"Streber' Clinton getekend door armoedige jeugd

De Democratische presidentskandidaat Bill Clinton groeide op in het plaatsje Hot Springs in Arkansas, in een milieu waar een streng protestantse moraal leefde naast het overlevingsrealisme van een gokstad. Vanuit armoede werkte hij zich met grote vastberadenheid op tot een vooraanstaand politicus.

HOT SPRINGS, 16 SEPT. Sommige raamkozijnen in het met torentjes bekroonde Italiaans aandoende hotel Majestic zijn glanzend grijs geschilderd, andere zijn rot en afgebladderd. Het oude hotel staat in het centrum van het kuuroord Hot Springs, een vervallen wufte enclave in de strenge deelstaat Arkansas, waar de Democratische presidentskandidaat Bill Clinton zijn jeugd heeft doorgebracht. De prominente nationale rol van de lokale held heeft gezorgd voor een opleving van het toerisme.

Hot Springs heeft eerder nationaal geschiedenis gemaakt. President Franklin Roosevelt kwam hier om van zijn polio te herstellen, maar ook mafiosi als Al Capone en Charles Luciano verwarmden zich in de geiserbaden. Tussen gangsters bestond de afspraak dat ze in Hot Springs niet op elkaar zouden schieten en de politie beschermde hen tegen betaling tegen de collega's van de FBI. Sinds de jaren veertig werden de geneeskrachtige baden nauwelijks gebruikt. Illegaal, goddeloos gokken en prostitutie hielden de lokale economie nog overeind. De inwoner van Hot Springs voelde zich altijd verfijnder, minder provinciaal dan de andere Arkansanen. Er zijn goede restaurants. Maar de streng protestantse kerken nemen ook een prominente plaats in het stadsbeeld in. Als er in de overheid een puriteinse golf tegen het gokken woedde, zorgde de politie voor opslag van de attributen tot alles weer kalmeerde.

In 1966 maakte gouverneur Winthrop Rockefeller een definitief einde aan het spelen tot spijt van de toch bijbelvaste inwoners. “Ik keur gokken niet goed maar het was hier zo levendig en uitnodigend. Toen ik hier voor het eerst kwam wonen, waren 's avonds de straten altijd vol met mensen”, herinnert zich de 77-jarige Edith Irons, studiebegeleidster op Clintons middelbare school. De uit Hope afkomstige moeder van Bill Clinton, Virginia Kelley, drievoudig weduwe, hield van de mondaine sfeer en heeft zelf altijd graag gegokt. De bijna 70-jarige vrouw met zwart geverfd haar en - volgens lokale gewoonte - hoogrood van de rouge, is vaak te vinden op de paardenracebaan.

In deze sfeer van compromis tussen twee werelden, de streng protestantse moraal van Arkansas en het overlevingsrealisme van de gokstad, is een harstochtelijke streber opgegroeid, voor wie politiek bedrijven even natuurlijk is als ademen. Als Clinton tot president zou worden gekozen, is hij de eerste politieke virtuoos na president Nixon. Hij lijkt overigens meer op een ander politiek dier, de uit het aangrenzende Texas afkomstige wijlen president Lyndon Baines Johnson.

Politieke virtuositeit is geen vanzelfsprekende eigenschap voor een president. Anderen hadden charisma (Kennedy, Reagan), volkse directheid (Truman), voorbeeldige integriteit (Carter, Ford), nationaal heldendom (Eisenhower) en geduldig, loyaal stuurmanschap (Bush, Ford). Presidentskandidaat Clinton is net als Johnson een onvermoeibare superpoliticus. Hij heeft niet alleen baat bij die eigenschap in een tijd dat de kiezers liefst een antipoliticus in het Witte Huis zouden zien.

Zowel Johnson als Clinton groeide op in arme landbouwgebieden met een rijke geschiedenis van progressief populisme. Het kleine deelstaatje Arkansas met twee miljoen inwoners heeft prominente nationale leiders voortgebracht zoals buitenlandspecialist senator Fulbright, voor wie Clinton een tijdje in Washington heeft gewerkt. Inwoners van kleine deelstaten stellen hun gekozen vertegenwoordigers in staat om anciënniteit op te bouwen.

