Clous van Mechelen en Etna Vesuvia nog op zoek naar eigen taal

Voorstelling: Go = Gaan, door Clous van Mechelen en Etna Vesuvia. Regie: Dree Andrea. Gezien: 15/9 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Aldaar t/m 19/9, daarna elders.

Hun voorstelling vertoont maar weinig trekken van een normaal programma, verzucht de vervaarlijke Etna Vesuvia in één van de laatste scènes van Go = Gaan, nadat van enig regulier theatergenre volstrekt geen sprake is geweest. “Maar wat is eigenlijk een normaal programma?” voegt ze er op pathetische toon aan toe. “En wat ook weer niet, zou ik haast willen zeggen.” Daar heeft haar tegenspeler niet van terug. Hij is het immers, die in zijn inleidende woorden al sprak van het podium als “een berg oude planken in een ruimte die waarschijnlijk zonder zo'n obstakel veel nuttiger gebruikt zou kunnen worden.”

Dit is het soort gewichtig geformuleerde - en gedebiteerde - flauwekul waarin de popzangeres Neel (alias Etna Vesuvia) en de muzikant Clous van Mechelen (doorgaans als de pianostemmer Jan Vos) zich hebben gespecialiseerd. Hun types zijn afkomstig uit de uitzendingen van Wim T. Schippers die vervolgens voor het cartooneske duo twee theaterprogramma's schreef. Ze werden gekenmerkt door dwaze dialogen, waarin existentiële wanhoop en onverwoestbare goedgemutstheid elkaar soms binnen één zin afwisselden en in evenwicht hielden. Terwijl de zangeres zich met haar vreet-me-maar-op-uitstraling vastbeet in menig gepasticheerd levens- of liefdeslied, maakte de muzikant van zijn houterige voordracht zijn handelsmerk - een raar duo dat zich dapper door de avond sloeg.

Go = Gaan, hun derde programma, is grotendeels van eigen hand. Schippers' naam staat nog wel in het programmaboekje, maar tussen die van anderen. En dat is te merken. Vesuvia en Van Mechelen hebben de lijn van hun uitgesproken archetypen losgelaten en vertonen zich ditmaal in een groot aantal andere gedaanten die geen van alle de komische kracht van de Schippers-personages evenaren. Vesuvia kan krols een tv-presentatrice spelen die in discussie gaat met haar jingles, Van Mechelen kan fraai nasaal een entertainer met strohoed en/of showjasje nadoen en het moppen tappen gaat hem eveneens goed af, er is een mooie Philip Marlowe-scène bedacht en bij vlagen zijn die vreemde zinswendingen van vroeger er nog. Maar er wordt nu zowaar een echt cabaretlied aangeheven (Ome Koos woont in een doos) en de cabareteske persiflages zijn niet van de lucht. De consequente koers is ten onder gegaan in een overvloed van langdurige liedjes en stuurloze sketches.

Clous van Mechelen en Etna Vesuvia waren de ideale belichaming voor de exact verwoorde wartaal van Schippers. Nu moeten ze het zonder zijn woorden doen en hebben nog geen eigen taal gevonden.