Als het tot een Frans nee komt, is Maastricht dood

Het staat volgens de laatste peilingen weer vijftig-vijftig voor het "ja' en "nee' in het Franse referendum over Maastricht van aanstaande zondag. Ik zou niet durven te voorspellen hoe het afloopt. In ieder geval lijken de Franse kiezers niet erg onder de indruk van de smeekbeden van velen om de Europese integratie niet op de klippen te laten lopen.

Eén ding heeft de Franse president François Mitterrand met zijn Russische roulette rondom Maastricht (hij hoefde immers geen referendum uit te schrijven, maar deed dat deze zomer om zijn eigen politieke status te verbeteren) bereikt: in Frankrijk wordt eindelijk door iedereen over Europa gediscussieerd. Dat is ons in Nederland niet gelukt. Maar het gebrek aan opwinding over het Franse referendum (met uitzondering van de financiële wereld) is evident, ook in Nederland.

De grote scepsis over Maastricht is geen typisch Franse zaak. De politieke gevoelens bij de burgers ten opzichte van Maastricht zijn de laatste negen maanden veel negatiever geworden. Europese integratie en samenwerking verworden tot abstracte begrippen. De Britse premier Major spreekt als EG-voorzitter over subsidiariteit. De politieke beslissing dichter bij de burger brengen. Prachtig.

Maar Europa geeft geen antwoord op de problemen die anno september 1992 in de eerste plaats leven. Maastricht geeft geen oplossing voor Sarajevo, voor Rostock of voor Tsjernobyl. Het is niet duidelijk of er meer mensen door aan het werk komen, of dat welvaart eerlijker zal worden verdeeld.

Ook vóór de val van de muur in 1989 was de Europese Gemeenschap de institutionele basis van onze welvaart. De politieke discussie ging over de nationale verdeling en invulling van die welvaart. Niet het vrije handelsverkeer hield ons bezig, maar de sociale zekerheid en de hoogte van de belastingen. De EG was de onzichtbare basis voor de welvaart en kreeg niet de schuld van toenemende massawerkloosheid. De EG, daar kon je eigenlijk niet tegen zijn. Na de val van de muur verliest de EG haar aureool van onzichtbaar succes. De laatste twee jaar blijkt Europa niet in staat om eensgezind etnische conflicten, burgeroorlogen, rassenrellen en vreemdelingenhaat te beteugelen.

Maastricht speelt daarin nauwelijks een rol. Dat is het probleem. Ook daarom zijn er zoveel Fransen die dreigen "nee' te gaan stemmen. Onzekerheid en onbegrip over de precieze omvang van het ingewikkelde kaartenhuis van Maastricht worden verder uitgebuit door politici en opinieleiders die er hun provincialisme of nationalisme overheen gooien. De verstofte Europese Bewegingen hebben daar weinig weerwerk tegen. Ze blijven redeneren in de taal van de Europese politieke elites die een hoog abstractieniveau vaak als wijsheid beschouwen. Met gewone mensentaal zijn de voordelen van ordening en integratie blijkbaar niet meer uit te leggen.

Jacques Delors, toch een van de beste verdedigers van Europa, is ook in het defensief gegaan door nu de nadruk te leggen op de fouten van de Brusselse bureaucratie en zich daarover omstandig te verontschuldigen. De politieke meerderheid ontbreekt in de EG om Delors wel de ruimte te geven. Om naast de vrije markt ook zaken als milieu, werkgelegenheid en buitenlandse politiek samen te regelen. Een "ja' tegen Maastricht houdt die mogelijkheid open. Niet meer dan dat.

Want het Verdrag van Maastricht is een onmogelijke juridische lappendeken. De mogelijke draagwijdte van de bepalingen is voor een leek niet op te maken uit de tekst. Maar erger is dat de politici die Maastricht geconstrueerd hebben geen helder beeld kunnen geven van de precieze betekenis van die onmogelijk ingewikkelde Europese dieventaal.

Helaas hebben de Franse verdedigers van het "ja' daar ook geen poging toe gedaan. Want alle publieke Franse argumenten om vóór Maastricht te stemmen zijn eigenlijk van negatieve aard en niet bijster Europees. Het Franse referendum moge bij een gunstige uitkomst de positie van Mitterrand in Frankrijk versterken, Europeser komt Mitterrand er niet uit.

