Kabinet ziet misdaad in legale economie opduiken; "Overheid weerbaar maken door scholing'

DEN HAAG, 16 SEPT. Het kabinet wil de bestrijding van de georganiseerde misdaad hoge prioriteit geven. In een nog vertrouwelijke nota schrijven de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Dales (binnenlandse zaken) dat vooral het opduiken van criminele ondernemingen in de legale economie zorgwekkend is.

In het beleidsplan Samenleving en Criminaliteit werd in 1985 het opkomende gevaar van de georganiseerde criminaliteit al gesignaleerd. Sindsdien is er echter “zeer incidenteel” en ad hoc tegen het verschijnsel opgetreden door politie en justitie.

Onder leiding van de procureur-generaal mr. R.A. Gonsalves van het gerechtshof in 's Hertogenbosch werd in 1988 een rapport uitgebracht met adviezen voor de daadwerkelijke aanpak van misdaadorganisaties. Er kwamen vervolgens, in de loop van 1989 zes Bureaus Financiële Ondersteuning (BFO's) die gericht waren op het afromen van de criminele vermogens.

Daarnaast werden sinds 1988 Criminele Inlichtingen Diensten opgericht, de misdaadanalyse kwam tot ontwikkeling en er kwam een financieringsregeling voor bovenregionale onderzoeken. Bovendien zijn er sinds 1988 interregionale rechercheteams operationeel.

Het kabinet is van oordeel dat de misdaadondernemingen een “serieuze bedreiging vormen voor de rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit van de Nederlandse samenleving”. Daarom wil het kabinet nu zo snel mogelijk de repressieve bestrijding door politie en justitie opvoeren en tegelijkertijd een reeks preventieve maatregelen treffen die bedrijfsleven en bestuur weerbaar moeten maken tegen “innesteling” van misdaadondernemingen.

De volgende preventieve maatregelen worden voorgesteld: Instelling van een permanente projectgroep "preventieve bestrijding georganiseerde criminaliteit'. Deze “denktank” moet de voor de georganiseerde misdaad kwetsbaarste sectoren identificeren, doorlichten en advies uitbrengen over de mogelijke aanpak. De groep moet bovendien preventieprojecten en opsporingsonderzoeken evalueren. De analyses en evaluaties van de denktank zullen belangrijke invloed hebben op “de verdere uitbouw en vormgeving van ons beleid”. Het openbaar bestuur zal beter geïnformeerd worden over dekmantelorganisaties zodat vaker kan worden overgegaan tot het weigeren van gevraagde vergunningen en het beëindigen van “gedoogbeleid”. Intern zal de overheidsorganisatie zo helder mogelijk moeten worden ingericht zodat controle beter mogelijk is. “Oncontroleerbare processen waarbij individueel handelen bepalend is, zijn uitermate ongewenst.” De weerbaarheid van overheidspersoneel wordt opgevoerd door opleiding vorming en scholing waarbij politici, bestuurders en ambtenaren worden gewezen op het belang van integriteit. Daarbij wordt niet alleen gedacht aan de bestuursdienst maar ook aan politieke partijen. “Op deze wijze wordt een "gewenste houding' van de basis af opgebouwd.” Minister Dales zal bezien of de Nederlandse regelgeving moet worden aangepast aan de ethische code voor ambtsdragers die in ontwikkeling is bij de VN. Onderzocht wordt of er een instantie moet komen waar openbare ambtsdragers vertrouwelijk advies kunnen inwinnen over het voorkomen van of het reageren op de schending van de bestuurlijke integriteit. Er komt een meldpunt voor ongebruikelijke transacties. Het meldpunt zal werken onder verantwoordelijkheid van de ministeries van financiën en justitie met medewerking van het bankwezen. Met het Nederlandse instituut van registeraccountants (NIVRA) wordt overleg gevoerd om de overheid de mogelijkheid te geven de door accountants bij het NIVRA gemelde gevallen van fiscale fraude in te zien. Er komen ethische bedrijfscodes die “managers en medewerkers op alle niveaus binnen de onderneming een normatief oriëntatie-kader” moeten bieden.

Strafrechtelijke maatregelen: Het Coördinerend Beleids Overleg van de procureurs-generaal krijgt een ruimere opdracht en een bredere samenstelling. Op basis hiervan zullen de PG's zich laten adviseren over het stellen van opsporingsprioriteiten. Verschillende regionale politiekorpsen zullen een bovenregionaal rechercheteam “adopteren” en daarvoor mankracht vrijmaken. Informatie over misdaadorganisaties afkomstig van bijzondere opsporingsdiensten als FIOD, douane, ECD, AID en van de reguliere politie zal worden gebundeld. Wetten die een effectieve opzet van de informatieverzameling over misdaadorganisaties belemmeren zullen worden gewijzigd. In ieder arrondissement zal ten minste één officier van justitie zich bezig houden met de opsporing en vervolging van misdaadorganisaties. Het aantal rechters en rechter-commissarissen zal worden uitgebreid. Bij de bouw van nieuwe gevangenissen wordt rekening gehouden met de te verwachten toename van het aantal langgestraften.

    • Frank Vermeulen