Handel in buitenlandse effecten bloedt dood; Philips trekt zich terug van kostbare beurs Tokio

TOKIO/ROTTERDAM, 16 SEPT. Vijf grote buitenlandse concerns, waaronder Philips en General Motors, trekken zich terug van de beurs van Tokio. Als reden geven ze de te hoge kosten op. De handel in hun aandelen is vandaag voor een dag opgeschort.

De buitenlandse sectie van de Tokiose beurs, waar 124 buitenlandse fondsen staan genoteerd, is “zo goed als dood”, zei vandaag effectenmakelaar Andrew Ballingal van Barclays de Zoete Wedd in Tokio. In december 1989, op het hoogtepunt van de bubble-economie was de omzet nog 416 miljard yen, twee jaar later nog maar 18,6 miljard yen.

Voor Philips wegen de baten van een notering in Japan niet meer op tegen de lasten. “Vanaf de introductie op de Tokyo Stock Exchange in september 1988 hebben het aantal aandelen en aandeelhouders alsmede het handelsvolume op deze beurs bij lange na niet aan de verwachtingen voldaan”, aldus een verklaring van Philips.

De teleurstellende handel weegt volgens het bedrijf niet langer op tegen de hoge kosten die met notering in Japan gemoeid zijn. Het lidmaatschap van de beurs kost jaarlijks 25 miljoen yen, ongeveer 300.000 gulden. Daarnaast is Philips een “veelvoud” van dat bedrag kwijt aan administratieve kosten, waaronder kosten voor juristen en vertalers.

Voor een buitenlandse onderneming die in zijn stukken in Amsterdam wil laten verhandelen komen de toetredingskosten op 6750 gulden per jaar en het jaarlijkse lidmaatschap op 3150 gulden. Daarbij gaat het om een zogenoemde Asas-notering, waarbij de stukken alleen giraal verhandeld worden. Een volwaardige notering voor een Nederlandse onderneming komt in Amsterdam op 35.000 gulden lidmaatschap per jaar. Het gaat bij deze bedragen uitsluitend om de kosten die het bedrijf verschuldigd is aan de Amsterdamse Effectenbeurs en niet om bijkomend kosten als advertenties.

Veel buitenlandse bedrijven zochten notering in Tokio na "Black Monday' in oktober 1987, toen op Wall Street een krach uitbrak en Tokio de enige belangrijke beurs in de wereld was die vrijwel geen schade ondervond. De verwachtingen waren hoog gespannen, zegt Ballingal, ze hoopten in Tokio aandelen uit te geven aan Japanse beleggers en hun liquiditeitspositie te verbeteren. “De koersen op de beurs van Tokio bleven immers maar stijgen.” Ook speelde volgens hem een rol dat ze uit een oogpunt van public relations naar Tokio kwamen.

Maar de betrokken ondernemingen hebben weinig plezier gehad van hun Tokiose notering. De bubble-economie is gebarsten en de beurs is sinds december 1989 met tientallen procenten gekelderd. Een functionaris van het Japanse effectenhuis Nomura, dat in 1988 Philips naar de beurs van Tokio bracht, zei vandaag dat het Nederlandse elektronica-concern geen enkele effectenuitgifte in Tokio heeft gedaan. Dat geldt ook voor twee andere concerns: het Amerikaanse Avon, 's werelds grootste producent van cosmetica, en het Australische News Corp. van Rupert Murdoch, respectievelijk genoteerd in 1987 en 1989. Alleen nummer vijf, FPL, een elektriciteitsbedrijf uit Florida, dat in 1986 naar de beurs kwam, heeft in de afgelopen jaren één keer een emissie gedaan: één miljoen aandelen voor 32,50 dollar per aandeel.

Dat alle vijf vandaag, op dezelfde dag, de beurs hebben verzocht hun notering te schrappen, heeft volgens de functionaris van Nomura, die anoniem wilde blijven, te maken met puur technische redenen. Alle vijf bedrijven wilden per 1 januari geen notering meer hebben en omdat de intrekkingsprocedure bijna vier maanden kost, hebben ze op verzoek van de beurs alle vijf vandaag om intrekking gevraagd. Een woordvoerder van de beurs bevestigde dit vandaag.

Avon heeft vandaag bekendgemaakt dat het 30 procent van de aandelen Avon op de beurs van Tokio wil opkopen via een tenderbod. Avon bezit al 60 procent van zijn Japanse vestiging. Het biedt 560 yen per aandeel en mikt op 20 miljoen aandelen. Volgens een woordvoerder van Avon Japan staat dit los van het intrekken van de notering. Avon wil gewoon profiteren van de lage prijs die zijn aandelen nu noteren.

De laatste keer dat in Tokio in aandelen Philips werd gehandeld was op 19 juni van dit jaar. Toen wisselden 21.000 stukken van eigenaar. Twee dagen eerder had het concern in een tussentijds bericht laten weten dat de resultaten van dit jaar lager zouden uitvallen dan oorspronkelijk verwacht. Op 10 juni was er een omzet van 1.000 stuks, op 14 mei van 3.000 stuks, op 13 mei van 1.000.

In september 1988 werden de Philips-aandelen met veel aplomb in Tokio geïntroduceerd. “Notering van het Philips-aandeel in Tokyo loopt parallel met ons beleid inzake globalisatie van produktie en marketing”, aldus toenmalig Philips-president C. Van der Klugt bij die gelegenheid.