Sint Petersburg heeft wat Moskou niet heeft; Semi-criminele marktcultuur staat succes niet in de weg

ST.PETERSBURG, 16 SEPT. Als alles volgens plan verloopt, zal Sint Petersburg het “Milaan van Rusland” worden. Want net als de hoofdstad van Lombardije heeft het voormalige Leningrad alles in zich om zich op kosten van het arme achterland tot hét economische centrum van Rusland te ontwikkelen.

Daarom heeft Ruud Wittkampf er onlangs ook een bureau voor het transnationale accountant- en adviesbureau Ernst & Young (67.000 werknemers) geopend. Nu is zijn kantoortje met zeven medewerkers nog het kleine broertje van de collega's in Helsinki. Maar over een jaar of vijf zullen de rollen omgekeerd zijn, weten Wittkampf èn zijn Finse confraters. En over tien à vijftien jaar zal het filiaal geheel door Russen worden gedraaid. “Local for the locals.” Het is slechts een kwestie van geduld.

Dat het investeringsklimaat in heel Rusland dit jaar is ingestort - het aantal buitenlandse bedrijven dat in een joint venture is gestapt, is de eerste zes maanden van dit jaar met vijftig procent afgenomen - is een objectief gegeven dat Wittkampf niet mag vermurwen. Hij baseert zijn subjectieve noties over de toekomst van de stad namelijk op het enthousiasme van zijn cliënten.

Als office manager van Ernst & Young moet mr.drs. Wittkampf (een 34-jarige Schiedammer, jurist en econoom) de analyses maken van bedrijven die gewild zijn bij eventuele buitenlandse partners. Tegen het gebruikelijke tarief van 260 dollar per uur dient hij zo te voorkomen dat zijn klanten een kat in de zak kopen.

Dat vergt veel tijd. Openbare registers zijn er niet, kadasters evenmin en er zijn ook geen betrouwbare financiële gegevens van accountants voor handen. “Je moet dus alles zelf screenen”, aldus Wittkampf. “Een Westers textielbedrijf wilde hier niet lang geleden iets gaan doen. Ze hadden ook een partner op het oog. Dat bleken alleen postbussen, telefoonnummers van hotelkamers en steeds verschillende visitiekaartjes te zijn. Dat zaakje stonk, dat waren bandieten die de boel aan het vernachelen waren”.

Maar wie zich door dit oerwoud van kleine en grote oplichters een weg baant, weet volgens Wittkampf uiteindelijk waarom Sint Petersburg een zakelijk succes kan worden. De stad beschikt over nagenoeg alles: een enorme industriële en technologische potentie, een ijsvrije haven met uizicht op het Westen die binnenkort wellicht via een hoovercraft via Zweden ontsloten wordt, een welwillend gemeentebestuur dat beseft dat het moet uitverkopen, goed opgeleide doch laag betaalde werknemers, een redelijk evenwichtige etnische samenstelling en bovenal stedelijke cultuur. “Een van onze Amerikaanse cliënten wilde iets in Moskou beginnen. Ze zijn daar anderhalf jaar bezig geweest met het vinden van een geschikte partner. Ten einde raad kwamen ze naar Petersburg. 't Was in twee maanden rond”, aldus Wittkampf.

Kortom, Sint Petersburg heeft wat Moskou niet heeft. In het voormalige Leningrad staat een defensie-industrie, gesymboliseerd door de befaamde Kirov-fabrieken, waar Westerse high-tech ondernemingen hun vingers bij aflikken. “De managers van de defensie-industrie zijn natuurlijk geen domme jongens. Decennia lang is alle geld en research in die sector gepompt. Er zijn daar veel eieren van Columbus te vinden. Alleen van marketing hebben ze nog geen verstand.”

De militaire sector is overigens niet de enige. Er is food-processing en er zijn ook bedrijven die de afgelopen 75 jaar hun pre-revolutionaire produktietechnieken hebben kunnen behouden (onder andere in het porselein) en nu dus goedkoop heel ambachtelijk werk zouden kunnen leveren. Want de lonen zijn er laag, ook van de hoogst geschoolden, en voor onroerend goed wordt evenmin het onderste uit de kan gevraagd. In Sint Petersburg is het mogelijk om fraaie panden te vinden voor 100 dollar per vierkante meter. In Moskou denken ze dat ze, ook al is er geen sushi-bar om de hoek, Japanse huurprijzen van 800 tot 1.200 dollar kunnen vragen.

