Zwitsers hopen op Frans "nee' tegen Maastricht

Hardop zeggen durven de Zwitsers het eigenlijk niet, maar hopen doen ze het wel: dat de Fransen zondag "nee' zeggen tegen het verdrag van Maastricht. Tegenstanders van Zwitserse toenadering tot de EG rekenen erop dat Europa daarmee ontaardt in een nóg grotere puinhoop en dat het nooit meer goed komt met de samenwerking; voorstanders hopen dat de EG door een Frans "nee' verandert van een “razendsnelle intercity in een stoptrein die nieuwe reizigers de kans geeft om in te stappen”.

BERN, 15 SEPT. Het zijn turbulente tijden in politiek Zwitserland. Liet het land vier jaar geleden nog weten dat het niet van plan was nauwere betrekkingen met de EG aan te gaan, dit voorjaar vervoegde de Zwitserse regering zich in Brussel met het verzoek lid te mogen worden. Of het ooit zo ver komt, is de vraag. Eerst moeten de Zwitsers in een referendum op 6 december "ja' zeggen tegen het zogeheten EER-akkoord (Europese Economische Ruimte), dat Zwitserland en de overige landen van de Europese Vrijhandelsassociatie - Oostenrijk, Zweden, Finland, Noorwegen, IJsland en Lichtenstein - "economisch' lid maakt van de EG.

Voor veel Zwitsers gaat het allemaal te snel, veel te snel. Want hoe president Felber en zijn manschappen ook hun best doen om het EER-akkoord te verkopen als een zuiver economische aangelegenheid die niets te maken heeft met de EG, zij kunnen niet helemaal verhullen dat Zwitserland na een ja in december in het voorportaal van de EG staat en dat volledig lidmaatschap de volgende stap zal zijn. En dat is wel het laatste wat veel Zwitsers willen, want de Sonderfall Schweiz, het eigenzinnige bergstaatje met zijn geheel eigen politieke en economische structuur, is heilig.

Felber stuit dan ook op veel weerstand, ook binnen zijn eigen regering, waar alleen hij en collega Delamuraz van economische zaken fervente EG-aanhangers zijn. Van de andere vijf ministers zijn er drie die na lang denken meer voor- dan nadelen zien in toenadering tot de EG en twee die tegen zijn en tegen blijven. Het parlement maakt het nog bonter: een kwart van de tweehonderd afgevaardigden is lid van het Nationaal Comité tegen Europa.

Als Zwitserland vandaag over de EG moest stemmen, werd het een verpletterend "nee', erkent Urs Ziswiler van het Integratiebureau. Ziswiler heeft een zware taak. Hij moet de Zwitsers met stickers, folders en videofilmpjes zien te verleiden tot een ja op 6 december. Het resultaat is mager: volgens de laatste peilingen is 33 procent van de Zwitsers voor het EER-akkoord, 33 procent tegen en de rest weet het nog niet. Graag ziet Ziswiler het succes van zijn nieuwste uitvinding - een speciaal EG-telefoonnummer met tien lijnen - vermeld. “Alle lijnen zijn de hele dag bezet en per dag bellen er 300 mensen.” Meest gestelde vragen zijn of de Zwitsers wel hetzelfde pensioen krijgen als ze EG-lid worden en of er nog meer buitenlanders komen.

Ziswilers grootste probleem is de bevolking duidelijk te maken dat de EER op zich weinig te maken heeft met de EG. “Maar de man in de straat maakt dat onderscheid niet”, constateert hij enigszins moedeloos. Speciaal voor deze doelgroep maakt hij een alleraardigst boekje - voorkant blauw met sterren, achterkant rood vlak met wit kruis - met 100 vragen en antwoorden over aansluiting bij Europa. Er leven nogal wat prangende vragen bij de Zwitsers, zo blijkt. Een kleine selectie: Wordt vakantie in Spanje dan goedkoper? Kunnen alle Zwitserse voetballers dan in het buitenland spelen? Gaan onze ambtenaren dan ook staken? Subsidiëren wij dan Hollandse Edammer? Wordt het Bundeshaus een museum?

