Knieval Major onvoldoende om devaluatie ¢8 te voorkomen

ROTTERDAM, 16 SEPT. Een grotere knieval voor Europa had de Britse premier John Major niet kunnen doen. Vanmorgen verhoogde de Bank of England de tarieven met twee procent tot 12 procent in een laatste krachtsinspanning het pond sterling te behoeden voor een devaluatie. De druk op het pond sterling bleek de afgelopen dagen te groot om te kunnen worden weerstaan met interventies door de Bank of England.

Twee weken geleden leende de Britse minister van financiën, Norman Lamont, nog het equivalent van 20 miljard Duitse mark om ponden te kopen. Net als de Italiaanse centrale bank vrijdag na herhaalde aankopen van lires tijdelijk door zijn geld heen was, leek vanmorgen het einde van de Britse buitenlandse valutareserves in zicht. Net als met de Italiaanse lire, dreigde een devaluatie van het pond. Dat zou het vertrouwen in sterling definitief hebben weggenomen.

Of de renteverhoging genoeg is voor de positie van het pond valt te bezien. Nog steeds is een devaluatie van het pond niet uitgesloten. Sterker nog, de valutahandel houdt rekening met een nieuwe herschikking van het Europees Monetair Stelsel nog vóór het weekeinde. In die herschikking zou het met name gaan om een waardevermindering van het pond en een nieuwe devaluatie van de lire.

Wat het pond betreft: de onderliggende factor, de toestand van de Britse economie, lijkt op dit moment belangrijker dan de verhoogde rentevergoeding die beleggers krijgen voor het aanhouden van ponden.

Bovendien bestaat de kans op een neerwaartse spiraal. De economische problemen in het Verenigd Koninkrijk zijn groot, en worden nu alleen maar erger. Waarnemers in Londense financiële kringen onderstreepten vorige week al dat een renteverhoging een verwoestende uitwerking op de Britse economie zou hebben. Al twee jaar woedt een aanhoudende recessie in Groot-Brittannië. Al anderhalf jaar moet de Britse burger aanhoren dat het herstel nu echt in zicht is. Keer op keer bleek het optimisme te groot. Intussen is de werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk opgelopen tot bijna 10 procent, viel de industriële produktie terug met 2,3 procent en wijzen de laatste gegevens op kopersstaking van de consumenten. Op jaarbasis vertoonde het Britse bruto binnenlands produkt in het tweede kwartaal van dit jaar een krimp van 0,7 procent. Voor geheel 1992 rekenden economen in het Verenigd Koninkrijk op een daling van 0,8 procent. Voor volgend jaar voorzagen zij wederom een opleving met een economische groei van 1,4 procent. Die prognose zal, voor de zoveelste maal, naar beneden moeten worden bijgesteld.

Op de vastgoedmarkt heeft dit voorjaar al een slachting plaats gehad die ook onder Nederlandse beleggers zijn tol eiste. Het bedrijfsleven dat druk bezig is zich te ontdoen van de in de jaren tachtig opgelopen schuldenlast, zal de broekriem nog strakker moeten aanhalen en de investeringen uitstellen. De Britse burgers, door de regering Thatcher aangemoedigd om een eigen huis te kopen, worden wederom opgezadeld met een bijna onmogelijke hypotheeklast. Met name voor hen is te hopen dat de renteverhoging voldoende is om het pond nu stabiel te houden. Wanneer de Britse tarieven langere tijd hoog moeten blijven, wordt de kans op een zogenoemde double-dip-recessie, die tweemaal achtereen toeslaat, alleen maar groter.