Tegelijkertijd is de stedelijke structuur er veel toegankelijker dan elders in Rusland. In Moskou durft het management van het sjieke hotel Metropol bijvoorbeeld vier dollar voor een kop koffie te rekenen. In Sint Petersburg heeft het vergelijkbare Europa hotel aan de Nevski-prospekt, dat louter met personeel werkt dat geen enkele Russische horeca-ervaring had en dus nog redelijk onbedorven was, een postmoderne roebel-brasserie binnen haar muren geopend. En dat verschil in gedrag wordt in Moskou niet gecompenseerd. Integendeel. Het Bolsjoi doet bijvoorbeeld niet onder voor het vroegere Kirov-theater - beiden verkeren in een artistieke en commerciele crisis - en de Hermitage of het Roesskij Muzej hebben niet minder te bieden dan het Poesjkin-museum en de Tretjakov-galerie.

Maar er is volgens Wittkampf bovenal nog iets anders in Petersburg te vinden: een houding. “Twee weken geleden was ik bij een staalbedrijf. Met tranen in de ogen vertelde de directeur dat hij, na er zelf dertig jaar gewerkt te hebben, mensen had moeten ontslaan. Nu moeten ze dingen maken die ze eigenlijk niet willen. Maar hij moet wel: om het bedrijf aan de gang te houden. De mentaliteit is er niettemin: vooruit, zo snel mogelijk door het vuur heen in de hoop dat je er levend uitkomt, de schade kunt opnemen en dan echt opnieuw kunt beginnen.”

Maar is dat doorslaggevend in een marktcultuur die semi-crimineel is? Ook in Sint Petersburg maken de racketeers overuren. Volgens politie-inspecteur Sergej Sidorenko zijn er in de stad momenteel 43 georganiseerde afpers-groepen aan het werk die de nieuwe commerciële sector proberen uit te zuigen. “En die racketeers zijn helaas niet alleen Tsjetsjenen en Azerbaidzjanen, maar ook de onzen”, aldus Sidorenko.

Wittkampf: “Natuurlijk gaat er veel mis. Ook in het zakenleven zelf is de criminaliteit groot. Ze weten niet hoe je een concurrent te lijf moet. Maar ja, het hele normen- en waardensysteem is afgelopen jaren ook op losse schroeven gezet. Dat los je niet in een maand op. Vrijheid is hier nooit beschreven in termen van wat niet mag, maar altijd gedefiniëerd als begrippen van wat wel mocht.”

Nederlandse investeerders zie je er desondanks amper. Net als elders in Rusland waar de inbreng van Hollands kapitaal niet in de schaduw kan staan van die van de Amerikanen, Duitsers, Canadezen, Italianen en zelfs Polen. In het rijtje van de eerste vijf buitenlandse investeerders van het afgelopen half jaar, komt Nederland niet voor. “Aan de rituele dans om de Russische olie doen wij niet mee”, zoals voormalig Shell-topman Lo van Wachem het deze zomer formuleerde.

Vorige week is in Sint Petersburg dan wel een Holland Trade Bridge geopend, een soort kamer van koophandel, maar structureel is er van een opleving die altijd zo bejubelde band tussen Peter de Grote en Zaandam weinig te merken. Het aantal Nederlandse ondernemers in de stad is op de vingers van één hand te tellen. De belangrijkste bijdrage is tot nu toe geleverd door Bob Meijer van het Haagse Babylon-concern. Hij heeft recent een aantal winkels geopend waar je voor de Russische munt Westerse waar kunt kopen. Zoals Hema-sokjes voor vijftig en panties voor honderd roebel in een winkeltje van dertig vierkante meter waar overigens, geheel naar Russische maatstaven, maar liefst acht verkoopsters achter de toonbank staan. Gewone gemeenteraadsleden kunnen daar weliswaar niet kopen - hun inkomen staat dat niet toe, zoals Viktor Monachov me spijtig bekende - Meijers bedrijfstactiek is toch helder. Hij gokt op de vijf á tien procent nieuwe burgers en parvenu's die dat wel kunnen, hetgeen rond Petersburg nog altijd neerkomt op een potentiële klantenkring van een half miljoen mensen.

Wittkampf begrijpt die vaderlandse terughoudendheid dan ook niet. “De Russische bedrijven schreeuwen nu om aandacht. Want over een jaar zijn ze misschien kapot. Dus moet je er nu bij zijn. Het is niet zo dat je met tien dollar morgen honderd miljoen kunt verdienen. Maar je moet wel een zeker risico durven nemen. Dan kunnen de winstverwachtingen navenant zijn. Er liggen hier kansen. Het is net als op de dansschool. Als je daar als eerste jongen binnenkomt, kun je het leukste meisje uitkiezen. Als je te laat bent, moet je zelf op die bank gaan zitten totdat er een meisje bij jou komt. Maar ja, de meeste Nederlandse bedrijven hebben nu eenmaal hun eigen loopje”.

    • Hubert Smeets