Ook in het parlement vallen dezer dagen harde woorden over Europa. Tijdens een langdurig debat, vorige week, werden “de zeven heren en hun lakeien” door nationalistische afgevaardigden beschuldigd van “propaganda a la Goebbels” en “het in gevaar brengen van de vrijheid”. Veel leverde het debat niet op: het rapport over aansluiting bij de EG - inzet van de discussie - werd door de parlementariërs teruggestuurd naar de regering met de mededeling dat het “te vaag” was en “te eenzijdig voor lidmaatschap van de EG”. Eigenlijke beweegreden was echter, volgens insiders, dat het stuk dan niet meer voor 6 december terugkomt en de netelige kwestie zodoende wordt uitgesteld tot na het referendum.

“Europa dreigt voor een nationaal conflict te zorgen”, zegt professor Wolf Linder van het Onderzoekscentrum voor Zwitserse politiek van de universiteit in Bern. Hij doelt op het grote verschil tussen de Duits- en de Franssprekende kantons. In de laatste is 80 procent voor het EER-akkoord, in de eerste nog geen 40 procent. Meest plausibele verklaring is dat de Franssprekenden door hun geografische en psychologische band met Frankrijk (hun Latijnse geest, volgens sommigen) meer open staan voor veranderingen.

Linder zelf zal "ja' stemmen in december. Het Zwitserse isolationisme is uit de tijd, stelt hij. “Lange tijd waren we de beste van de klas. In 1945 had Zwitserland het enorme voordeel dat het nog intact was, terwijl de rest van Europa in puin lag. Op die voorsprong hebben we lang kunnen teren. De welvaart kwam ons aanvliegen. Maar die voorsprong is na 40 jaar niet zo groot meer. Inmiddels zijn de inflatie (5,9 procent in 1991) en de werkloosheid (3,1 procent, een hoogterecord sinds 1939) groter dan in veel andere OESO-landen en de regering achtte de tijd dan ook rijp om een nieuwe weg in te slaan. Belangrijk is ook dat we niet meer zo nodig neutraal hoeven blijven. De tegenstelling Oost-West bestaat niet meer.”

Zwitserland heeft geen keus op 6 december, meent Linder. “Als we nee zeggen, breekt een nieuwe periode van isolement aan. Sommigen zeggen dat het land dan een mooie toekomst als "offshore-bankindustrie' tegemoet kan gaan. Maar als de EG dat blokkeert met economische sancties, dan zitten we. Wat hebben we er aan als de banken miljarden verdienen, maar de werkloosheid nog verder stijgt omdat de handel stil komt te liggen?”

Het is niet zo erg dat het slecht gaat met de Zwitserse economie, meent Lukas Beglinger van de economische en financiële afdeling van het ministerie van buitenlandse zaken. “Als het goed ging zou helemaal niemand de noodzaak inzien van het EER-akkoord.” Het ergste van een nee op 6 december zou het negatieve imago van Zwitserland zijn, volgens Beglinger. “Dat zie je nu al een beetje: investeerders verkeren in onzekerheid en wachten af. Grote Zwitserse bedrijven als Ciba-Geigy hebben nog wel hun hoofdkantoor in Zwitserland, maar hebben het grootste deel van hun produktie naar het buitenland verplaatst.”

Een groot voordeel van toetreding tot de Europese Economische Ruimte zou zijn, volgens Beglinger, dat er eindelijk moet worden gesleuteld aan het politieke en economische Sonderfall Schweiz. “De economische wetgeving is hard aan hervorming toe en de EER is een prima stok achter de deur. De hoeveelheid regels maakt de Zwitserse economie star, de dynamiek is zoek. Bedrijven moeten op communaal, kantonaal en federaal niveau toestemming voor van alles en nog wat vragen. Dat jaagt bedrijven de grens over, zeker nu het verkeer in de EG steeds vrijer wordt.”

