Italië ruw wakker na een mooie droom

TODI, 16 SEPT. “We hebben tien jaar lang in een illusie geleefd. We hebben gedaan alsof we net zo'n land waren als Duitsland of Frankrijk, vrijwel even rijk, bijna net zo goed georganiseerd. Maar nu worden we, door de zwakte van de lire, wakker geschud. Het was allemaal niet waar, een mooie droom.”

Angelo Felice is somber. Als manager van een vijf-sterren hotel heeft hij de opkomst en ondergang van de Italiaanse droom meebeleefd. De gouden tijd midden jaren tachtig, toen er enorme winsten werden gemaakt en zijn kleine hotel, een omgebouwd klooster op een heuvel in het prachtige platteland rondom het stadje Todi, nooit gebrek had aan gasten. Daarna het verval: de achteruitgang van de concurrentiepositie, de buitenlandse toeristen die wegblijven omdat Italië te duur is geworden. En afgelopen zondag het vonnis, de bevestiging van de nederlaag: de devaluatie van de lire.

“Het was allemaal irreëel, gebaseerd op niets,” zegt hij, zittend op het trapje naast de krantenkiosk die hij voor zijn vrouw heeft gekocht. “De politieke partijen hebben veel te veel uitgegeven en zijn schulden aangegaan waarvan ze vergaten dat die moesten worden afbetaald. En dat geld is niet gebruikt om het land te verbeteren, maar om stemmen te kopen, om vriendjes te helpen, om zichzelf te verrijken.”

In deze glooiende heuvels ten noorden van Rome, waar de druiven staan te rijpen tussen de bruingedroogde maïsstengels en waar de vijgen van de bomen worden gehaald, is het oordeel unaniem: de internationale gemeenschap heeft Italië failliet verklaard, economisch, maar vooral politiek.

“We moeten opnieuw beginnen, met een andere politiek,” zegt een vertegenwoordiger in speelgoed. “De huidige leiders hebben alle geloofwaardigheid verloren,” valt een secretaresse in een metaalbedrijf hem bij. “We hebben een sterke man nodig, iemand die besluiten durft te nemen,” zegt een boer.

Het gevoel van een fundamentele crisis wordt versterkt door de negatieve commentaren die de kranten pagina na pagina uitmeten. Jacques Delors, voorzitter van de Europese commissie, zegt dat in Italië de politiek de economie heeft “vervuild”. Carlo De Benedetti, president van het computerbedrijf Olivetti, zegt dat de devaluatie laat zien “dat we niet zo rijk zijn als ze ons wilden doen geloven”.

“Na Spanje en onder Griekenland...” zo luidde gisteren de treurende kop boven het hoofdartikel van La Repubblica. De devaluatie is een nederlaag, een bewijs dat Italië opnieuw, net als in de jaren zeventig, de zieke man van Europa is geworden. Alleen De Benedetti kon nog grappen dat het een typisch Italiaans kunststukje is: “Het is voor het eerst ter wereld dat iemand devalueert ten opzichte van de Portugese escudo,” zei hij. “Vóór ons was niemand daarin geslaagd.”

Pag 5: In Italië hangt een geur van ontbinding

De economische crisis loopt parallel aan de politieke crisis. Binnen de traditionele regeringspartijen, de christen-democraten en de socialisten, hangt een geur van ontbinding. Traditionele leiders als de christen-democraten Arnaldo Forlani en Ciriacio De Mita en de socialist Bettino Craxi worden openlijk aangevallen door jongere partijgenoten als Mario Segni en Claudio Martelli.

Premier Amato is nu aan het roeien op een kolkende rivier, zei Carlo De Benedetti. Hij is vertrokken van de oever van de "oude' politiek, waar mensen staan te roepen dat hij terug moet komen of onder valse voorwendselen proberen ook aan boord te komen, omdat zij zien dat hun oever afbrokkelt. De contouren van de overkant zijn nog onduidelijk en overal zijn draaikolken. De Benedetti had een duidelijk advies aan Amato: doorroeien en niet omkijken. Dat zou fataal zijn.