Zijn secondanten hebben voornamelijk met hel en verdoemenis gedreigd als Maastricht wordt verworpen. Ook speculeren ze op sentimenten over Duitse demonen, gevaarlijke open grenzen en buitenlandse bedreigingen om de Franse kiezer tot het "ja' over te halen. Zelf heeft Mitterrand gelukkig niet de anti-Duitse kaart uitgespeeld, maar zijn verdediging van Maastricht is Frans en niet Europees. Immers, in het televisiedebat op 3 september sprongen er bij de Franse president twee argumenten uit om vóór te stemmen: de bescherming van de Franse veiligheid en van de Franse grenzen en de positie van de Franse president als ongekroond leider van de Europese Raad. Over het Europese Parlement werd niet meer gerept en de rol van de Europese Commissie werd gekleineerd. De Franse controle op de toekomstige Europese munt werd te rooskleurig voorgesteld.

Argumenten, die bijna meer met het "nee' dan met het "ja' overeen komen.

Daarom gok ik dat de Franse kiezers waarschijnlijk op 20 september met zo'n 50,5 procent wel "ja' zullen zeggen.

Mocht het echter toch tot een "nee' komen, dan is Maastricht dood. Er is politiek gesproken geen mogelijkheid om na een Frans "nee' even vrolijk verder te gaan als na de Deense uitroep van ongenoegen. Er moet dan door de twaalf EG-landen opnieuw onderhandeld worden.

Maar ook als het "ja' wint, heeft de Franse discussie één ding duidelijk gemaakt: de Europese integratie loopt vast, indien de EG niet in staat is ordening te brengen waar mensen ordening verwachten, niet in staat is veiligheid te bevorderen waar mensen voor oorlog vrezen. Het onvermogen om een gemeenschappelijke buitenlandse politiek in Joegoslavië inhoud te geven is dodelijk. Het besmuikt de andere kant op kijken als in heel Duitsland de asielzoekerscentra in brand worden gestoken ondergraaft ook de idee dat Europa gezamenlijke waarden heeft.

Wanneer ook in andere landen steeds twijfel ontstaat of Europa nog wel iets kan uitrichten tegen chaos, maakt het niet zoveel uit of Maastricht op Père Lachaise wordt begraven of niet. Bolkestein mag gelijk hebben met zijn vermaning dat er te veel regeltjes uit Brussel komen. Dat is niet de hoofdzaak.

De fractievoorzitter van de VVD heeft fundamenteel ongelijk met zijn suggestie dat Europa niets meer gezamenlijk kan regelen, dat we het sociale beleid maar moeten vergeten, dat er geen bittere noodzaak is om een gezamenlijke regel voor CO2-uitstoot te hebben, dat er geen gezamenlijke buitenlandse politiek moet zijn.

De Europese Gemeenschap moet kunnen ordenen op een democratische wijze. Die simpele overtuiging wordt node gemist in het publieke debat. Maar Jean Monnet is dood en Europa is anno 1992 niet direct gezegend met zijn leiders. John Major gebruikt het voorzitterschap om de verschillen te benadrukken en niet de gemeenschappelijke belangen van alle Europese landen. Kohl is verstrikt geraakt in de economische en sociale moeilijkheden van zijn eigen politieke succes: de Duitse eenwording. En Mitterrand heeft een referendum uitgeschreven om te pogen de socialisten aan de macht te houden in 1993. Diezelfde Mitterrand heeft in de onderhandelingen over Maastricht veel gedaan om een doorbraak naar meer democratie te voorkomen. Ondanks zijn moedige trip naar Sarajevo heeft hij niet het leiderschap ontwikkeld om zijn goede ideeën over de bescherming van mensenrechten daar in effectief Europees beleid om te zetten.

Natuurlijk hoop ik dat het "ja' wint. "Nee' betekent een uiterst gevaarlijke mogelijkheid van verdere vervreemding tussen Frankrijk en Duitsland, nog minder uitzicht op effectief buitenlands beleid en grote onrust op de financiële markten. Maar als in alle landen dezelfde argumenten voor het "ja' opgeld gaan doen als in Frankrijk en provincialisme de overhand krijgt, ook dan ziet het er somber uit voor de praktische werking van Maastricht. Het verdrag kan dan, zelfs geratificeerd en wel, even snel in de vergeetboekjes raken als het magische jaar "Europa 1992' van drie, vier jaar terug. Wie is het opgevallen dat we nu in magisch "1992' leven? De vaders en moeders van Maastricht hebben te weinig argumenten om hun kiezers te overtuigen.

Daar moet meer aan te pas komen dan een Frans "ja'. De Europese Gemeenschap moet een betere politiek gaan voeren om chaos te keren en enige ordening te brengen.