Salmagundi (3)

Deelt men in Nederland wegwuivend mee op iets heuvelachtigs te wonen, dat kan de Nederlander verdragen. Maar als men zegt dat men op een berg woont, dan klinkt het: Hoor hem! Hoor hem! Meneer woont op een berg!

Zulke verkleinwoordjes als zontomaatje, appelsientje en de aanverwante neo-tuttetutjes die daarop in de reclame en op de tv zijn gevolgd: de georkestreerde verkindsing van een volk.

Douchekapje en de roze wolf. Eiwitje en de Zeven Dwergen.

Hedenavond op alle kanalen. Alice in Wonderland. In de vertekenfilm van Walt Disney.

Multatuli heeft het ergens over het scheurkalender-aspect van Goethe. Over diens waarheden als koeien die met eerbiedige stembuiging worden geciteerd. Maar zou Multatuli's hoogsteigen “de roeping van de mens is mens te zijn” op de kalender-toptien misstaan? “Hier bin ich Mensch, hier darf ich's sein!” roept Goethes Faust uit. En in menig Duits citatenboek uit de negentiende eeuw staat “Der Mensch hat keinen Zweck, als eben Mensch zu sein”. Uit Das Laienbrevier (1834-35) van een verder - meteen na zijn dood al - volstrekt vergeten Leopold Schefer.

De verkrampte commotie over het "opzienbarend plagiaat' van Adriaan van Dis bewijst weer eens dat plagiaat een probleemgebied is. Vol mijnen en valkuilen, dat onbevoegden maar beter niet kunnen betreden. De kwestie Van Dis - dat heeft toch werkelijk maar heel zijdelings met plagiaat te maken. Het is of men iemand die zijn auto op een invalidenplaats parkeert een fascist zou noemen. Een verdachtmaking die je dan als eerste uit de mond van invaliden hoort. Er zijn woorden waar men voorzichtig mee moet zijn. Een essentieel element van plagiaat is dat men wil pronken met andermans veren, en net zo groot wil lijken als het grote voorbeeld. But who the hell is Crapanzano? Geen kunstenaar, maar een docent in de antropologie, heb ik me laten vertellen. Waar is zo'n wetenschap - iedere wetenschap - goed voor als je er geen gebruik van mag maken? Kan er nog wel één erotische roman door de beugel na het Kinsey-rapport?

Steeds op de kalender kijkend, wist hij dat hij steeds kalender werd.

Blooper. Als Rob Schouten in zijn onanie-bloemlezing Met de hand de slavist Charles B. Timmer citeert, die hem naar aanleiding over een vraag naar Slavische zelfbevrediging had geschreven dat “er in het oude Rusland en in de Sovjet-Unie en haar satellieten niet alleen niet over werd geschreven, maar mogelijk zelfs niet eens aan gedaan”, dan ben ik geneigd - hoewel ik geen mensen uit het oude Rusland heb gesproken en ook niet de hele Sovjet-Unie en haar satellieten kan overzien - de heer Timmer post mortem voor lichtelijk aandoenlijk te verklaren.

Gehoord. Een zwarte junk voor het opvangcentrum bij het Centraal Station: “Straks gaat er een van ons met messen steken, en dan hebben wij het weer gedaan.”

Met zijn lul is hij overal waar hij niet, en met zijn hoofd nergens waar hij wel moet wezen.

Zijn verwerpelijke opinies werden verlost door de genade van zijn stijl.

“Hij heeft nog een tijdlang op de narrentroon van de vaderlandse kritiek gezeten.”

Het laatste hemd, dialoog

- Wat moet je nu met veel geld? Je kan het toch niet meenemen.

- Die wijsheden van je ook niet.