Maar Amato's bootje maakt al water en wordt van veel kanten bekogeld. Niet iedereen is ervan doordrongen dat Italië in een noodtoestand verkeert: met steun van Amato's eigen socialistische partij heeft de ex-communistische PDS gisteren in het parlement een belastingverhoging tegengehouden. En anderen wijzen met de beschuldigende vinger naar Amato omdat hij de devaluatie niet heeft kunnen voorkomen, hoewel hij steeds heeft geroepen dat de lire heilig was. Dat falen heeft het land naar schatting zestig miljard gulden gekost, reserves die zijn uitgegeven om de lire te steunen en waar de financiële speculanten nu een nieuwe Ferrari van kopen.

In feite is Amato gedwongen een tragische rol te spelen. Hij is aan een tenniswedstrijd begonnen met 0-5 en 0-40 achter, schreef La Repubblica vanmorgen. Amato is niet meer dan de notaris die moest constateren dat de erfenis die hij van zijn voorganger heeft overgenomen, voornamelijk uit schulden bestaat - en hij heeft al gedreigd met aftreden als hij onvoldoende steun krijgt bij zijn poging orde op zaken te stellen.

De huidige regering treft nauwelijks blaam voor de devaluatie, zegt De Benedetti. “De devaluatie is gedaan door degenen die Italië in de afgelopen tien jaar hebben geregeerd. Zij zijn het die het land hebben kapotgemaakt, die het hebben verarmd.” Het wordt tijd voor de rekening, voor de harde waarheid, zegt hij. “In dit land zijn nog teveel politici ervan overtuigd dat je stemmen krijgt door de mensen het onmogelijke te beloven.”

Italië heeft jarenlang boven zijn stand geleefd. Een groot deel van de overheidsuitgaven stonden in het teken van het cliëntèlisme, de vriendjespolitiek en de politieke klantenbinding. Pensioenen werden gebruikt om stemmen mee te kopen, de uitvoering van openbare werken ging naar bevriende aannemers, de politiek-gestuurde gezondheidszorg werd een broeinest van corruptie en inefficiëntie, staatsbanken en staatsbedrijven werden door de regeringspartijen gebruikt als privé-domein. Het onderzoek naar de corruptie binnen de gemeente Milaan heeft genadeloos het netwerk van smeergelden blootgelegd waarvan de politieke partijen hebben geprofiteerd.

De partijen hebben het meest geprofiteerd, maar een groot deel van de bevolking heeft mee kunnen doen in het feest-op-afbetaling van de jaren tachtig. Het oude systeem “is ingestort omdat het teveel aan iedereen heeft beloofd en gegeven,” zegt De Benedetti. De staat is te royaal geweest met zijn pensioenen, te laks met zijn belastinginning. De partijen mochten blijven zitten omdat veel kiezers er ook een voordeeltje van hadden.

Al in de tweede helft van de jaren tachtig kwamen de waarschuwingen dat ooit de rekening betaald moest worden. Het proces van Europese eenwording heeft dit nog eens extra duidelijk gemaakt. Maar paradoxaal genoeg heeft de opname van de lire in de smalle band van het Europees Monetair Stelsel de problemen verdoezeld door wat de econoom Mario Monti het “nirwana-effect” heeft genoemd.

Nadat de lire in januari 1990 in de smalle band kwam en daardoor minder in waarde kon schommelen, schreven buitenlandse investeerders massaal in op Italiaanse overheidsobligaties en staatsleningen. Het risico van een koersdaling van de lire was klein geworden. En de reële rente was hoog: de schatkist had veel geld nodig en moest daarom veel bieden.

