Alleen voor de koningin gaan de schijnwerpers aan

DEN HAAG, 16 SEPT. Een uur voor de troonrede is een groot gedeelte van het corps diplomatique en het parlement reeds aanwezig. Keurige jongelieden uit Leiden - “nee, we zijn niet allemaal lid van het corps, we worden gevraagd door een mevrouw” - wijzen het streng geselecteerde publiek zijn zetel op de tribune van de Ridderzaal.

Beneden wacht een rode, lege, Middeleeuws ogende troon, omringd door bloemstukken, op de koningin. De Ridderzaal is het toonbeeld van eenvoud, passend bij een land waar gewoon al gek genoeg is. Simpele peertjes zorgen voor licht; pas na 13 uur gaan hoog boven onze hoofden de schijnwerpers aan. Later blijkt dat, nadat zij is uitgesproken en de zaal heeft verlaten, de schakelaar onmiddellijk weer wordt omgedraaid.

Even later treden de leden van de Raad van State binnen, onder wie voormalige politieke coryfeeën als Van der Stoel, De Koning en Scholten. Daarna volgen premier Lubbers en zijn ministers. Eerste-Kamervoorzitter Tjeenk Willink, die deze vergadering van de Verenigde Staten Generaal, als bedoeld in artikel 65 van de Grondwet, voorzit, krijgt beleefd een hand. Om 13.07 zit het kabinet.

Tjeenk Willink verzoekt de commissie van in- en uitgeleide “haar taak aan te vangen”. Buiten klinken tromgeroffel en klaroengeschal. Lubbers staat op en maakt een praatje met enkele Kamerleden. Om 13.14 uur gaan de grote lampen aan. Wederom klinkt tromgeroffel. Dan klinkt, luid: "de Koningin!' Iedereen staat op, de koningin treedt binnen.

Beatrix en Margriet zijn beiden in het groen gekleed. Gelukkig helpt de Rijksvoorlichtingsdienst een handje: de koningin draagt een ensemble van flesgroene kant, gecombineerd met een changeant taft en een bijpassende hoed; de prinses draagt een smaragdgroene lange japon van zijde met bijpassend jasje. Willem-Alexander draagt het ceremoniële tenue van de Koninklijke Marine, Claus, mr. Pieter, Johan Friso en Constantijn zijn gehuld in een jacquet.

Rustig, enigszins gedragen leest de koningin de troonrede voor. Het lijkt wel of die elk jaar langer wordt. Oorlog, milieu, uitkeringen, asielzoekers, criminaliteit, alles passeert de revue. Het woord "overleg' klinkt veelvuldig, of lijkt dat maar zo? 13.45 Uur. Beatrix leest nog. De fotografen, die blijkbaar hun vak een half uur lang niet mochten uitoefenen, barsten plotseling weer los.

Prins Willem-Alexander en mr. Pieter zitten nog steeds als jongens van stavast; de twee andere prinsen hebben duidelijk moeite met de tijd. Dan klinken de verlossende woorden. Zacht en welgemeend zegt koningin Beatrix: “Van harte wens ik u toe dat Gods zegen op uw werk rust”. Ze verlaat de zaal, vergezeld van echtgenoot, zonen, zus en zwager. Wanneer zij zich terug trekt in de Koninginnekamer, spelen vijf blazers van het Residentie-orkest werk van Arne Werkman.

En dan is alles voorbij. Buiten, in de volle zon, zijn de dranghekken opzij geschoven. Enkele pelotons soldaten slagen niet geheel in hun poging strak in de pas te lopen. Rood-wit-blauwe vlaggen wapperen vrolijk in zon en wind.

    • Kees Calje