De Arkansaan Roy Reed is een specialist in het populisme in zijn deelstaat. Hij schrijft een biografie over de populistische gouverneur Orval Faubus, die uit politiek opportunisme de natie verraste door in 1957 de raciale integratie van een school in Little Rock te beletten. Reed kent Clinton en hij was voor zijn docentschap aan de universiteit van Arkansas correspondent voor The New York Times in het Witte Huis onder Johnson. Hij kan de overweldigende aanwezigheid van Johnson vergelijken met de overredingskracht van Clinton. Johnson hechtte aan lichamelijk contact door klapjes op de schouder en op de knie, Clinton houdt zijn bezoeker psychologisch gevangen. Reed: “Ze wisten hoe ze moesten manipuleren. Ze wisten te geven en te nemen. Je kreeg hun volledige aandacht. Als je uit hun kamer wegging, is het eerste wat je dacht: hij is een groot man. Wat kan ik doen om hem te helpen?”.

Als kind van zijn tijd kan Clinton beter dan Johnson overweg met het medium televisie. Televisie en massamedia stellen een politicus in staat om haasje over te spelen met het oude gevestigde systeem van anciënniteit.

Johnson was een kind van de depressie, onzeker en bang dat hij bij mislukking van zijn loopbaan net als zijn vader zijn rug zou moeten breken met zware arbeid op het schrale heuvelland in Midden-Texas. Hij nam het zekere voor het onzekere en schuwde geen middel om zijn doel te bereiken. Hij maakte met veel moeite en onderbrekingen een derderangs universiteit in Texas af en was altijd bitter over intellectuelen.

Clinton kende ook armoede, toen hij werd ondergebracht in het plaatsje Hope bij zijn grootouders die een kruidenierswinkel dreven in een zwarte wijk. Zijn vader was voor zijn geboorte al overleden bij een auto-ongeluk. Maar zijn moeder haalde in New Orleans het diploma verpleegkundige in de anesthesie, hertrouwde en vestigde zich met haar zoon in Hot Springs. Zijn stiefvader Clinton, een humeurige en gewelddadige alcoholist, werkte voor de Buick-dealer van eem broer.

De plaatselijke afdeling van de Democratische partij heeft op een kaartje alleen de lokatie van de eerste gesloopte woning van de Clintons in Hot Springs aangegeven, de tweede middenklassewoning staat niet vermeld. Voor het contrast met patriciër Bush kan de mythe van Clintons jeugd niet genoeg armoede bevatten.

Clinton blonk al vroeg uit op school. Edith Irons herinnert zich dat scholier Clinton zich met veel zelfvertrouwen alleen voor de Georgetown School of Foreign Service opgaf, “waar je toch niet zo gemakkelijk op komt als Southern Boy”. Maar Clinton was vastbesloten om naar Washington te gaan. Als alumnus van Georgetown, Yale Law School en vroeger Rhodes Scholar aan de Oxforduniversiteit en voormalig professor aan de universiteit van Arkansas kan Clinton intellectueel vrijwel iedereen aan. Dat bleek bij zijn eerste geslaagde campagne voor procureur generaal van de deelstaat, waarbij zijn tegenstanders het na het eerste debat opgaven.

Little Rock, de hoofdstad van Arkansas, bestaat uit een groot conventiecentrum, een paar hotels, wat overheidsgebouwen, fast food-restaurants, cafetaria's en glazen kantoortorens. Clinton heeft de druk weerstaan om zijn nationale campagnehoofdkwartier naar Washington te verplaatsen en de nationale staf van 350 man werkt hier in een sierlijk kantoorgebouw. Twee blokken verderop bivakkeren de journalisten van nationale media in de bar van het Capitol hotel. Wie luid het Amerikaanse woord voor dienstplicht uitspreekt, ziet dat zich vele oren spitsen.