Maar ook politiek Zwitserland kan de verjongingskuur die de EG haar oplegt wel gebruiken, meent Beglinger. De directe democratie, gekenmerkt door veel referenda, kan moeilijk worden gehandhaafd, want je kunt Brussel niet telkens tegenspreken. In zekere zin zal dat een opluchting zijn, meent hij, want het aantal referenda rijst de pan uit. “Tegen elk nieuw schoolgebouw moet de bevolking ja of nee zeggen.”

Ook het aantal ministers moet worden uitgebreid, volgens Urs Ziswiler van het Integratiebureau. “De minister van financiën doet nu ook landbouw en volkshuisvesting. Dat wordt lastig als hij ook nog regelmatig naar Brussel moet.” In het systeem van de jaarlijks roulerende president - die tevens de post buitenlandse zaken heeft - ziet hij geen probleem. “Kijk eens hoeveel presidenten ze in Italië niet verslijten.”

Juist die politieke veranderingen zijn de tegenstanders van "Europa' een doorn in het oog. “Nu ken ik al die lui daar in het Bundeshaus”, zegt Otto Fischer (78), vice-president van het Actiecomite voor een onafhankelijk en neutraal Zwitserland (ASIN). “Zes van de zeven ministers noem ik bij hun voornaam. Denk niet dat dat zo blijft als we EG-lid worden. Dat kleinschalige, onze identiteit, gaat er aan.”

Als ze maar niet zo'n haast maakten in Brussel, dan kon Fischer wel vrede hebben met Europa. Maar het gaat veel te snel: “Twintig jaar hebben ze niks zitten doen en nu moet het plotseling allemaal binnen vijf jaar gebeuren. Ik voorspel dat het een ramp wordt als we toetreden!”

Fischer zal blij zijn als de Fransen zondag nee zeggen. “Dat betekent dat er nog redelijke mensen zijn in Europa. Het is een ramp, ongehoord, dat er zo veel socialisten zijn in Europa, want dat is de EG: socialistisch!”

Fischer, oud-voorzitter van de extreem conservatieve Bond van Middenstanders, heeft een moeilijke week achter de rug. Vorige week adviseerde "zijn' bond, tegen ieders verwachting in, haar leden "ja' te stemmen in december. Fischer vermoedt dat “de multinationals” er achter zitten.

Per dag schrijft de vice-voorzitter zo'n 75 nieuwe leden in voor de ASIN, die nu 12.000 leden telt. Het strijdjargon van het comite sluit naadloos aan bij de angsten van de doorsnee Zwitser. “We hebben de keus”, zo staat in het pamflet "Ja tegen Zwitserland, nee tegen Brussel', “tussen overleven als vrij land of verdwijnen in een anoniem conglomeraat.” Het vlugschrift rept voorts over “een gevaarlijk en utopistische ideologie”, de ondergang van de directe democratie, stijging van de werkloosheid, minder welvaart, meer buitenlanders en "betalen voor de armen in de EG'.

De regering in Bern kent de anti-Europagevoelens onder de bevolking maar al te goed. In een onlangs door de televisie uitgezonden rede over Europa gebruikte president Felber dan ook veel paaiende woorden. “U hoeft nu nog niet te beslissen over aansluiting van Zwitserland bij de EG”, sprak hij tot het volk. “Dat probleem komt pas over enkele jaren aan de orde.” Felber speelde handig in op de gevoelens van de onderdanen: “De visie van de regering is er een van patriottisme dat (...) weigert om gebeurtenissen passief over zich heen te laten komen, maar dat juist tracht die te beïnvloeden.”

Otto Fischer is niet onder de indruk geraakt van de mooie woorden van Felber. “We zouden wel gek zijn om ons aan te sluiten bij een zwakke groep. We zijn klein, we zijn rijk, wat willen we nog meer?”

"We zijn klein, we zijn rijk, wat willen we nog meer?'