komst van de religieuze leider Khomeiny werd Turkije het vluchtland bij uitstek voor oppositionele Iraniërs. Alleen al in Istanbul wordt hun aanwezigheid op honderdduizenden geschat.

De Mujahedeen Khalq, die wordt gesteund vanuit het Westen in de hoop een verdere uitbreiding van het Iraanse type van het islamitisch fundamentalisme tegen te gaan, heeft in telegrammen aan VN-secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali, andere VN-organisaties, de Turkse premier Süleyman Demirel en de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International zijn bezorgdheid al uitgesproken dat “Turkije een gebied voor de jacht op Iraanse vluchtelingen wordt”. Leider Massoud Rajavi zei in een afzonderlijke verklaring dat “er ook in het verleden al sprake is geweest van terreur door Iran tegen Iraanse vluchtelingen in Turkije”. Een ontwikkeling, aldus Rajavi, die verder zal toenemen, nu Ankara prioriteit geeft aan samenwerking met Teheran ter bestrijding van de de PKK.

    • Froukje Santing