“De sterke toestroom van buitenlands kapitaal heeft de politieke klasse en de publieke opinie de illusie gegeven dat de Italiaanse openbare financiën niet fundamenteel ziek waren,” aldus Monti. Daarom zijn premier Andreotti en zijn paladijnen, die de periode tussen 1989 en voorjaar 1992 hebben gedomineerd en steeds hebben geroepen dat het zo'n vaart niet liep, in de ogen van velen dan ook de hoofdschuldigen van de financieel-monetaire crisis van nu.

Italië is nu met de neus op de feiten gedrukt. Het land herwaardeerde midden jaren tachtig zijn bruto nationaal produkt en kwam zo trots op de vijfde plaats van de wereldranglijst, maar “dat gebeurde allemaal ongeacht het begrotingstekort of de inflatie”, zei Delors maandag. De industrie in Noord-Italië kan de concurrentie met het buitenland in veel opzichten aan, maar zij is het slachtoffer geworden van een falende overheid, die heeft verzuimd te zorgen voor een goede en betaalbare infrastructuur in de vorm van post, telefoon, goed-opgeleide arbeidskrachten en een open financieel stelsel.

Met wat leugentjes en eufemisme heeft premier Amato de ware aard van de devaluatie proberen te verdoezelen. Met de inflatie zou het wel meevallen want ten opzichte van de dollar zou de lire niet achteruitgaan, en bovendien zou Italië hebben gezorgd voor de Duitse renteverlaging.

De waarheid is anders, zo erkennen steeds meer mensen hier. De Bundesbank, die liet weten niet meer de rekening te willen betalen voor de verpleging van de zieke Italiaanse patiënt, en de financiële markten, die de beloftes over handhaving van de koers van de lire weg hebben gewuifd als onhaalbaar, hebben Rome tot overgave gedwongen.

Er was ook nauwelijks een uitweg. Om de koers van de lire te verdedigen was een hoge rente nodig, maar met een hoge rente komen de overheidsfinanciën nog verder in de problemen: ieder procent dat het disconto omhoog gaat betekent extra uitgaven voor de schatkist van twaalf biljoen lire, volgens de oude koers ongeveer achttien miljard gulden. En tussen begin juli en begin september is het disconto gestegen van twaalf naar vijftien procent.

Italië maakt een “moment van desintegratie” door, zo constateerde minister van buitenlandse zaken Emilio Colombo gisteren in het debat over het Verdrag van Maastricht in de Senaat. De regering in Rome doet haar uiterste best om het verdrag vóór zondag te laten goedkeuren in de Senaat, als een steun in de rug voor de Franse voorstanders.

Met duidelijke angst kijkt Italië naar wat er in Frankrijk gebeurt. Gisteren, twee dagen na de devaluatie, stond de lire al weer onder druk, en vanmorgen zette deze tendens zich voort. De waardevermindering had volgens velen zeker twee keer zo groot moeten zijn. Als de Fransen "nee' zeggen tegen Europa, dan zal de lire zeker opnieuw kelderen.

President Scalfaro, vooraanstaande ondernemers en de meeste commentatoren schreeuwen om snelle maatregelen, bewijzen dat Italië wel degelijk serieus wil beginnen aan een serieuze sanering van zijn overheidsfinanciën. Binnen de politiek is enig gevoel van urgentie zichtbaar. Door de voor iedereen zichtbare crisis “heeft de regering een macht die geen enkele executieve, geloof ik, ooit heeft gehad,” zegt de econoom Monti. Maar oude gewoontes zijn moeilijk te overwinnen. De decreten die snelle ingrepen in de pensioenen en de gezondheidszorg mogelijk moeten maken, liggen al twee maanden bij het parlement. En de markt wacht niet.

Met gevoel voor effect hebben topondernemers als De Benedetti en Cesare Romiti, managing director van Fiat, gezegd dat landen als Pakistan en Mexico er beter voor staan dan de vijfde industriemacht ter wereld. “Dat is een land om na te volgen,” zei Romiti over Mexico. “Het heeft een goede regering, en het is begonnen met een proces van privatisering. Waren we maar Mexico.”

    • Marc Leijendekker