Ritzen wil lager wachtgeld voor onderwijzers

DEN HAAG, 16 SEPT. Minister Ritzen van onderwijs heeft de onderwijsbonden voorgesteld om de wachtgeldregeling voor docenten gelijk te stellen aan de WW-regeling die in het bedrijfsleven geldt.

Ritzen deed dit voorstel gistermiddag in een brief aan de bonden waarin hij ook nader inging op zijn voorstellen om de bepaalde groepen onderwijzenden een hoger salaris te geven en het personeelsbeleid te moderniseren. In totaal moeten de wachtgeldbezuinigingen 95 miljoen opbrengen, waarvan 20 miljoen is bestemd voor verbetering van de salarissen.

De brief vormt de opmaat voor de onderhandelingen in november tussen de minister en de bonden over de verdeling van de 211 miljoen gulden die volgend jaar extra voor de onderwijssalarissen is uitgetrokken. Dit bedrag loopt op tot 633 miljoen in 1996. De grootste onderwijsbond, ABOP, heeft al afwijzend gereageerd op de voorstellen.

Bezuiniging op de wachtgelden is door het kabinet als voorwaarde gesteld voor een deel van het extra geld voor de salarissen. Nu krijgt een werkloze docent drie maanden lang 93 procent van zijn salaris, vervolgens acht maanden 83 procent en tenslotte ten hoogste zes jaar 73 procent. Volgens de WW-regeling, die Ritzen nu ook op de onderwijzenden wil toepassen, krijgt iemand een half jaar 70 procent van het laatstverdiende salaris. Vervolgens is een verlenging tot maximaal vierenhalf jaar mogelijk, afhankelijk van het arbeidsverleden. Wie tien jaar heeft gewerkt, krijgt een jaar extra.

Wie geen recht heeft op verlenging komt na een half jaar in de bijstand. Ritzen biedt de bonden aan om in het eerste jaar werkloosheid een bovenwettelijke aanvulling op de uitkering te geven. Over de hoogte wil hij met de bonden onderhandelen.

De ABOP is “furieus” over “de grove aanpak” van Ritzen, die “met de botte bijl hakt”. Voorzitter E. Vogelaar van die bond vindt ook dat de voorstellen tot flexibilisering van het personeelsbeleid “nu niet aan de orde zijn”. De ABOP wil een algemene verhoging van de onderwijssalarissen en geen bevoordeling van de ene groep leraren boven de andere. Minister Ritzen stelt voor leraren in vakken waarvoor tekorten bestaan een extra toelage te geven. Ook de afschaffing van de tien procent salariskorting voor vervangers wil de minister alleen toepassen voor gebieden waar de grootste knelpunten bestaan in werving van personeel.