In het kleine wereldje van Arkansas speelde de ontwijking van de dienstplicht door Clinton nooit een grote rol. De kranten waren er gauw over uitgeschreven. Iedereen, vriend of vijand, is gefascineerd door de gouverneur. Ook politieke tegenstanders komen elkaar vaak tegen. Mensen bezigen hier een overdreven aandoende hoffelijkheid. “Ik vind het echt een groot voorrecht dat ik u ontmoet heb”, klinkt vaak als tweede zin na de kennismaking. In meer landelijke gebieden zijn deursloten een zeldzaamheid. Clinton maakte voor zijn vervoer soms gebruik van het vliegtuig van Tyson's food, het kippenimperium, dat met mest de rivieren vervuilt. Maar het zou onbeleefd zijn in dit deelstaatje als hij de diensten van een vriend zou weigeren.

Het plaatselijke capitool voor de plaatselijke wetgeving met glimmend geboend marmer doet aan als een leeg museum. De deuren van de gouverneurskamer in de rechtervleugel van het gebouw staan open, want Clinton is - zoals gebruikelijk - weg. Dat is niet erg, want de bewoners van de deelstaat Arkansas zijn altijd bang geweest voor overactief bestuur. Volgens de deelstaatconstitutie mogen de plaatselijke volksvertegenwoordigers slechts drie maanden in twee jaar bijeen komen voor wetgeving. Verder zijn er commissievergaderingen en begrotingsbehandelingen. De gouverneur krijgt met 35.000 dollar het salaris van een goede bouwvakker, de assistent-gouverneur zweeft met 14.000 dollar per jaar rond het bestaansminimum. De constitutie van Arkansas geeft de gouverneur weinig zeggenschap. Voor elke belastingverhoging is een drievierde meerderheid nodig.

Voor Clinton is een kleine deelstaat als politieke basis geen nadeel. Gedurende zijn bewind heeft hij de tijd kunnen nemen om aan zijn nationale en internationale netwerk te bouwen. Hij werd lid van alle gouverneursbonden die er waren, voor sportbijeenkomsten, voor zuidelijke gouverneurs, voor alle gouverneurs en hij bezocht de vergaderingen. Hij werd voorzitter van de Democratic Leadership Conference, een beweging om de Democratische partij op een middenkoers te brengen. En hij reisde rond de wereld om investeerders naar zijn deelstaat te lokken. “Clinton weet dat zijn taak niet ophoudt bij de grenzen van Arkansas”, zegt zijn woordvoerder. Ook als scholier in Hot Springs vertoonde hij al dergelijke koortsachtige activiteit, als geliefd spreker voor evenementen, zodat hij vaak de lessen miste.

Clintons grootste politieke daad is de onderwijshervorming, die hij grondig heeft aangepakt. Zijn vrouw reisde de hele deelstaat door om dit controversiële voorstel tot minimum-normen voor leraren erdoor te krijgen. Als lokmiddel voor de leraren verhoogde hij hun inkomen met de opbrengst van een extra belasting op verkochte goederen. Maanden voor het begin van de zitting bewerkte hij alle wetgevers persoonlijk. “Hij is een politicus die overal bij wil zitten”, zegt Michael Gauldin, Clintons woordvoerder.

Veel Arkansanen vinden dat hij te gauw bereid is tot compromissen. In 1980 verloor hij zijn herverkiezing omdat de kiezers deze "arrogante' Yale-man een lesje wilden leren. Met zijn progressieve bebaarde stafleden uit het Noorden had hij alles ineens willen hervormen.

Na zijn verlies putte Clinton zich uit in excuses aan de kiezer en werd hij in 1982 herkozen. De nieuwe Clinton werd een beminnelijk politicus, die met vleierei en "hoe gaat het je neef John in Clarksville?' de mensen voor zich wist te winnen. Volgens progressieve Arkansanen had hij zijn principes verloren. Maar volgens anderen, zoals zijn oude vriendin en campagnemedewerkster, professor Diane Blair, besefte hij dat je niet alles ineens kunt bereiken in de politiek. Dat beginsel heeft hem ver gebracht, tot nu toe.