Stray Cats houden de rockhistorie levend

Concert: Stray Cats. Bezetting: Brian Setzer (zang, gitaar), Lee Rocker (bas), Slim Jim Phantom (drums). Gehoord: 14/9 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 15/9 (uitverkocht).

De rockabillymuziek van de Amerikaanse Stray Cats wordt meestal in verband gebracht met nostalgie naar de tijd van petticoats, vetkuiven en 78-toerenplaten van de jonge Elvis Presley. Uitbundig getatoeërd en uitgedost als hedendaagse rock & roll-rebellen, vindt het drietal telkens weer een jong publiek voor een genre dat stamt uit de jaren vijftig en dat aan strenge regels is gebonden. Het standaardinstrumentarium bestaat uit een staande bas, een halfakoestische gitaar en een minimum aan slagwerk. Aan de felle staccato's van de hikkende zangstem wordt een forse dosis galm toegevoegd en in de oersimpele liedjes draait het om vaste thema's als tienerrebellie en de eeuwige overlevingskracht van de rock & roll.

In 1979 vulden de Stray Cats een gat in de markt, toen het Newyorkse drietal naar Engeland verhuisde om er onder de hoede van producer Dave Edmunds de hitsingles Runaway boys en Rock this town op te nemen. Het vuur van de punk was uitgewoed en oude rockers als Chuck Berry en Jerry Lee Lewis trokken nog wel publiek, maar gooiden er met de pet naar. Opeens was er een groepje jonge honden, dat het meer dan twintig jaar oude genre nieuw leven in blies. Anders dan Elvis, die vanaf het prille begin zijn liefde voor de zwarte bluesmuziek liet blijken, beperkten de nieuwe rockabillies zich tot de blanke hillbilly-stijl van helden als Eddie Cochran en Gene Vincent.

Met het zelf gecomponeerde, maar van allerlei citaten voorziene Rock with Gene and Eddie presenteren de Stray Cats hun beginselverklaring. Sinds '79 is er nauwelijks iets veranderd, afgezien van de voorzichtige blues-invloeden die op het recente album Choo choo hot fish de kop opsteken. Hoewel de ritmesectie uitblinkt in energieke en stoere capriolen, blijft frontman Brian Setzer de onbetwiste ster van de avond. Hij kan zijn gitaar laten "twangen" als geen ander, en verrast zijn tamelijk eenkennige publiek met een verdienstelijk staaltje jazzgitaar à la Django Reinhardt.

Als vanouds wekken de Stray Cats bewondering om het robuuste rockgeluid, dat ze met zo weinig middelen op weten te wekken. De snelle opeenvolging van energieke drie-minutenliedjes bereikt een climax in het opzwepende I fought the law (and the law won) van The Bobby Fuller Four, een rockklassieker die niet voor niets ook al op het repertoire van punkgroep The Clash stond. Wanneer Lee Rocker zijn contrabas tot slot als een buitenmodel basgitaar onder zijn oksel neemt en Slim Jim met veel omhaal van zijn basdrum springt, weten ingewijden dat het spoedig uit is met de pret. Net als de Ramones of The Cramps, zijn de Stray Cats vooral zo leuk omdat er nooit iets aan de succesformule verandert. Op het moment dat Setzer die ene a-typische ballade inzette, vlogen de projectielen hem om de oren.