Het derde leven van Kriterion

Morgen wordt na een voorbereiding van anderhalf jaar en een zomer van hard werken de gerenoveerde grote zaal van het Kriteriontheater in Amsterdam feestelijk heropend. Zevenveertig jaar na de oprichting en precies tien jaar nadat studenten de bioscoop van de ondergang redden.

Het bioscoopbezoek in Nederland loopt al jaren terug. Dit jaar kan Nederland nog net gelijke tred met Albanië houden (inwoners van beide landen bezochten vorig jaar gemiddeld één film), maar zoals het er nu voorstaat zal de Albanees volgend jaar gemiddeld vaker naar de bioscoop gaan.

Om de neerwaartse spiraal om te buigen heeft "marktleider' Cannon, in navolging van het succesvolle Kinepolis bij Brussel, het plan opgevat zogeheten multicomplexen op te zetten. Een multicomplex bevat zo'n tien vertoningszalen, een restaurant en een café. Het nadeel van een multicomplex is dat het aan de stedelijke periferie moet worden gebouwd, wil het de nodige ruimte hebben om rendabel te kunnen zijn, aan de IJ-oever bijvoorbeeld of in Amsterdam-Noord. Dat een dergelijke onderneming een succes wordt staat voor de directeur van Cannon, W. van der Wouw, als een paal boven water. In deze krant stelde hij onlangs dat door nieuwbouw het bezoek met 40 procent moet kunnen stijgen, en dat Cannon niet alleen meer bioscoopkaartjes wil verkopen, maar eerder “een compleet avondje uit”. En in een multicomplex bevindt zich alles onder één dak. Multicomplex als ei van Columbus of als meer van hetzelfde onder een andere noemer?

Een film als een avondje uit. Zo ziet het Kriteriontheater aan de hoofdstedelijke Roetersstraat dat ook. Kriterion zoekt het daarentegen niet in schaalvergroting op papier, maar in schaalverfijning.

De grote zaal, waar morgen de winnaar van de Gouden Palm 1992 The best intentions van Bille August wordt vertoond, heeft een metamorfose ondergaan: 440 harde blauwe stoelen zijn vervangen door 220 zachte van roodpluche, waarbij de nieuw geoutilleerde projectiecabine naar voren is geplaatst. Opvallend is de grote beenruimte. “Vroeger zat je hier opgevouwen, terwijl 80 procent van de stoelen onbezet bleef”, aldus Jan Wim Franken van Kriterion, zelf krap twee meter lang. “Nu is de zaal geschikt voor een Mazda-reclame: "onovertroffen beenruimte in de nieuwe Mazda nulnulnix',” imiteert hij de sonore stem van de autoreclame.

Het is niet alleen de dure onbezette stoel die tot renovatie dwingt, ook de status van kwaliteits- en premièretheater zoals Kriterion die vroeger had moet weer worden terugverdiend. Bovendien valt de opening samen met het tienjarig jubileum van de vereniging die de bioscoop exploiteert. Kriterion wil zijn bijzondere plaats in het Amsterdamse bioscoopcircuit bevestigen.

Kriterion werd kort na de bevrijding in 1945 opgericht door studenten die actief in het verzet waren geweest. Om na de oorlog niet weer afhankelijk te zijn van ouderlijke bijdragen, riepen ze een stichting in het leven die voor werkgelegenheid en inkomsten van studenten zou moeten zorgen: de Stichting Onderlinge Studenten Steun. De leidende figuur in die dagen was Piet Meerburg, die samen met Paul Keijzer (oud filmrecensent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant) de bioscoop ging programmeren.

Kriterion bleek een succes. De filmhonger was enorm en de bioscoop kon spoedig aan twintig studenten werk bieden. In de jaren zestig en zeventig was het theater een voorloper in de filmwereld. Dr. Strangelove, Blow up en veel films van Fellini en Bergman gingen er in première. Door het succes ontstond ook de eerste inbouwzaal van Nederland, die Studio K werd genoemd.

Maar aan het eind van de jaren zeventig liepen de bezoekersaantallen hard terug, onder meer door de aanleg van de metro die de Wibautstraat om de hoek in een onneembaar ravijn veranderde. Het bestuur van de stichting besloot de gehele programmering van het theater aan Film International van Huub Bals over te dragen. In het begin leek dat voor beide partijen goed uit te pakken, maar toen het reeds zieltogende Film International het vertrouwen van het publiek verloor, dreigde in 1982 sluiting. Om dat te voorkomen grepen de twaalf daar toen werkzame studenten in. Zij bezetten het gebouw en richtten een vereniging onder dezelfde naam op, die de exploitatie van het theater overnam. Het succes was van korte duur; de dalende bezoekersaantallen werden ook bij Kriterion merkbaar. Desondanks kon het theater door een gezonde bedrijfsvoering het aantal studentmedewerkers uitbreiden tot 36, die - van besturen tot schoonmaken - alles zelf doen.

Ook de renovatie wordt zoveel mogelijk in eigen beheer gedaan. “We hebben de kennis in huis, dus waarom niet”, aldus Alexander Fonds, motor achter het hele plan. “Pas toen het noodzakelijk werd kwamen de architect en de aannemer. Voor het bouwen van de nieuwe vloer die trapsgewijs opgehoogd is bijvoorbeeld, maar de meeste werkzaamheden voeren we zelf uit. Het ontwerp hebben we ook zelf gemaakt.” “Nu komt de prachtige koepel ook uit”, vult Hans Jansen aan en wijst naar de koningsblauw geverfde hemel. “Bovendien hebben we nu ruimte genoeg voor een multifunctioneel podium.” Twee andere medewerkers leggen er net de laatste hand aan.

Het oorspronkelijke plan voorzag in de bouw van twee nieuwe zalen in plaats van één. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie van twee ton werd door de gemeente afgewezen. Tot grote ergernis van Kriterion werd de subsidie voor de film, maar nu in structurele vorm, wederom toegekend aan het Amsterdams Filmhuis (Rialto). Dat was een bittere pil. “Zonder overheidssteun was Rialto allang tot twaalf HAT-eenheden of een tapijtenhal verbouwd”, meent een oud-medewerker. “Kortom, Kriterion moet alles zelf betalen.”

Het gerucht uit het filmcircuit dat groot-distributeur Meteor (onder andere van Barton Fink en Raise the Red Lantern) de renovatie van 400.000 gulden financiert, om zo een jaar lang zonder kosten te kunnen draaien, wordt met klem tegengesproken. “Onzin. We blijven zelfstandig. Een goede distributeur is altijd geïnteresseerd in een nieuwe zaal, dus blijft een gesprek, met welke distributeur dan ook, een logische zaak.” Maar voor 100 gulden kan men wel een stoel adopteren, waarbij een koperen plaatje met een tekst naar wens op de stoel wordt gemonteerd. “Weet je wat zo aardig is? Dat zo'n unieke bioscoop al 47 jaar bestaat. Tien jaar geleden min of meer opgegeven, maar door vastberaden studenten gered. Dat zie je nergens: dat is uniek!”