Fase overslaan

WAT WAS DIRECT na de Tweede Wereldoorlog de loonvorming in Nederland toch een overzichtelijk geheel.

Het buitenland zag hoe zich in Nederland aan de hand van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen een uniek systeem van loonbeheersing ontwikkelde. Wat werkgevers en werknemers ook met elkaar afspraken, het finale oordeel werd uiteindelijk geveld door het door de minister van sociale zaken benoemde college van rijksbemiddelaars. De vraag: “wat is goed voor het land” was bij die toetsing doorslaggevend. De geleide loonpolitiek droeg in belangrijke mate bij aan de wederopbouw van Nederland, maar zij had één groot manco: er werd nauwelijks rekening gehouden met marktwerking. Vandaar ook dat het rigide systeem in de jaren zestig werd losgelaten.

De geest van de geleide politiek is gebleven. Hoe kan de steeds maar terugkerende discussie over een centraal akkoord anders worden verklaard? De buitenstaander die de kranten van de laatste dagen erop naslaat zou wellicht denken dat het land voor een catastrofe staat nu werkgevers, werknemers en overheid het niet eens lijken te kunnen worden over een dergelijk akkoord. De werkelijkheid is dat er wel altijd heel veel wordt gesproken over een centraal akkoord, maar dat het aantal feitelijk afgesloten centrale overeenkomsten miniem is.

DE GISTEREN gepresenteerde Miljoenennota van het kabinet heeft de discussie over een centraal akkoord weer doen herleven. De argumenten die over en weer worden gewisseld doen vertrouwd aan. De vakbeweging wil tot afspraken komen met de werkgevers over loonmatiging in ruil voor werkgelegenheidsafspraken. Ook de sanctie waarmee de werknemersorganisaties dreigen bij het uitblijven van een centraal akkoord is al jaren dezelfde, maar daarmee niet minder vreemd. In dat geval komen er extra looneisen, wat volgens de geldende macro-economische theorieën betekent dat de werkgelegenheid zal verslechteren. Van de kant van de werkgevers wordt zoals gebruikelijk afhoudend gereageerd met een verwijzing naar het decentrale karakter van loononderhandelingen.

Het kabinet heeft er verstandig aan gedaan door zich niet in allerlei bochten te wringen om werkgevers en werknemers alsnog tot overeenstemming te bewegen. In de begroting zijn voorwaarden geschapen om de lonen in de hand te houden. De btw-verlaging per 1 oktober aanstaande zal de inflatie enigszins temperen en, voor de vakbeweging belangrijk, de koopkracht van de laagstbetaalden zal op peil blijven. Maar dat zijn slechts een paar elementen die van invloed zijn op de lonen. Ten minste zo belangrijk is de gang van zaken in de bedrijven en bedrijfstakken. Daar moet worden gesproken over de lonen, zoals ook alleen daar kan worden gesproken over werkgelegenheid. Om het simpel te stellen: Hoogovens kan zich niet hetzelfde permitteren als het bankwezen. De praktijk van centrale afspraken is dan ook dat zij als bodem gaan fungeren voor de decentrale onderhandelingen. Daarom kan die eerste fase beter worden overgeslagen.